Toets stof overzicht
1. Ondernemingsrecht:
- Inleiding in het recht H11
2. Arbeidsrecht:
- Inleiding in het recht H12.3
- Arbeidsrecht Verheugd: H1.1 t/m 1.3
+ H2.1 t/m 2.8 en 2.10 (behalve kopjes
bemiddelingsovereenkomst en rechtsvermoeden bij
vastklikregeling)
+ H3.1 3.2 en 3.5 (t/m het kopje AVG in §3.5)
+ H5 (5.3 t/m kopje loon bij ziekte)
(§5.6 t/m kopje “loonsanctie”)
(§5.7 t/m kopje “ontbinding”)
(Alle overige paragrafen volledig van H5)
+ H8.1 t/m 8.8 (t/m kopje transitievergoeding in §8.8
3. Burgerlijk procesrecht
- Inleiding in het recht H10
Inhoudsopgave
Begrepen: Hoofdstuk 1 Arbeidsrecht in kaart..................................................3
§1.1 Inleiding.................................................................................................................. 3
§1.2 Korte historie........................................................................................................... 5
Begrepen: Hoofdstuk 2 De arbeidsovereenkomst.............................................6
§2.1 Inleiding.................................................................................................................. 6
§2.2 Belang arbeidsovereenkomst..................................................................................7
§2.3 De arbeidsovereenkomst........................................................................................8
§2.4 Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht............................................9
§2.5 Oproepovereenkomst............................................................................................ 11
§2.6 Uitzendovereenkomst...........................................................................................13
§2.7 Overige arbeidsrelaties......................................................................................... 14
§2.8 Aangaan en tot stand komen van de arbeidsovereenkomst..................................16
§2.10 Bijzondere gedingen in de arbeidsovereenkomst................................................17
Begrepen: Hoofdstuk 3 Rechten en verplichtingen werkgever en werknemer. .20
§3.1 Inleiding................................................................................................................ 20
§3.2 Goed werkgever- en werknemerschap..................................................................20
§3.5 Grondrechten van werknemers.............................................................................21
1
,Begrepen: Hoofdstuk 5 De arbeidsongeschikte werknemer............................22
§5.1 Inleiding................................................................................................................ 22
§5.2 Begrip arbeidsongeschiktheid...............................................................................23
§5.3 Hoogte en duur doorbetaling loon bij ziekte..........................................................23
§5.4 Controle en begeleiding........................................................................................24
§5.5 Weigeringsgronden (geen recht op loon)..............................................................25
§5.6 Re-integratie......................................................................................................... 27
§5.7 Ontslag tijdens ziekte............................................................................................27
§5.8 Bedrijfsongevallen en beroepsziekten...................................................................29
Begrepen: Hoofdstuk 8 Beëindiging vaan de arbeidsovereenkomst.................30
§8.1 Inleiding................................................................................................................ 30
§8.2 Beëindiging van rechtswege.................................................................................32
Inleiding in het Recht: Hoofdstuk 10 Burgerlijk Procesrecht...........................36
§10.1 Kenmerken van het burgerlijk procesrecht..........................................................36
§10.2 De bevoegdheid van de burgerlijke rechter........................................................37
§10.3 De dagvaarding................................................................................................... 38
§10.4 Het verzoekschrift............................................................................................... 39
§10.5 De procedure bij de burgerlijke rechter...............................................................40
§10.5.1 Het vonnis..................................................................................................... 40
§10.6 Het kort geding................................................................................................... 41
§10.7 De rechtsmiddelen..............................................................................................42
§10.8 De tenuitvoerlegging van vonnissen...................................................................43
§10.9 Andere vormen van geschiloplossing..................................................................44
Samenvatting............................................................................................................... 45
Kernbegrippen.............................................................................................................. 46
Inleiding in het Recht: Hoofdstuk 11 Ondernemingsrecht...............................47
§11.1 De onderneming.................................................................................................. 47
§11.2 Ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid....................................................48
§11.2.1 De eenmanszaak.......................................................................................... 48
§11.2.2 De maatschap............................................................................................... 48
§11.2.3 De vennootschap onder firma.......................................................................49
§11.2.4 De commanditaire vennootschap.................................................................49
§11.3 Ondernemingen met rechtspersoonlijkheid.........................................................49
§11.3.1 Algemeen...................................................................................................... 50
§11.3.2 De NV en de BV............................................................................................. 51
§11.3.2.1 Organen van de NV en de BV.....................................................................52
§11.3.3 De structuurvennootschap............................................................................53
§11.4 Andere rechtspersonen.......................................................................................53
2
, §11.4.1 De vereniging............................................................................................... 53
§11.4.2 De coöperatie............................................................................................... 54
§11.4.3 De onderlinge waarborgmaatschappij..........................................................54
§11.4.4 De stichting.................................................................................................. 54
Samenvatting............................................................................................................... 55
Kernbegrippen.............................................................................................................. 55
Repeteervragen............................................................................................................ 57
Inleiding in het Recht: Hoofdstuk 12 Arbeidsrecht.........................................57
§12.3 Collectief arbeidsrecht........................................................................................57
§12.3.1 Vakverenigingsrecht.....................................................................................57
§12.3.2 De collectieve arbeidsovereenkomst............................................................57
§12.3.3 Het recht op collectieve actie.......................................................................58
Arbeidsrecht Verheugd
Begrepen: Hoofdstuk 1 Arbeidsrecht in kaart
§1.1 Inleiding
Wat is arbeidsrecht?
Arbeidsrecht is een groot rechtsgebied dat regels geeft over werk en de
relatie tussen werkgever en werknemer.
Er zijn twee soorten arbeidsrecht:
1. Individueel arbeidsrecht
Gaat over de relatie tussen één werkgever en één werknemer.
2. Collectief arbeidsrecht
Gaat over afspraken tussen werkgeversorganisaties en
werknemersorganisaties (bijvoorbeeld vakbonden).
Het arbeidsrecht wordt niet alleen door Nederlandse regels bepaald, maar
ook door Europees en internationaal recht.
Individueel arbeidsrecht
Het individuele arbeidsrecht staat vooral in Boek 7 titel 10 van het
Burgerlijk Wetboek (BW).
Hierin staan regels over onder andere:
- De arbeidsovereenkomst
- Loon
- Vakantie en verlof
- Gelijke behandeling
- Rechten en plichten van werkgever en werknemer
- Bijzondere afspraken zoals:
- Proeftijd
- Concurrentiebeding
- Overgang van onderneming
3
, - Beëindiging van de arbeidsovereenkomst
- Uitzendovereenkomsten
Naast de wet spelen ook rechtspraak en jurisprudentie een belangrijke
rol.
Rechters vullen soms open normen in, zoals:
- Goed werkgeverschap
- Dringende reden
Ook andere delen van het Burgerlijk Wetboek kunnen gelden, zoals:
Boek 3 BW (rechtshandelingen)
Boek 6 BW (overeenkomstenrecht)
Maar als er een specifieke regel in Boek 7 staat, dan gaat die meestal voor
Belangrijkste rechtsbronnen
De belangrijkste regels in het individuele arbeidsrecht komen uit:
1. De wet
2. De cao (collectieve arbeidsovereenkomst)
3. De individuele arbeidsovereenkomst
In dit hoofdstuk wordt ook aandacht besteed aan:
- Collectief arbeidsrecht
- Europees en internationaal arbeidsrecht
Deze hebben invloed op de arbeidsrelatie tussen werkgever en
werknemer.
Collectief arbeidsrecht
Tot het collectieve arbeidsrecht behoren onder andere:
Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (Wet CAO)
→ regelt collectieve afspraken over arbeidsvoorwaarden.
Wet AVV
→ maakt het mogelijk om cao-regels verplicht te maken voor een hele
sector.
Wet op de ondernemingsraden (WOR)
→ regelt de rol van ondernemingsraden binnen bedrijven.
Daarnaast bestaan ook andere belangrijke wetten, zoals:
- Arbeidstijdenwet
- Arbeidsomstandighedenwet
- Wet melding collectief ontslag
Er zijn ook belangrijke adviesorganen:
- Sociaal-Economische Raad (SER)
- Stichting van de Arbeid (STAR)
Het hoofdstuk bespreekt ook de Europese en internationale invloed
op arbeidsrecht, bijvoorbeeld bij werknemers uit het buitenland die in
Nederland werken.
4