HR IJzerdraad
Beschikkingsmacht: machtssfeer, aanvaarden: betrachten nodige zorg
- Benoem bij functioneel daderschap
Medeplegen
HR Overzichtsarrest medeplegen
R.o. 3.1 – nauwe en bewuste samenwerking
R.o. 3.2.1 – nauw: wezenlijke (intellectuele/materiële) bijdrage van voldoende
gewicht aan de uitvoering van het delict
R.o. 3.2.2 – geen gezamenlijke uitvoering? Kijk naar intensiteit samenwerking,
onderlinge taakverdeling, belang rol van verdachte in voorbereiding, uitvoering of
afhandeling delict, niet distantiëren
R.o. 3.2.2 – aan het niet distantiëren komt op zichzelf geen grote betekenis toe;
het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd
aan het delict
HR Containerdiefstal
R.o. 6 – lijfelijke aanwezigheid niet vereist
- Benoem bij medeplegen
HR Moord op advocaat
R.o. 3.3 – herhaling HR Overzichtsarrest medeplegen
R.o. 3.4 – verkenningen, gebracht, gewacht, weggebracht, teruggebracht: dit
duidt op aanwezigheid op belangrijke momenten en een actieve rol in de
uitvoering, samenwerking intensief en taakverdeling duidelijk
HR Zwijgen en bewijs van medeplegen
R.o. 2.3.1 – herhaling HR Overzichtsarrest medeplegen
R.o. 2.3.2 – indien in een dergelijk geval de verdachte zelf kort na de diefstal
wordt aangetroffen in omstandigheden die op betrokkenheid bij het strafbare feit
duiden, kan sprake zijn van een situatie waarin het uitblijven van een
aannemelijke verklaring van de verdachte van belang is
R.o. 2.3.3 – ook in onderhavige geval: wel kenmerkt door de omstandigheden,
geen contra-indicaties
Dus: hoewel geen direct bewijs van de diefstal aanwezig was, mocht het hof uit
de contextuele feiten (r.o. 2.4.1 – aanwezigheid kort na delict, vluchtgedrag,
inbrekerswerktuigen en gestolen goed in het voertuig), afleiden dat sprake was
van nauwe en bewuste samenwerking. Medeplegen kan dus ook indirect blijken.
Medeplichtigheid
HR Honden Peter
Medeplichtigheid door nalaten is mogelijk indien er een rechtsplicht bestaat om
in te grijpen: passieve medeplichtigheid.
R.o. 3.4 – verdachte had een rechtsplicht, doordat: huisgenoot, weerloosheid door
verdachte veroorzaakt, aanwezigheid
R.o. 3.6 – verdachte heeft het geweld opzettelijk toegelaten en heeft, gelet op de
aard van het geweld en de hem bekende deplorabele toestand van het
slachtoffer, zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat
, het slachtoffer door dat geweld zou komen te overlijden, zodat hij daaraan
medeplichtig is geweest
HR Geef het mes
R.o. 2.5.3:
Opzet hoeft niet gericht te zijn op precieze wijze waarop gronddelict wordt
begaan
Opzet op deel grondfeit voldoende mits opzet op dat deel voldoende verband
houdt met het gronddelict
Misdrijf waarop opzet van medeplichtige was gericht, vormt onderdeel
gronddelict (bijv. onder strafverzwarende omstandigheden)
Andere gevallen: aard gronddelict, aard gedraging medeplichtige en overige
omstandigheden van geval