Management accounting
1 MCQ1
Welk type kosten worden per definitie ten laste genomen wanneer aangegaan?
[Which types of costs are by definition expensed when incurred?]
o Product kosten
o Directe kosten
o Periode kosten
o Inventariseerbare kosten
2 MCQ2
Wanneer de werkelijke verkoopmix verschuift naar een mix van producten met lagere
contributiemarges, zal het bedrijf een negatief effect ervaren op haar:
[When the actual sales-mix shifts toward a mix of products with lower contribution margins,
there will be negative effects on a firm's:]
o Verkoopmix en verkoophoeveelheid varianties
o Verkoophoeveelheid en verkoopvolume varianties
o Verkoopmix en verkoopvolume varianties
o Marktaandeel en verkoopvolume varianties
3 MCQ3
De termen ‘directe kosten’ en ‘indirecte kosten’ worden vaak gebruikt in cost accounting. Het
classificeren van een kost als direct of indirect hangt af van:
[The terms ‘direct cost’ and ‘indirect cost’ are commonly used in cost accounting. Classifying a
cost as either direct or indirect depends upon:]
o Het gedrag van de kosten in samenhang met volumeveranderingen.
o Of de kosten ten laste komen van de periode waarin zij gemaakt zijn.
o Of de kosten op een geschikte en economische wijze kunnen worden gerelateerd aan
een kostenobject.
o Of een uitgave onvermijdbaar is omdat deze niet veranderd kan worden ongeacht welke
actie ondernomen wordt.
4 MCQ4
Indien een bedrijf voor prijszetting gebruik maakt van de kost-plus methode, zal het ondervinden:
[If a company uses a cost-plus approach to pricing, it will find:]
o Dat er verschillende mogelijke kosten basissen zijn en, normaliter, hoe hoger de kost, hoe
hoger het mark-up percentage
o Dat er verschillende mogelijke kosten basissen zijn en, normaliter, hoe hoger de kost, hoe
lager het mark-up percentage
o Dat er slechts één mogelijke kostenbasis is, en dat er geen verband bestaat tussen de
hoogte van de kost en het gebruikte mark-up percentage.
o Dat er slechts één mogelijke kostenbasis is, en dat er geen mark-up percentage gebruikt
wordt bij de kost-plus methode.
o
5 MCQ5
Welke van de volgende stellingen over varianties is correct?
[Which of the following statements about variances is correct?]
, o De verkoopvolume variantie is te wijten aan het gebruik van een andere verkoopprijs dan
wat gebudgetteerd werd.
o De verkoopmix variantie is gunstig wanneer het werkelijke verkoopmix percentage lager
is dan het gebudgetteerde verkoopmix percentage.
o De verkoophoeveelheid variantie is ongunstig wanneer gebudgetteerde verkochte
eenheden de werkelijke verkochte eenheden overtreffen.
o De som van de verkoopmix variantie en de verkoophoeveelheid variantie is gelijk aan de
flexibele-budget variantie.
6 MCQ6
Welke van de volgende stellingen over return on investment (ROI) en residual income (RI) is
correct?
[Which of the following statements about return on investment (ROI) and residual income (RI) is
correct?]
o ROI heft voorkeur van managers omdat deze maatstaf hem er altijd toe zal leiden deze te
verhogen door te handelen in lijn met de strategische doelen van het bedrijf.
o Het gebruik van ROI om investeringen te selecteren zal voorkomen dat managers
rendabele investeringskansen afwijzen.
o Het voordeel van de RI benadering is dat deze gebruikt kan worden om de prestaties van
twee divisies van significant verschillende grootte betrouwbaar te vergelijken.
o De RI benadering moedigdt managers aan om investeringen na te streven die rendabel
en gewenst zijn vanuit het perspectief van het bedrijf.
7 MCQ7
Molly, Inc. overweegt om een van haar productlijnen te schrappen. De vaste kosten die
momenteel toegewezen worden aan deze productlijn zullen toegewezen worden aan andere
productlijnen na stopzetting. Welke financiële effecten doen zich voor wanneer de productlijn
wordt stopgezet?
[Molly, Inc. is considering eliminating one of its product lines. The fixed costs currently allocated
to the product line will be allocated to other product lines upon discontinuance. What financial
effect occurs if the product line is discontinued?]
o De totale vaste kosten van de onderneming zullen toenemen
o De totale vaste kosten zullen afnemen met het bedrag van de vaste kosten van de
productielijn.
o Netto winst zal afnemen met het bedrag van de vaste kosten van de productielijn
o Netto winst zal afnemen met het bedrag van de totale contributiemarge van de
opgeheven productielijn
8 MCQ8
Vul onderstaande zin aan met de correcte combinatie.
Een normaal kostensysteem in een productiebedrijf alloceert indirecte kosten op basis van het
________ indirecte kostentarief keer de _________ hoeveelheid van de kostenallocatiebasis.
[Complete the following sentence with the correct combination.
A normal costing system in a manufacturing company allocates indirect costs based on the
________ indirect-cost rate(s) times the _________ quantity of the cost-allocation base(s).]
o Gebudgetteerde; werkelijke
o Gebudgetteerde; gebudgetteerde
o Werkelijke; gebudgetteerde
1 MCQ1
Welk type kosten worden per definitie ten laste genomen wanneer aangegaan?
[Which types of costs are by definition expensed when incurred?]
o Product kosten
o Directe kosten
o Periode kosten
o Inventariseerbare kosten
2 MCQ2
Wanneer de werkelijke verkoopmix verschuift naar een mix van producten met lagere
contributiemarges, zal het bedrijf een negatief effect ervaren op haar:
[When the actual sales-mix shifts toward a mix of products with lower contribution margins,
there will be negative effects on a firm's:]
o Verkoopmix en verkoophoeveelheid varianties
o Verkoophoeveelheid en verkoopvolume varianties
o Verkoopmix en verkoopvolume varianties
o Marktaandeel en verkoopvolume varianties
3 MCQ3
De termen ‘directe kosten’ en ‘indirecte kosten’ worden vaak gebruikt in cost accounting. Het
classificeren van een kost als direct of indirect hangt af van:
[The terms ‘direct cost’ and ‘indirect cost’ are commonly used in cost accounting. Classifying a
cost as either direct or indirect depends upon:]
o Het gedrag van de kosten in samenhang met volumeveranderingen.
o Of de kosten ten laste komen van de periode waarin zij gemaakt zijn.
o Of de kosten op een geschikte en economische wijze kunnen worden gerelateerd aan
een kostenobject.
o Of een uitgave onvermijdbaar is omdat deze niet veranderd kan worden ongeacht welke
actie ondernomen wordt.
4 MCQ4
Indien een bedrijf voor prijszetting gebruik maakt van de kost-plus methode, zal het ondervinden:
[If a company uses a cost-plus approach to pricing, it will find:]
o Dat er verschillende mogelijke kosten basissen zijn en, normaliter, hoe hoger de kost, hoe
hoger het mark-up percentage
o Dat er verschillende mogelijke kosten basissen zijn en, normaliter, hoe hoger de kost, hoe
lager het mark-up percentage
o Dat er slechts één mogelijke kostenbasis is, en dat er geen verband bestaat tussen de
hoogte van de kost en het gebruikte mark-up percentage.
o Dat er slechts één mogelijke kostenbasis is, en dat er geen mark-up percentage gebruikt
wordt bij de kost-plus methode.
o
5 MCQ5
Welke van de volgende stellingen over varianties is correct?
[Which of the following statements about variances is correct?]
, o De verkoopvolume variantie is te wijten aan het gebruik van een andere verkoopprijs dan
wat gebudgetteerd werd.
o De verkoopmix variantie is gunstig wanneer het werkelijke verkoopmix percentage lager
is dan het gebudgetteerde verkoopmix percentage.
o De verkoophoeveelheid variantie is ongunstig wanneer gebudgetteerde verkochte
eenheden de werkelijke verkochte eenheden overtreffen.
o De som van de verkoopmix variantie en de verkoophoeveelheid variantie is gelijk aan de
flexibele-budget variantie.
6 MCQ6
Welke van de volgende stellingen over return on investment (ROI) en residual income (RI) is
correct?
[Which of the following statements about return on investment (ROI) and residual income (RI) is
correct?]
o ROI heft voorkeur van managers omdat deze maatstaf hem er altijd toe zal leiden deze te
verhogen door te handelen in lijn met de strategische doelen van het bedrijf.
o Het gebruik van ROI om investeringen te selecteren zal voorkomen dat managers
rendabele investeringskansen afwijzen.
o Het voordeel van de RI benadering is dat deze gebruikt kan worden om de prestaties van
twee divisies van significant verschillende grootte betrouwbaar te vergelijken.
o De RI benadering moedigdt managers aan om investeringen na te streven die rendabel
en gewenst zijn vanuit het perspectief van het bedrijf.
7 MCQ7
Molly, Inc. overweegt om een van haar productlijnen te schrappen. De vaste kosten die
momenteel toegewezen worden aan deze productlijn zullen toegewezen worden aan andere
productlijnen na stopzetting. Welke financiële effecten doen zich voor wanneer de productlijn
wordt stopgezet?
[Molly, Inc. is considering eliminating one of its product lines. The fixed costs currently allocated
to the product line will be allocated to other product lines upon discontinuance. What financial
effect occurs if the product line is discontinued?]
o De totale vaste kosten van de onderneming zullen toenemen
o De totale vaste kosten zullen afnemen met het bedrag van de vaste kosten van de
productielijn.
o Netto winst zal afnemen met het bedrag van de vaste kosten van de productielijn
o Netto winst zal afnemen met het bedrag van de totale contributiemarge van de
opgeheven productielijn
8 MCQ8
Vul onderstaande zin aan met de correcte combinatie.
Een normaal kostensysteem in een productiebedrijf alloceert indirecte kosten op basis van het
________ indirecte kostentarief keer de _________ hoeveelheid van de kostenallocatiebasis.
[Complete the following sentence with the correct combination.
A normal costing system in a manufacturing company allocates indirect costs based on the
________ indirect-cost rate(s) times the _________ quantity of the cost-allocation base(s).]
o Gebudgetteerde; werkelijke
o Gebudgetteerde; gebudgetteerde
o Werkelijke; gebudgetteerde