Week 1
College week 1
Bij de zaak van het vreugdevuur was er een convenant, dit was een soort
intentieverklaring, een soort afspraak. Verder was er niets. Er had moeten zijn:
- Vergunning
- Ontheffing
- Gedoogbesluit
- Windmill toepassen
Verpubliekrechtelijking van het privaatrecht betekent dat regels, beginselen en doelen
uit het publiekrecht (het recht dat de overheid en haar bevoegdheden regelt) in
toenemende mate binnendringen in het privaatrecht (het recht dat de verhoudingen
tussen burgers en bedrijven onderling regelt).
Er is een strikte scheiding tussen publiek en privaatrecht. Dit wordt ook wel de magische
lijn genoemd. Het privaat en publiekrecht zijn twee zelfstandige rechtssferen.
Er was de industrialisatie, toen kwam WO1 en WO2, daarna kwam de opkomst van de
verzorgingsstaat (de overheid moet meer de touwtjes in handen gaan hebben) en hierna
kwam pas de ontwikkeling van het bestuursrecht.
Scholten schreef dit in 1962
Privaatrecht → is het (al)gemene recht
Publiekrecht → is het bijzonder recht dat aan het gemene recht derogeert
Scholten was van mening dat beide gebieden te beschouwen zijn als recht. Er is geen
hiërarchie en ze hadden dezelfde aard.
1. Gemene rechtsleer:
Daar waar het publiekrecht ontbreekt, fungeert het privaatrecht als vangnet.
Van der hoeven: de magische lijn, 1970
,Er is geen goede of principiële reden meer voor onderscheid publiekrecht en
privaatrecht. Voor de vraag naar het toepasselijke recht is de aard van de handeling van
belang. Bepalend is of er sprake is van de vervulling van een publieke taak. Is de
handeling niettemin privaatrecht, dan toch het publiekrechtelijke invloed gebruik.
Het toepasselijk recht = gemengd recht.
De rechters hebben hier ook geholpen om een onderscheid te maken.
→ Amsterdam/ IKON: dit gaat over de toetsing van privaatrechtelijk overheidsoptreden
aan ongeschreven algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Niet lang na IKON kwam er een nieuw burgerlijk wetboek.
• Art. 3:14 BW:
Een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden
uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht.
Rasti Rostelli: het gaat hier over de toetsing van privaatrechtelijk overheidsoptreden aan
grondrechten.
De Awb wetgever heeft hier ook een rol op de ontwikkeling gespeeld.
• Art. 3:1, tweede lid, Awb:
Op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 3.2 tot en
met 3.4 van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de handelingen zich
daartegen niet verzet.
2. Gemengde rechtsleer
Er kwam een uitbreiding van de gemene rechtsleer. Omdat er een principiële scheiding
ontbreekt, is het mogelijk dat het toepasselijke recht een gemengde herkomst heeft.
,Awb wetgever (MvT 4e trache, 2003/04
De regels uit het BW en bestuursrecht hebben een eigen aard en zijn geschreven voor
een specifieke rechtsverhouding. Niettemin moeten nodeloze verschillen tussen beide
rechtsgebieden worden vermeden.
Doctrine:
Jaren 90: Tak → Invullende rechtsleer
Jaren 10: van Ommeren & Scheltema’s: gemeenschappelijke rechtsleer
3. Gemeenschappelijke rechtsleer
Uitgangspunten:
• Bestuursrecht en privaatrecht zijn naast elkaar staande rechtsgebieden
• Convergentie is zeer gewenst. Gemeenschappelijk waar dat kan.
Algemene rechtsgebied overschrijdende beginselen zijn de bron van al het recht. Ook
als ze al in het privaatrecht zijn gecodificeerd.
Welke beginselen:
- Hij die iets zonder rechtsgrond heeft betaald, is gerechtigd dit terug te vorderen.
- Hij die een ander schade toebrengt, dient deze te vergoeden.
Er is dankzij de rechters gemeenschappelijk recht gekomen.
Ondanks dat blijft het uitgangspunt:
Twee rechtsgebieden met volstrekt verschillende karakteristieken:
• Privaatrecht is ontwikkeld voor verhoudingen tussen burgers onderling
• Publiekrecht is ontwikkeld voor de verhouding overheid en burger
De grens tussen het publiekrecht en het privaatrecht vervaagt.
• Bestuursrecht:
Ontwikkeling van de rechtsbescherming
Wederkerige rechtsbetrekkingen in de Awb
• Privaatrecht:
Verhoudingen tussen partijen zijn niet altijd gelijk
, Er is een ontwikkeling van de rechtsbescherming
De regels van good governance gelden ook voor ondernemingen
Er vindt een verschuiving van overheidstaken plaats naar de private sector, waardoor:
- Bestuur van rechtspersoon voor zijn publieke handelingen wordt beschouwd als
bestuursorgaan (rechtsbescherming).
- Burger ten over staan van zo’n rechtspersoon in dezelfde verhouding staat als ten
overstaande van de overheid.
Wat is de stand van zaken anno 2026?
De overheid mag privaatrecht gebruiken mits de eventuele publiekrechtelijke weg niet
exclusief bedoeld is. Doorkruisingsformule. En zij daarin het publiekrechtelijke
normenstelsel in acht neemt. (artikel 3:14 BW en of artikel 3:1:2 Awb.)
4. Is er gemeenschappelijk recht?
→ Handeling met een beoogd rechtsgevolg.
Privaatrecht: rechtshandeling → Artikel 3:32 BW
Bestuursrecht: rechtshandeling → Artikel 1:3 lid 1 Awb
→ Recht te procederen/ nakoming te vorderen
Privaatrecht: artikel 3:296 BW
Bestuursrecht: geen reactie op (aan)vraag?
Appellabel → artikel 6:2 sub b Awb
Anders → Civiele rechter via art 6:162 BW
Bestuursrecht: wel reactie maar je bent niet het eens met de inhoud?
Artikel 8:1 jo. artikel 7:1 Awb.
→ Schade dient door de veroorzaker te worden vergoed
Privaatrecht: contractuele aansprakelijkheid: artikel 6:74 BW
Buitencontractuele aansprakelijkheid: artikel 6:162 BW
Bestuursrecht: schadeoorzaak appellabel: artikel 8:88 Awb
Schadeoorzaak niet appellabel: artikel 6:162 BW
→ Rechtshandelingen kunnen worden vernietigd
Privaatrecht: mits vernietigingsgrond
Bijvoorbeeld: artikel 3:32 BW, 3:34 BW, 3:40 BW, 3:44 BW, 6:228 BW
Door partij of rechter
Terugwerkende kracht
Bestuursrecht: mits het beroep gegrond is
Bijvoorbeeld strijd met de wet, met abbb, wegens onbevoegdheid bestuursorgaan
Door de rechter. Deze kan zijn uitspraak in de plaats laten treden. Artikel 8:72 lid 3
sub b Awb.
→ Gerechtvaardigd vertrouwen wordt gehonoreerd
Privaatrecht: wilsvertrouwensleer: artikel 3:33 BW, 3:34 BW, 3:35 BW
Zelfs schijn van artikel 3:61 lid 2 BW