, 15 open vragen – Geschiedenis
Hoofdstuk 1 – Oudheid en Middeleeuwen
1. Leg uit waardoor het Romeinse Rijk zo groot kon worden. Noem in je antwoord minimaal
drie oorzaken en geef bij elke oorzaak een korte toelichting.
2. Beschrijf twee belangrijke verschillen tussen het leven van jagers-verzamelaars en het leven
van boeren in de tijd van de landbouwrevolutie.
3. Waarom wordt de uitvinding van het schrift gezien als een belangrijk keerpunt in de
geschiedenis? Leg je antwoord uit met twee voorbeelden.
4. Leg uit hoe het feodale stelsel werkte in de Middeleeuwen. Gebruik in je antwoord de
begrippen leenheer, leenman en horige.
5. Veel middeleeuwse steden kregen stadsrechten. Leg uit waarom stadsrechten belangrijk waren
voor de ontwikkeling van steden.
Hoofdstuk 2 – Ontdekkers, Republiek en Revoluties
6. Leg uit waarom Europese landen in de vijftiende en zestiende eeuw op ontdekkingsreizen
gingen. Noem minimaal twee economische motieven en één religieus motief.
7. Beschrijf twee gevolgen van de uitvinding van de boekdrukkunst voor Europa.
8. Leg uit waardoor de Nederlandse Opstand tegen Spanje ontstond. Gebruik in je antwoord
zowel een politiek als een godsdienstig conflict.
9. Waarom wordt de zeventiende eeuw in Nederland de Gouden Eeuw genoemd? Geef twee
voorbeelden van ontwikkelingen die hierbij passen.
10. Leg uit wat de ideeën van de Verlichting waren. Noem minimaal drie kenmerken van het
verlichte denken.
Hoofdstuk 3 – Industriële Tijd en Moderne Geschiedenis
11. Beschrijf hoe de Industriële Revolutie het dagelijks leven van mensen veranderde. Noem
minimaal drie veranderingen.
12. Leg uit waarom veel arbeiders in de negentiende eeuw slechte leef- en werkomstandigheden
hadden.
13. Beschrijf twee belangrijke oorzaken van de Eerste Wereldoorlog.
14. Leg uit hoe propaganda werd gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Geef minimaal twee
concrete voorbeelden van propaganda.
15. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de Europese samenwerking. Leg uit waarom Europese
landen wilden samenwerken en noem twee doelen van die samenwerking.