Hoorcollege 1 – Inleiding, demarcatie ________________________________________________ p.02
Weekvragen hoorcollege 1 p.07
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 1 + artikelen) p.09
Uitgebreide samenvatting literatuur p.11
Hoorcollege 2 – Objectiviteit en subjectiviteit _________________________________________ p.16
Weekvragen hoorcollege 2 p.21
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 2 & 3) p.24
Uitgebreide samenvatting literatuur p.26
Hoorcollege 3 – Naturalisme vs. Interpretatisme ______________________________________ p.32
Weekvragen hoorcollege 3 p.37
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 4 & 5) p.40
Uitgebreide samenvatting literatuur p.42
Hoorcollege 4 – Replicatie __________________________________________________________ p.46
Korte samenvatting literatuur (artikel Nosek) p.49
Uitgebreide samenvatting literatuur p.50
Hoorcollege 5 – Reductionisme _____________________________________________________ p.51
Weekvragen hoorcollege 5 p.54
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 6 & 7) p.56
Uitgebreide samenvatting literatuur p.57
Hoorcollege 6 – Structuur vs. Agency ________________________________________________ p.61
Weekvragen hoorcollege 6 p.66
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 8 & 9) p.68
Uitgebreide samenvatting literatuur p.70
Hoorcollege 7 – Terugblik, finale discussie ____________________________________________ p.xx
Weekvragen hoorcollege 7 p.xx
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 10 & 11) p.75
Uitgebreide samenvatting literatuur p.76
Literatuurlijst:
Risjord, M. (2014). Philosophy of Social Science: A Contemporary Introduction.
https://doi.org/10.4324/9780203802540
link = https://rug.on.worldcat.org/oclc/1323245721
Sismondo, hoofdstuk 1 ‘The Prehistory of Science and Technology Studies”, in Sismondo, S.
(2010). An introduction to science and technology studies (2nd ed). Wiley-Blackwell. Pp
1-11. Link = https://rug.on.worldcat.org/oclc/743089434
Hansson, Sven Ove, "Science and Pseudo-Science", The Stanford Encyclopedia of Philosophy
(Fall 2021 Edition), Edward N. Zalta (ed.), link = https://plato-stanford-edu.proxy-
ub.rug.nl/archives/fall2021/entries/pseudo-science/
Nosek, B. A., & Errington, T. M. (2020). What is replication? PLoS biology, 18(3), e3000691.
Link = https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7100931/
1
,Aantekeningen hoorcollege 1 – Inleiding en demarcatie
Reden deze cursus: we worden opgeleid tot onderzoeker of praktijkdeskundige, die veel gebruik
zal maken van wetenschappelijk onderzoek. Daarbij is het heel belangrijk dat je
wetenschappelijke kennis goed kunt lezen en begrijpen. Onder wetenschappelijke praktijken
zitten een paar fundamentele dilemmas, waarbij er niet empirisch te bewijzen valt wat de beste
manier is. Daardoor veel diversiteit in perspectieven in hoe je wetenschap doet, vaak gebaseerd
op specifieke uitgangspunten of aannames. Het is belangrijk om de grote lijnen van deze
debatten te kunnen volgen, om te kunnen begrijpen waar deze vandaan komen.
Het vak kent zeker abstractie, maar is ook zeker een toepassingsvak. Niet zozeer weten wie
wanneer wat gezegd heeft, maar vooral een bestaand pedagogisch onderwerp te kunnen zien in
het licht dat hier geschetst wordt.
Praktische informatie
• Weekvragen: in groepjes van maximaal 5 studenten gezamenlijk aan werken.
o Doel: actief werken aan de stof
o Je wordt er niet op beoordeeld, in principe vrijwillig, maar wordt wel sterk
aangeraden. De vragen zullen ook vergelijkbaar zijn met tentamenvragen
o Antwoorden worden niet online gezet, er is geen een perfect antwoord
o Het gaat meer om het oefenen te redeneren met de termen
• Tentamen: 12 juni met open essay vragen
• Groepsopdracht: in klein groepje een essay schrijven over een actueel dilemma (later meer
informatie)
• Overzicht van de hoofdthemas in deze cursus:
o Demarcatie: hoe maken we een onderscheid tussen betrouwbare wetenschappelijke
kennis en niet?
o Objectiviteit vs subjectiviteit: wat bedoelen we met deze termen, en wanneer kunnen
we objectieve wetenschap hebben als wetenschappers subjectief zijn
o Naturalisme vs interpretativisme: is alles in onze wereld natuurlijk, of hebben we met
een specifiek genre te maken: een wereld die sociaal geladen is, en dat de dingen
door de mensen zelf gecreëerd zijn?
o Replicatie: in hoeverre is het zo dat onderzoek repliceerbaar is, vooral in de sociale
wetenschappen? En hoe komt het dat een onderzoek hele andere dingen oplevert
dan een vergelijkbaar onderzoek?
o Reductionisme en honisme: waarschijnlijk meest abstracte onderwerp. Volgens
bepaalde onderzoekers moeten we naar het kleinst mogelijke deel kijken om de kern
te begrijpen, maar anderen beweren dat je dan veel dingen mist en juist naar het
grote plaatje moet kijken (sum is more than its parts)
o Structure en agency: onderzoekers willen op zoek naar structuren, dingen die zich
herhalen. Tegelijk hebben we ook het idee dat mensen een bepaalde agency hebben:
het vermogen om autonoom te handelen. Dit is paradoxaal.
o Tot slot: samenhang van deze dilemma’s bespreken en teruggrijpen op de afgelopen
weken en welke posities dit oplevert. Ook over de rol van de academische wereld.
Het probleem van demarcatie: wat is wetenschap?
• Kun je een duidelijke grens trekken tussen wat wetenschappelijke kennis is en wat niet-
wetenschappelijke kennis is?
• Verschillende posities in demaractie-debat
2
, o Logisch empirisme
o Karl Popper en het idee van falsificatie
o Thomas Kuhn: wetenschappelijke paradigma’s
o Imre Lakatos: wetenschap als een set onderzoeksprogramma’s
!! Deze vier posities moet je wel grofweg kunnen beschrijven, belangrijk. Deze namen kun je later
ook weer tegenkomen.
• Vooral sinds de 19e eeuw is het een belangrijk onderdeel van denken geworden
• Start: ongeveer halverwege 19e eeuw
o Wetenschappelijke kennis laat zich niet simpelweg en direct empirisch waarnemen
→ je kunt geen data verzamelen die ‘voor zich spreekt’, alle data bestaat uit twee
elementen. 1: dat wat we waarnemen, en 2: de persoon die de waarneming doet. De
waarneming wordt gedaan door een lens, een blik op de wereld (vooraannames)
o Waarnemingen zijn niet te isoleren van vooraannames (conceptueel, theoretisch,
methodologisch): “background” → geheel van vooraannames
o Zuiver wetenschappelijk kennis, waarbij geen mens betrokken bij is, is dus eigenlijk
niet mogelijk. Wetenschap wordt uitgevoerd door mensen.
o Dit probleem probeerden de logisch empiristen op te lossen
Logisch empiristen (ook wel logisch positivisme):
• Erkennen dat waarnemingen uit twee delen bestaan: de waarneming zelf en de
vooraannames.
• Hun doel: meer empirisch werken, maar ook het tackelen van de aannames waarop wij
wetenschap baseren.
• Hierop richten zij zich op de logica, bedenken wat logischerwijs wel of niet waar kon zijn. →
opkomst van de analytische filosofie (1920-1935)
• Wiener Kreis (Weense cirkel): groep van filosofen, natuurkundigen en wiskundigen
• Wiskunde krijgt ook een belangrijke plek binnen de logica en wetenschap
• Dus: zinvolle wetenschappelijke uitspraken zijn gebaseerd op (1) empirisch waarneembare
en verifieerbare uitspraken en (2) logische (en liefst wiskundig onderbouwde) uitspraken
• Doctrine ontwikkeld die bestaat uit:
o Empirisme (wetenschap gebaseerd op waarnemingen), verificatie van kennis door
waarnemingen → ontwikkeling van theorie door toepassen van inductie
o (observatie → patroon → hypothese → theorie)
o Ontwikkeling van formele logica: het ontdoen van betekenisloze taal (taal dat
afhankelijk is van de waarnemer, subjectieve taal)
o Interesse in de taalfilosofie van Ludwig Wittgenstein (belangrijke grondlegger) →
kennis als een foto van de werkelijkheid (picture theory of meaning)
Karl Popper - falsificatie
• Karl Popper: Oostenrijkse/Britse filosoof (1902 - 1994)
• Problemen zitten vooral dat je op een inductieve manier tot betrouwbare kennis kunt komen
→ een reeks ervaringen tot theorie kunt brengen. De vraag is alleen: hoe veel ervaringen heb
je nodig? Wat is genoeg? Eigenlijk is het altijd onbevredigend
• Popper draaide dit om: je bent als wetenschapper niet op zoek naar bevestiging van je
theorie, maar je bent eeuwig kritisch. Je bent eigenlijk altijd op zoek naar iets wat je
standpunt onwaar maakt (falsificatie)
o Kritiek op inductief redeneren: onmogelijk om een theorie te bevestigen met
verificatie
3
, • Dus falsificatie theorie: nooit mogelijk een theorie te bevestigen, maar wel mogelijk om een
theorie te verwerpen op basis van een observatie (kritische test)
• Voorbeeld zwarte en witte zwanen: als je heel veel nederlandse witte zwanen tegenkomt,
kun je bij jezelf denken: alle zwanen zijn zwart. Als goede wetenschapper ga je dan niet op
zoek naar nog meer witte zwanen, maar juist naar zwarte zwanen
• Hij ontwikkelde het deductief model van wetenschap:
o Theorie → hypothese (kritieke test) → observatie → confirmatie/falsificatie
• Als theorie T waar is, dan moeten we O observeren
o We observeren wel/niet O: de theorie is wel/niet gefalsificeerd
• Het blijft dus een tijdelijke werkelijkheid, popper houdt zich vast aan het beeld dat kennis en
wetenschap zich zal blijven ontwikkelen
• Quote van hemzelf: “our theories are like (fisher)nets that we launch to catch what we call
‘the world’, to rationalize it, explain it and dominate it. We try to make the mesh finer and
finer”
• Voorbeeld:
o Hypothese: vloeibaar cakebeslag wordt vast als het een uur op 180 graden bakt
o Kritieke test: ik zet de over op 180 graden en plaats dit een uur in de oven, het beslag
is niet hard geworden
o Dus de hypothese “al het cakebeslag wordt vast als het een uur op 180 graden bakt”
is niet waar: falsificatie
• Maar… hoe weten wet zeker dat we de hypothese hebben gefalisifeerd → probleem met de
logica van falsificatie: het probleem van assumpties
o Wat als de oven niet werkte zoals ik dacht? (stroomuitval)
o Wat als mijn moeder het cakebeslag had verwisseld?
o Wat als het geen cakebeslag (maar bijv bananenbrood) was?
• Nu kom je weer terug bij de background: er is nooit een zuivere waarneming. Er zitten altijd
veel vooraanamens aan vast
• Heel kort: duhem-quine stelling:
o Duhem (1861-1916) en quine (1908-2000)
o Stelde dat experimentele toetsing altijd meerdere aannames bevat
o Meetinstrumenten zijn zelf gebaseerd op theorie, niet neutraal
o Kennis is een web van overtuigingen
o Je kunt een hypothese nooit op zichzelf testen → altijd amen met andere aannames
o Een falsificatie raakt het geheel: theorie + hulphypotheses + randvoorwaarden
o Weet je in een experiment wel element de hypothese heeft ontkracht
• Popper vs duhem-quine:
o Popper: wetenschap = falsifeerbare theorieën testen en verwerpen bij tegenbewijs
4