Deelnemingsvormen
- Medeplegen
- Medeplichtigheid – let op: geen dader, lagere straf (48, 49 Sr)
- Uitlokken
- Doen plegen – HR Veearts
Uitgangspunt: geen strafbaar feit zonder daderschap
- Inclusief functioneel daderschap:
HR IJzerdraad
o Beschikkingsmacht: machtssfeer
o Aanvaarden: betrachten nodige zorg
Terugkerende eisen (alle deelnemingsvormen) – zie ook in week 10
rechtspersonen
1. Accessoriteit
o Deelnemingsvormen staan niet op zichzelf, altijd verbonden aan een
delict
o Gedraging(en) moeten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de
verwezenlijking van het feit
o Medeplichtigheid ander accessoriteitsvereiste: art. 48 Sr – misdrijf.
2. Dubbel opzet (doleuze misdrijven)
o Opzet op de deelnemingshandeling (altijd, ongeacht of je te maken
hebt met overtreding, misdrijf, culpoos, doleus) = voorwaardelijk
opzet
o Opzet op het grondfeit (alleen doleuze misdrijven)
Medeplegen = je volgt opzetgradatie grondfeit
Medeplichtigheid = voorwaardelijk opzet voldoende
Doen plegen
1. Art. 47-1-1 Sr
2. Middellijke dader: doet plegen
Onmiddellijke dader: uitvoerder = straffeloos
Uitlokking
1. Art. 47-1-2 Sr
2. Opdrachtgever beweegt de ander tot het plegen van het delict
a. Psychische omslag
b. Door middel van aanbieden geld, geven informatie of verschaffen
van middelen
Medeplegen
1. Art. 47 Sr
2. HR Overzichtsarrest medeplegen – invulling gegeven aan medeplegen (zie
r.o.’s)
3. Accessoriteit
o Deelnemingsvormen staan niet op zichzelf, altijd verbonden aan een
delict strafbaar feit (kan ook overtreding zijn, behalve bij
medeplichtigheid)
, o Gedraging(en) moeten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de
verwezenlijking van het feit
o Medeplichtigheid ander accessoriteitsvereiste: art. 48 Sr – misdrijf.
4. Nauwe en bewuste samenwerking, waarbij de intellectuele/materiële
bijdrage van de deelnemer van voldoende gewicht moet zijn
a. Objectief: nauwe, volledige samenwerking – r.o. 3.1
i. Heeft de verdachte een wezenlijke (intellectuele/materiële)
bijdrage geleverd van voldoende gewicht aan de uitvoering
van het delict? – r.o. 3.2.1
1. Gezamenlijke uitvoering?
a. Uitvoeringshandeling: gedragingen waarmee je
een of meerdere bestanddelen van het grondfeit
hebt vervuld
b. Inwisselbaarheid van rollen
c. Aard van het delict (niet alle delicten, denk aan
een situatie waarbij een plan is opgezet en één
van de twee bijvoorbeeld de trekker heeft
overgehaald)
2. Geen gezamenlijke uitvoering? Bijv. indien
medeplichtigheidshandelingen, dus wel
ondersteunende rol en heeft het begaan van het delict
bevorderd
a. Gezichtspunten – r.o. 3.2.2
i. Intensiteit samenwerking
ii. Onderlinge taakverdeling
iii. Belang rol van verdachte in voorbereiding,
uitvoering of afhandeling delict
1. HR Containerdiefstal r.o. 6– lijfelijke
aanwezigheid is niet vereist
iv. Niet distantiëren
1. Je moet de mogelijkheid hebben
gehad om je te distantiëren en de
wetenschap hebben gehad dat er
een strafbaar feit werd uitgevoerd
2. Niet distantiëren komt op zichzelf
geen grote betekenis toe – r.o. 3.2.2
Tussenconclusie: er is voldaan aan de eisen van nauwe en volledige
samenwerking, dus de objectieve zijde is vervuld.
b. Subjectief: bewuste samenwerking – r.o. 3.1
i. Zijn alle bestanddelen van de delictsomschrijving door alle
deelnemers gezamenlijk gewild?
1. Dubbel opzet
a. Opzet op de deelnemingshandeling (altijd,
ongeacht of je te maken hebt met overtreding,
misdrijf, culpoos, doleus) = voorwaardelijk opzet
b. Opzet op het grondfeit (alleen doleuze
misdrijven)
i. Opzetgradatie grondfeit
Communicerende vaten: nauwe en bewuste samenwerking