1. INLEIDING
Politieke De constructie, verzending, ontvangst en verwerking van
communicatie berichten die potentieel een significante directe of indirecte
impact hebben op de politiek. (Graber)
Het gaat ook om de rol van communicatie in het politieke
proces in de breedste zin (zowel intern als extern). (Chaffee)
Driehoeksverhoud Het centrale model waarbij politieke communicatie altijd
ing draait om de interactie tussen drie actoren: politici, media en
het publiek (burgers).
Mediëring Het proces waarbij we een constructie maken van de
onwaarneembare realiteit omdat we de werkelijkheid zelden
direct waarnemen; de media fungeert hierbij als
tussenpersoon of kanaal.
Mediatisering Een langetermijnproces waarbij de politiek steeds meer wordt
vormgegeven door de medialogica en politieke actoren hun
gedrag aan deze logica aanpassen.
Political media Interacties tussen bepaalde kenmerken van een politiek
system systeem en media zorgen voor een bepaalde dynamiek (hoe
de politiek & media werken gaat vaak samen)
US exceptionalism Veel onderzoek uit de VS omtrent politieke communicatie,
maar eerder een outliner dan de standaard
2.POLITIEK NIEUWS
Politieke logica Een logica gericht op beleidsvorming, besluitvorming en
(historisch gezien) partijgebondenheid. Bestaande uit
partijlogica en partijdige logica.
Partijdige logica Relatie met de pers: waarbij men duidelijk een partij kiest.
Ging van formele banden en uitgesproken partijdigheid naar
informele banden en subtiele partijvoorkeur.
Partijlogica Relatie met de omroep: waarbij men de verschillende partijen
(aan de macht) respecteren en hypervoorzichtig zijn. Ging
van direct controle en extreme voorzichtigheid naar indirecte
controle, politieke benoemingen en een strijd om
voorzichtigheidsbeleid
Medialogica Een logica gebaseerd waarbij de wensen van de politiek niet
langer centraal staan maar deze van het publiek. Nieuws dat
men brengt moet belangrijk zijn, maar ook aanslaan. Hierbij
staan informele, ontzuilde relaties en uitgebreide, kritische
berichtgeving centraal. Er vond een verschuiving plaats van
politieke druk naar economische druk.
Gatekeeping Het proces waarbij de media een selectie maakt uit alle
gebeurtenissen om te bepalen wat 'nieuws' wordt. Een
zogenaamde Mr. Gates, maakte een selectie (onduidelijk hoe
hij dit deed)
Nieuwsproductie De actieve constructie van nieuws door journalisten, waarbij
de complexe werkelijkheid wordt vereenvoudigd via verhalen
en narratieve structuren.
Nieuwsroutines De dagelijkse gewoontes, werkcultuur en socialisatie op de
redactie die bepalen hoe nieuws tot stand komt.
Nieuwswaarden Eigenschappen die een gebeurtenis aantrekkelijk maken voor
, publicatie, zoals frequentie, nabijheid, conflict, negativiteit en
de status van de betrokken personen. Diverse criteria
opgesteld afhankelijk van onderzoeker en tijd
Affective news Nieuwe nieuwswaarde: belangrijk dat nieuws mensen
emotioneel raakt
Churnalism Het op grote schaal en goedkoop hergebruiken van
persberichten en bestaand bronmateriaal zonder eigen
onderzoek (Halperin & O’Neill)
Hegemonie Het concept (van Gramsci) dat de media de belangen van de
machthebbers weerspiegelen en zo de status quo behouden.
3. MEDIA-EFFECTEN
Spurious Begrip ikv de causaliteit van media-effecten, dat stelt dat
relationship hetgeen in de echte wereld gebeurt tegelijk het publiek en de
media beïnvloedt
Stimulus-response Ikv Almighty media fase: publiek ontvangt bericht en
model reageert direct zonder weinig weerstand
Two-step-model Ikv interpersoonlijke netwerken (minimal effects Hypothesis):
(Lazersfeld) het media-effect is geen rechtstreeks effect, maar het is
eerder de massamedia die opinieleiders (actieve volgers)
beïnvloedt en die mensen gaan dan anderen beïnvloeden
Spiral of Silence De theorie dat mensen hun afwijkende mening niet durven
(Neumann) uiten als zij denken dat er een andere dominante mening in
de samenleving heerst, wat die dominante mening verder
versterkt (Back to powerful mass media)
Sociaal Media geven mee betekenis aan onze sociale realiteit (fase 3)
construvisme
Cultivation Theory Het idee dat media op lange termijn onze beeldvorming van
(Gerbner) de werkelijkheid beïnvloeden (bijv. overschatting van
geweld). (fase 3)
Inadvertent Het toevallige publiek van nieuws, mensen die tijdens het
audience wachten op of na het kijken van hun
entertainmentprogramma het nieuws ook zien (fase 5)
Selective Mensen vermijden dissonante informatie, en zoeken enkel die
exposure info die hun mening/beeld versterken (fase 5)
Agenda-setting Het proces waarbij de media bepalen waarover het publiek
(publiek) nadenkt. Hoe meer aandacht voor een thema, hoe
belangrijker het publiek dit vindt
Issue salience Het belang dat men hecht aan een thema
(AS)
Issue position Hoe men zich positioneert ten aanzien van een thema (geen
(niet AS) focuspunt van AS)
Agenda-setting Het proces waarbij de media beïnvloeden waarover politici
(politiek) actie ondernemen en waarover zij debatteren
Priming Het effect waarbij de media-aandacht voor een specifiek
thema de criteria bepaalt waarop burgers politieke
kandidaten beoordelen.
Issue ownership Politici/partijen profileren zich op issues waar ze
(ikv priming) eigenaarschap hebben, om zo een positief effect te hebben
op de campagne
Framing Het aanbieden van een specifiek denkkader
Politieke De constructie, verzending, ontvangst en verwerking van
communicatie berichten die potentieel een significante directe of indirecte
impact hebben op de politiek. (Graber)
Het gaat ook om de rol van communicatie in het politieke
proces in de breedste zin (zowel intern als extern). (Chaffee)
Driehoeksverhoud Het centrale model waarbij politieke communicatie altijd
ing draait om de interactie tussen drie actoren: politici, media en
het publiek (burgers).
Mediëring Het proces waarbij we een constructie maken van de
onwaarneembare realiteit omdat we de werkelijkheid zelden
direct waarnemen; de media fungeert hierbij als
tussenpersoon of kanaal.
Mediatisering Een langetermijnproces waarbij de politiek steeds meer wordt
vormgegeven door de medialogica en politieke actoren hun
gedrag aan deze logica aanpassen.
Political media Interacties tussen bepaalde kenmerken van een politiek
system systeem en media zorgen voor een bepaalde dynamiek (hoe
de politiek & media werken gaat vaak samen)
US exceptionalism Veel onderzoek uit de VS omtrent politieke communicatie,
maar eerder een outliner dan de standaard
2.POLITIEK NIEUWS
Politieke logica Een logica gericht op beleidsvorming, besluitvorming en
(historisch gezien) partijgebondenheid. Bestaande uit
partijlogica en partijdige logica.
Partijdige logica Relatie met de pers: waarbij men duidelijk een partij kiest.
Ging van formele banden en uitgesproken partijdigheid naar
informele banden en subtiele partijvoorkeur.
Partijlogica Relatie met de omroep: waarbij men de verschillende partijen
(aan de macht) respecteren en hypervoorzichtig zijn. Ging
van direct controle en extreme voorzichtigheid naar indirecte
controle, politieke benoemingen en een strijd om
voorzichtigheidsbeleid
Medialogica Een logica gebaseerd waarbij de wensen van de politiek niet
langer centraal staan maar deze van het publiek. Nieuws dat
men brengt moet belangrijk zijn, maar ook aanslaan. Hierbij
staan informele, ontzuilde relaties en uitgebreide, kritische
berichtgeving centraal. Er vond een verschuiving plaats van
politieke druk naar economische druk.
Gatekeeping Het proces waarbij de media een selectie maakt uit alle
gebeurtenissen om te bepalen wat 'nieuws' wordt. Een
zogenaamde Mr. Gates, maakte een selectie (onduidelijk hoe
hij dit deed)
Nieuwsproductie De actieve constructie van nieuws door journalisten, waarbij
de complexe werkelijkheid wordt vereenvoudigd via verhalen
en narratieve structuren.
Nieuwsroutines De dagelijkse gewoontes, werkcultuur en socialisatie op de
redactie die bepalen hoe nieuws tot stand komt.
Nieuwswaarden Eigenschappen die een gebeurtenis aantrekkelijk maken voor
, publicatie, zoals frequentie, nabijheid, conflict, negativiteit en
de status van de betrokken personen. Diverse criteria
opgesteld afhankelijk van onderzoeker en tijd
Affective news Nieuwe nieuwswaarde: belangrijk dat nieuws mensen
emotioneel raakt
Churnalism Het op grote schaal en goedkoop hergebruiken van
persberichten en bestaand bronmateriaal zonder eigen
onderzoek (Halperin & O’Neill)
Hegemonie Het concept (van Gramsci) dat de media de belangen van de
machthebbers weerspiegelen en zo de status quo behouden.
3. MEDIA-EFFECTEN
Spurious Begrip ikv de causaliteit van media-effecten, dat stelt dat
relationship hetgeen in de echte wereld gebeurt tegelijk het publiek en de
media beïnvloedt
Stimulus-response Ikv Almighty media fase: publiek ontvangt bericht en
model reageert direct zonder weinig weerstand
Two-step-model Ikv interpersoonlijke netwerken (minimal effects Hypothesis):
(Lazersfeld) het media-effect is geen rechtstreeks effect, maar het is
eerder de massamedia die opinieleiders (actieve volgers)
beïnvloedt en die mensen gaan dan anderen beïnvloeden
Spiral of Silence De theorie dat mensen hun afwijkende mening niet durven
(Neumann) uiten als zij denken dat er een andere dominante mening in
de samenleving heerst, wat die dominante mening verder
versterkt (Back to powerful mass media)
Sociaal Media geven mee betekenis aan onze sociale realiteit (fase 3)
construvisme
Cultivation Theory Het idee dat media op lange termijn onze beeldvorming van
(Gerbner) de werkelijkheid beïnvloeden (bijv. overschatting van
geweld). (fase 3)
Inadvertent Het toevallige publiek van nieuws, mensen die tijdens het
audience wachten op of na het kijken van hun
entertainmentprogramma het nieuws ook zien (fase 5)
Selective Mensen vermijden dissonante informatie, en zoeken enkel die
exposure info die hun mening/beeld versterken (fase 5)
Agenda-setting Het proces waarbij de media bepalen waarover het publiek
(publiek) nadenkt. Hoe meer aandacht voor een thema, hoe
belangrijker het publiek dit vindt
Issue salience Het belang dat men hecht aan een thema
(AS)
Issue position Hoe men zich positioneert ten aanzien van een thema (geen
(niet AS) focuspunt van AS)
Agenda-setting Het proces waarbij de media beïnvloeden waarover politici
(politiek) actie ondernemen en waarover zij debatteren
Priming Het effect waarbij de media-aandacht voor een specifiek
thema de criteria bepaalt waarop burgers politieke
kandidaten beoordelen.
Issue ownership Politici/partijen profileren zich op issues waar ze
(ikv priming) eigenaarschap hebben, om zo een positief effect te hebben
op de campagne
Framing Het aanbieden van een specifiek denkkader