Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Lecture Notes Laboratory Animal Science | Legislatie | KU Leuven | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
38
Geüpload op
29-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze collegeaantekeningen behandelen de wetgevingscomponent van Laboratory Animal Science aan KU Leuven, met focus op de regelgeving rond het gebruik van proefdieren. De aantekeningen dekken belangrijke onderwerpen zoals de EU-richtlijnen, het Belgisch Besluit, definitie van proefdieren, categorisering van pijn/lijden, huisvesting- en verzorgingseisen, en de drie V's (vervangen, verminderen, verfijnen). Zeer nuttig voor examenvoorbereiding en het begrijpen van de ethische en juridische kaders van dierproeven in het biomedisch onderzoek.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Laboratory Animal Science
Legislatie
 Het gebruik van proefdieren fluctueert:
- Afname door ontwikkeling van alternatieven, ethiek, wetgeving, verantwoorderlijk gebruik en hoge kosten
- Toename door de ontwikkeling van transgene dieren
 Wetgeving:
- 06/04/10: nieuw Belgisch Besluit met nog strengere regels in verband met de huisvesting van proefdieren
- 09/2010: nieuwe Europese richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke
doeleinden worden gebruikt
- 29/05/2013: Koninklijk Besluit om de EU-richtlijn om te zetten in nationale wetgeving
Proefdier (experimental animal) = alle levende niet-menselijke gewervelde dieren gebruikt in procedures of
gehouden om hun organen en weefsels te gebruiken voor wetenschappelijke doeleinden, waaronder:
- Gewervelde: amfibieën, vissen, reptielen, vogels, zoogdieren
- Onafhankelijk/vrij levende voedende, voortplantende larvale vormen
- Foetale vorm van zoogdieren vanaf het laatste derde deel van ontwikkeling/termijn
- Foetale vorm van zoogdier voor 3e deel van hun ontwikkeling, indien er blijvende schade is na de geboorte
door een procedure die is uitgevoerd vóór dat stadium van ontwikkeling
- Cephalopoden (inktvissen)
-> Kan pijn, lijden, ongemak of blijvend letsel veroorzaken -> wordt gedefinieerd in de wetgeving:
- Milde pijn: anesthesia (wel niet voor het doden), farmacao die dagelijk wordt gegeven en waaran bloed
samples worden genomen, niet-invasieve imaging, oor/staart biopsie, administratie van een substantie:
subcutaneous, intramusculair, intraperitoneal, gavage, intraveneus (bij midle impact en gelimiteerde V)
- Moderate: als substanties klinische effecten veroorzaken, te veel/vaak afnemen van bloed samples, acute
dose-range finding studies, chronische toxicity/carcinogenicity testen, lethal end points, post surgical
pain, tumor inductie, irradiatie, chemotherapie, breeding om een fenotypisch resultaat te verkrijgen
- Severe: toxiciteit testen als dood de endpoint/fatale pathophysiologische effecten heeft, device testing
met severe pijn als gevolg, vaccins testen als het groter gevolgen heeft, irradiatie en chemotherapie zonder
herstel van het immuunsysteem, tumor inductie dat langdurige pijn geven
VB.: CT scan is niet pijnlijk, maar het heeft gevolgen op het dier zijn gezondheid / amputatie is niet pijnlijk als goed
gedaan wordt, maar het speelt in het dier zijn ongemak => wordt nu ook in rekening gehouden
-> Met uitzondering van de minst pijnlijke, aanvaarde methoden om het dier te doden (humane methoden)
-> Met uitzondering van niet-experimentele behandelingen in de landbouw en in de diergeneeskunde
 Wat zegt de wet? Een dier mag niet meerdere keren worden gebruikt in experimenten die ernstige pijn/lijden geeft
 Voor welke doeleinden kunnen proefdieren worden gebruikt?
- Productie en controle van sera, vaccins of diagnostiek
- Toxicologisch en farmacologisch onderzoek
- Diagnose van ziekten
- Onderwijs
- Beantwoorden van wetenschappelijke vragen
 Huisvesting en verzorging van laboratoriumdieren:
- Huisvestingsomstandigheden, omgeving, bewegingsruimte, voer, water en verzorging moeten voldoen aan
de behoeften van de dieren
- Dagelijkse controle van dieren en omgeving (temperatuur, vochtigheid…)
- Regelmatige controle door de dierenarts (grote dieren) of deskundige (knaagdieren, konijnen)
- Wet van 18.10.1991: gedetailleerd overzicht van de verzorging en huisvesting van dieren per soort
 Bron en identificatie van laboratoriumdieren
- Geen zwerfdieren, verloren of achtergelaten dieren
- Huisdieren en primaten moeten speciaal gefokt zijn door erkende fokkerijen
- Landbouwhuisdieren kunnen van de boerderij komen
- Speciale eisen nodig voor bedreigde diersoorten die in het wild leven
- Register bijgehouden van alle dieren die het laboratorium binnenkomen en verlaten
 Statistische gegevens over het gebruik van proefdieren moeten jaarlijks aan de overheid worden overhandigd:
aantallen per soort en aantallen per type experiment
 Verantwoord gebruik van proefdieren in dierproeven:
- Tot absolute minimum beperkt en diersoort serieus overwegen (bij voorkeur: dier met laagste
neurofysiologische graad)
- Enkel uitgevoerd als het doel niet kan worden bereikt met andere methoden


1

, - Enkel pijn/lijden/letsel veroorzaken als ze voor het doel niet kunnen worden vermeden -> en enkel onder
nacrose (uitzondering als het resultaat minder is door de nacrose)
- Als anesthesie niet mogelijk is, moeten pijnstillers worden gebruikt om pijn/lijden te verminderen
- Dieren mogen nooit worden blootgesteld aan ernstige pijn, groot ongemak of lijden
=> Eu richtlijnen: in de praktijk brengen van de 3 V’s: (3Rs)
- Vervangen: dierproeven dienen zoveel mogelijk vervangen door alternatieve methodes: in vitro kweek van
cellen/weefsels/organen, computersimulaties -> als alternatieven beschikbaar = proefdieren verboden
- Verminderen: evenveel info uit proeven met minder dieren verkrijgen/meer info uit zelfde aantal dieren,
controles uit verleden proeven, standaardisatie
- Verfijnen: verminderen van dierenleed en het verhogen van dierenwelzijn
 Wat heeft u nodig voordat u met dierproeven begint?
- Laboratoriumvergunning: overzicht en plattegrond van de lokalen (beschrijving en functie), overzicht van
het soort experimenten dat zal worden uitgevoerd, lijst van de diersoorten en hun afkomst, verant-
woordelijk voor de projecten en het werken met de dieren, overzicht van personeel:
o Laboratoriumdirecteur: verantwoordelijke manager
o Deskundige: verantwoordelijk voor de bescherming van de gezondheid en welzijn van proefdieren
o Projectleider: zet experimenten op, verantwoordelijk voor dierproeven, houdt een logboek bij
o Biotechnici: personeel dat de experimenten uitvoert
o Dierverzorgers
- Toestemming van de Ethische Commissie: evaluatie van de geplande experimenten, opstellen van
ethische criteria met betrekking tot dierproeven, rapporteren aan de overheid, beroepsgeheim voor leden
o Om toestemming te vragen: passend formulier met medewerkers verantwoordelijk voor het
project, doel en beschrijving van het project, aantal en soort dieren, mate en duur van pijn, lijden
en letsel, anesthesie en pijnstillers die zullen worden gebruikt, postoperatieve herstelzorg,
alternatieve methoden, humane eindpunten en euthanasie
- Retrospectieve beoordeling: aantal dieren? Beoordeling van pijn/lijden? Winst van het project?
- Instantie voor Dierenwelzijn: opgericht door elke "gebruiker" (labo of fokker), inclusief dierverzorger,
wetenschapper, dierenarts of deskundige => adviseren over dierenwelzijn (huisvesting, verzorging en
gebruik) en beoordelen interne operationele processen (wat wordt er gedaan? Is dit in overeenstemming
met de ethische goedkeuring?), uiteindelijk doel = dierenwelzijn verbeteren: betere follow-up van humane
eindpunten, protocollen verbeteren = transparantie verbeteren => regels/wetten worden nageleefd
- Rapporteren van alle dieren die gebruikt worden bij het creëren van een nieuwe lijn = meer dieren in de
statistieken -> projectautorisatie en rapportage in de statistieken zijn vereist totdat de lijn 'gevestigd' is
- Genetisch gemodificeerde dieren – schadelijk fenotype (GS3): elk dier met een waarschijnlijk schadelijk
fenotype kan lijden onder de genetische afwijkingen => voer een dierenwelzijnsbeoordeling uit: controleer
fokkerij, afwijkingen, afwijkend gedrag
- Overig papierwerk: importvergunning: dieren importeren uit niet-EU-lidstaten, bioveiligheidsdossier en
radioactiviteit bij proefdieren
=> Dit alles resulteert in verschillende soorten projecten:
- GS1/GS2-project (GS1 = wildtype dier en GS2 = genetisch gemodificeerd, maar niet-schadelijk fenotype)
- GS3-project
- Creatieproject
- Experimenteel project




2

,Veiligheid
 Belangrijk aspect van dierexperimenteel werk: vermijd gevaar en risico's voor uzelf en het milieu => wees bewust
van mogelijk gevaar, weet waarmee u werkt, vermijd en beheers blootstelling aan gevaar, verminder het risico door
uw manier van werken, zorg voor de juiste training en opleiding

Wat zijn de mogelijke gevaren?
Fysieke gevaren
Grote verscheidenheid aan mogelijke fysieke oorzaken en schade:
 Trauma:
- Scherpe voorwerpen: naalden, glasscherven, spuiten, scalpels => juiste containers gebruiken en plaats
nooit een dop op naalden
- Machines en materialen: goed onderhouden, draag beschermende kleding en volg de veiligheidsregels
- Onderhoud: houd oppervlakken schoon, verwijder obstakels bij nooduitgangen, reiniging: vloer nat = glad
- Ergonomische gevaren: zware lasten tillen en dezelfde beweging herhalen, slechte houding bij het werken
aan een labtafel => verwondingen
- Licht: weinig verlichting => vermoeide ogen + slecht zicht => gevaarlijk
- Bijt- en krabwonden/gerelateerde gevaren: reëel risico voor mensen die met dieren werken,
geminimaliseerd door de juiste training, beten in het algemeen: honden > katten > knaagdieren
-> Directe schade (weefseltrauma) + risico op secundaire infectie: vanwege de onregelmatige vorm van de
verwonding, weefselnecrose, hematoom en snijwond => extreem goede kweek voor bacteriën
-> Kans op infectie wordt bepaald door:
o Plaats van beet: grotere kans na een beet in de hand dan in het gezicht (betere vascularisatie)
o Mate van besmetting: samenstelling van de mondflora van agressor en/of huidflora van slachtoffer
 Na katten/hondenbeet: Capnocytophaga canimorsus
-> Eerste symptomen: misselijkheid, diarree, spierpijn en algemene malaise, intravasale coagulatie rond
de wond (= coagulatie in de bloedvaten) => weefselnecrose (amputatie)
-> Patiënten met verminderde weerstand: algemene sepsis mogelijk => maculopapuleuze (= verkleuring)
veranderingen in de huid, erytheem (= verkleurde, rode huiduitslag) en/of petechiën (= kleine puntige
bloedingen), acuut nierfalen, acute en ernstige benauwdheid, shock
 Na muizen- of rattenbeet: Streptobacillus moniliformis en Spirillium minus
-> Eerste symptomen (na enkele weken pas): ademnood, abcessen en algemene sepsis van organen ->
perioden van koorts (rattenbeetkoorts) en algemene malaise, hoofdpijn, misselijkheid, spier/gewrichtspijn
-> Complicaties zoals myocarditis, meningitis, longontsteking
=> Na een beet: controleer de tetanusvaccinatie, laat een arts de wond controleren, laat een dierenarts het dier
controleren (specifieke ziekten zoals hondsdolheid of herpes B-virus)
 Vuur: brandbaar materiaal: hout, papier, plastic, ontstekingsgassen en -vloeistoffen: alcohol, ether, elektrische
apparaten, gebruik van vloeibare stikstof
 Lawaai: honden en varkens, machines => draag gehoorbescherming om gehoorschade te voorkomen
 Elektriciteit: kan schokken en elektrocutie veroorzaken, repareer gebroken kabels
 Apparatuur onder druk: gassen en dampen:
- Autoclaven: regelmatig onderhoud en testen noodzakelijk
- Gasflessen: goed vastzetten met een ketting of beugel (voorkom vallen), niet in de buurt van een
warmtebron of direct zonlicht plaatsen
- Gebruik gezichtsbescherming bij het verwarmen van oplossingen (magnetron, kookplaat)
 Straling:
- Lasers: gevaarlijk voor de ogen
- UV-straling: kiemdodende UV-C: de kiemdodende werking van deze straling is maximaal bij een golflengte
van 255 nm / langdurige straling: doodt alle levende micro-organismen
-> Acute effecten: ontsteking van het hoornvlies en bindvlies van de ogen (conjunctivitis en sneeuw-
blindheid) => effecten zijn omkeerbaar en verdwijnen binnen 24-48u na het stoppen van de blootstelling
-> Lange termijn effecten: troebelheid van de lens, huidtumoren
- Ioniserende straling: resultaat van radioactief verval van deeltjes, snel bewegende kerndeeltjes en fotonen
-> bij contact met materie zoals lucht, water of een lichaam => ionisaties = het vrijmaken van een of meer
elektronen uit een atoom om een ion te vormen -> schadelijk als dit in het DNA gebeurt
o Alfastraling: twee protonen en twee neutronen (uranium en plutonium) kunnen gemakkelijk
worden gestopt (een papiertje is voldoende)
o Bètastraling: positief (positron) of negatief (elektronen) geladen deeltjes -> kunnen een relatief
hoge energie hebben en daardoor door de huid dringen
3

, o Straling met lage energie kan worden gestopt door een dik stuk papier of door plastic
o Gammastraling: fotonen ("energiepakketjes" die met hoge snelheid bewegen) -> ook wel
elektromagnetische straling genoemd – hebben lood nodig om deze straling te stoppen
-> Inwendige besmetting: door inademing of orale inname van radioactieve stoffen (of hun bedding)
-> Externe besmetting: radioactieve bron zendt ioniserende straling uit in de ruimte
==> Werk zoveel mogelijk in een afzuigkap en gebruik lekbakken, voorkom aerosol en stof, dieren mogen
alleen worden vervoerd onder een bepaalde grenswaarde, draag handschoenen, houd afstand tot de bron,
gebruik een beschermingsscherm, draag beschermende kleding, volg de juiste training
=> Dieren die met radioactieve stoffen worden behandeld: huisvesten in een geschikte ruimte, goedkeuring
van de Dienst voor Radiobescherming, aan het einde van het experiment worden de kooien, gecontroleerd
door de verantwoordelijke van de Dienst voor Radiobescherming, afval (bedding, ...) moet worden
afgevoerd als radioactief afval, kadavers van radioactieve dieren moeten worden bewaard in een speciale
vriezer + aard en dosis van de toegediende tracer
Chemische gevaren
 Bronnen:
- Ontsmettingsmiddelen, anesthesiegassen, chemicaliën om weefsels te conserveren
- Experimentele blootstelling van dieren aan zeer giftige chemicaliën
- Verwijdering van beddingmateriaal en ander afval van experimentele procedures
=> Brandbaarheid, corrosiviteit, reactiviteit, explosiegevaar: bekend en voorspelbaar voor veel chemicaliën
=> Toxiciteit (kankerverwekkende stoffen, mutagene stoffen, neuro-, hepato- en nefrotoxische stoffen): minder
voorspelbaar
Allergenen
3/4 van alle instituten die met proefdieren werken, heeft dierverzorgers met een allergie.
-> Iedereen die in contact komt met dieren loopt risico om een allergie te krijgen, maar sommigen zijn er gevoeliger
voor vanwege: levensstijl en omgevingsfactoren, eerdere ziekten, genetische aanleg (atopie)
-> De mate van blootstelling (permanent of periodiek) is niet belangrijk voor het ontwikkelen van een allergie
 Bronnen van blootstelling: urine van ratten: aanzienlijke hoeveelheid eiwit, urine, speeksel en haardeeltjes van
cavia's, blootstelling via de lucht, soms ook door direct contact met de huid (beten, krassen)
 Pathogenese: sensibilisatie (6-36 maanden)
- Allergeen A wordt verwerkt en aangeboden aan T-lymfocyten
- T-helpercellen stimuleren B-lymfocyten -> produceren allergeenspecifieke IgE-antistoffen
- IgE-antistoffen binden zich aan mestcellen en basofiele cellen
-> Na nieuw contact met allergeen: A bindt zich aan IgE => vrijkomen van histamine en andere chemische
Mediatoren -> meestal direct na blootstelling, soms vertraagd tot 2-8 uur of langer
 Symptomen:
- Neusklachten (niezen, loopneus), tranende en jeukende ogen, huiduitslag
- Ontwikkelt zich gedurende 1-2 jaar
- 10% van de bevolking met een allergie ontwikkelt astma => hoesten, piepende ademhaling, kortademig-
heid na blootstelling -> kan evolueren naar chronisch (zelfs maanden/jaren na de blootstelling)
- Anafylaxie: algemene allergische reactie die verschillende delen van het lichaam aantast (huid,
ademhaling, maag-darmstelsel, cardiovasculair systeem) -> zeldzaam, meestal na een beet ->
symptomen kunnen zich zeer snel ontwikkelen (variërend van enkele minuten tot enkele uren)-> varieert
van milde urticaria tot ernstige levensbedreigende reacties
 Afhankelijk van/Bepaald door: (30% van de bevolking is atopisch)
- Genetische aanleg om IgE-antistoffen te produceren tegen antigenen van de omgeving (kat, hond, pollen…)
- Persoonlijke en familiale anamnese (hooikoorts, eczeem, astma)
- Totaal IgE en specifieke IgE-titers
- Intracutane tests
- Longfunctietests
 Preventieve maatregelen: vermindering van de frequentie van sensibilisatie en vermindering van de symptomen
=> Belangrijk voor zowel werkgever als werknemer => oplossingen:
- Screeningsprogramma's: belangrijk voor de mensen die rechstreeks met de dieren werken: intracutane
test, antilichaammeting in het bloed: specifieke IgE-antilichamen, contactallergietest, longfunctietesten
- Ontwerp van de dierenverblijfplaats: aanpassing van ventilatie- en filtersystemen, "kooireinigers" om de
kooien te legen, IVC-units en kooien met filtertop, kooien reinigen: stofzuigen in plaats van stof afnemen


4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
29 mei 2026
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€10,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
aliciaplas

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
aliciaplas Katholieke Universiteit Leuven
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
3 weken
Aantal volgers
0
Documenten
18
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen