Parkinson, multipele sclerose, dwarslaesie en hernia nuclei pulposi
HBO-niveau samenvatting met extra uitleg, tabellen, leerkaart en oefenvragen. Gebaseerd op het hoorcollege MK
2.2 Neurologie 2.
1. Leerdoelen en kern van het college
Dit college behandelt vier neurologische ziektebeelden waarbij vooral motoriek, sensibiliteit en autonome functies
centraal staan: Morbus Parkinson, multipele sclerose, dwarslaesie en hernia nuclei pulposi. Je moet vooral de
pathofysiologie, symptomen, alarmsignalen en basisbehandeling kunnen uitleggen.
Kernzin: neurologische klachten kun je vaak begrijpen door te bedenken wáár in het zenuwstelsel de schade zit:
hersenen, basale kernen, ruggenmerg of zenuwwortel.
2. Basis: aansturing van houding en motoriek
Bewegen lijkt simpel, maar wordt door meerdere systemen tegelijk aangestuurd. Het pyramidaal systeem stuurt
bewuste, willekeurige beweging aan. Het extrapyramidaal systeem stuurt automatische en onbewuste bewegingen
bij, zoals houding, balans, starten en stoppen van bewegingen en aangeleerde bewegingspatronen.
Systeem Functie Klinische betekenis
Pyramidaal systeem Bewuste, willekeurige motoriek Bij schade: krachtsverlies, verlamming,
gestoorde fijne motoriek
Basale ganglia Automatisch bewegen, Belangrijk bij Parkinson
starten/stoppen, aangeleerde
bewegingen
Cerebellum Coördinatie en timing van bewegingen Bij schade: ataxie, onzeker lopen,
dysartrie
Evenwichtssysteem Balans en oog-hoofdcoördinatie Bij stoornis: duizeligheid, valneiging
, Afbeelding 1. Overzicht van de regulatie van houding en motoriek (dia 5).
3. Morbus Parkinson
3.1 Pathofysiologie
De ziekte van Parkinson is een progressieve neurodegeneratieve aandoening. Het belangrijkste mechanisme is
degeneratie van dopamineproducerende cellen in de substantia nigra. Daardoor komt er minder dopamine
beschikbaar voor de basale ganglia. De basale ganglia spelen een centrale rol bij automatische beweging, starten en
stoppen van bewegingen, houding en motorische vloeiendheid.
Motorische symptomen ontstaan vaak pas wanneer al een groot deel van de dopamineproducerende cellen
verloren is gegaan. Daardoor kunnen niet-motorische klachten, zoals reukverlies, slaapstoornissen, obstipatie of
somberheid, al eerder aanwezig zijn dan duidelijke bewegingsproblemen.
3.2 Oorzaken en risicofactoren
Leeftijd is een belangrijke risicofactor, maar Parkinson kan ook op jongere leeftijd ontstaan.
De oorzaak is multifactorieel: erfelijke aanleg, leeftijd en omgevingsfactoren zoals pesticiden of oplosmiddelen
kunnen bijdragen.
Er bestaan ook puur erfelijke vormen van Parkinson.
3.3 Klinisch beeld
Motorisch symptoom Uitleg
Bradykinesie Traagheid van bewegen. Dit is een kernsymptoom bij
Parkinson.
Hypokinesie Te weinig bewegingsuitslag, bijvoorbeeld kleine passen of
minder armzwaai.
Rigiditeit Verhoogde spierspanning/stijfheid.
Tremor Trillen, vaak in rust. Dit is een vorm van hyperkinesie.
Houdingsproblemen Voorovergebogen houding, balansproblemen en valneiging.
Micrografie Kleiner wordend handschrift.