Inleiding - week 1
Waarom strafrecht?
Het strafprocesrecht draait om ‘de verdachte’.
Dit is degene die iets zou hebben gedaan dat niet is toegestaan volgens de wet.
➔ Een misdrijf en/of overtreding gepleegd.
Kenmerk Wet in formele zin (Sv) Wet in materiele zin (Sr)
Definitie Gemaakt door regering + Bevat algemene regels
Staten-Generaal (normen) voor herhaalde
toepassing
Maker Formele wetgever Kan ook lagere overheid zijn
(provincie / gemeente)
Vorm Altijd een wet (in formele zin) Kan allerlei besluiten zijn
(verordening / AMvB)
Voorbeeld Sr APV / verkeersregels in AMvB
Het legaliteitsbeginsel
Art. 1 Sv: ‘Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien’
Dat de te volgen strafprocedure in de wet terug te vinden moet zijn.
Het arrest HR: Muilkorf, hoort bij het legaliteitsbeginsel
Wat is ‘strafvordering’?
Strafvordering = het geheel van wettelijke regels over opsporing, vervolging en berechting
van strafbare feiten.
Het gaat dus niet om wat strafbaar is (dat is strafrecht), maar hoe de overheid iemand opspoort,
vasthoudt, onderzoekt, vervolgt en berecht.
➡️ Denk aan bevoegdheden van politie en OM, rechten van de verdachte, regels over bewijs,
aanhouding, huiszoeking, voorlopige hechtenis, zittingen, enz.
Wat wordt bedoel met ‘bij wet’?
Als iets ‘bij wet’ moet worden geregeld in het kader van strafvordering, betekent dit:
➡️ Alleen in een formele wet (Wetboek van Strafvordering of andere formele wet) mag de
bevoegdheid worden toegekend.
Dus:
• Opsporingsbevoegdheden (zoals fouilleren, huiszoeking, telefoontap) moeten een
wettelijke grondslag hebben.
• De wet moet duidelijk aangeven: wie bevoegd is, wanneer en hoe ver die bevoegdheid
mag gaan.
Dit beschermt burgers tegen willekeurig optreden van politie/OM.
1
,Doel van het legaliteitsbeginsel?
geen opsporingshandeling zonder wettelijke basis.
Voorbeelden van doelen:
• Bescherming tegen willekeurig overheidsoptreden bij opsporing en vervolging.
• Rechtszekerheid: burgers (en politie/OM) weten welke regels gelden tijdens
strafrechtelijk onderzoek.
• Voorkomen dat opsporingsbevoegdheden worden verzonnen zonder wettelijke
basis.
Het arrest: Muilkorf is bij het legaliteitsbeginsel van toepassing
HR Muilkorf
De eigenaar van de hond handelde in strijd met art. 214 lid 2 van de (toenmalige) APV van de
gemeente Bergen op Zoom.
Maar.. Dit betrof een regel van strafprocesrecht (formeel strafrecht) en dit mag alleen in een wet
in formele zin worden geregeld.
Dus: OVAR
Delictsomschrijving is de omschrijving van een delict dus bijv doodslag. En de bestanddelen
zijn dus de rechtsvoorwaarden.
Vervolgingsbeletselen: verjaring, overlijden,
Actoren: rechter, verdachte, officier van justitie, advocaat, politie
Opportuniteitsbeginsel
Het openbaar ministerie gaat in het strafrecht over de vervolging. Zij
hebben het zogenoemde ‘vervolgingsmonopolie’; Art. 124 Wet RO
Per zaak zal de OvJ (officier van justitie) bekijken of het opportuun is
om in die zaak een vervolging te starten -> het opportuniteitsbeginsel;
Art. 167 lid 2 Sv
Zo niet? -> sepot
Wat valt er onder het paraplubegrip strafrecht?
- Formeel strafrecht / strafprocesrecht
- Materieel strafrecht
- Bijzonder strafrecht
- Penitentiair strafrecht
- Internationaal strafrecht
Belangrijke uitgangspunten
- vervolgingsmonopolie = alleen het OM mag vervolgen
- Opportuniteitsbeginsel = Of er vervolgd gaat worden.
- Onschuldpresumptie = onschuldig tot dat het is bewezen (art. 6 lid 2 EVRM)
2
,Belangrijke beginselen van behoorlijke strafrechtspleging
o Vertrouwensbeginsel = de verdachte moet er op kunnen vertrouwen op info en
toezeggen van de politie en OvJ.
o zuiverheid van oogmerk / détournement de pouvoir = je alleen gebruik mag maken van
je bevoegdheid voor het doel waarvoor die bevoegdheid is gegeven.
o Verbod van willekeur/gelijkheidsbeginsel = 2 mensen die een authentieke situatie
hebben. De een krijgt een straf en de ander niet.
Opdracht 2
Welk beginsel van behoorlijke strafrechtspleging speelt er bij onderstaande situaties (en is
mogelijk geschonden)? Benoem per situatie het bijbehorende beginsel.
Situatie 1: De officier van justitie belooft Henk dat hij hem niet zal vervolgen. Een week later
besluit de officier om Henk toch te vervolgen.
Vertrouwensbeginsel
Situatie 2: De officier van justitie vraagt politieagenten om een alcoholcontrole op te zetten op
een zaterdagavond vlakbij een drukke kroeg. Dit is waar zijn Poolse buurman (waar de officier
altijd ruzie mee heeft) altijd wat gaat drinken op de zaterdagen. De politieagenten moeten alle
mannen met een Oost-Europees uiterlijk controleren (laten blazen). Anderen mogen doorrijden.
Zuiverheid van oogmerk
Situatie 3: Youri en Ahmed hebben samen een winkeldiefstal gepleegd. Zij hebben allebei
precies dezelfde handelingen verricht: een blikje Red Bull uit de Albert Heijn in hun jaszak
gestopt. Zij hebben allebei niet eerder strafbare feiten gepleegd en hebben verder geen
achterliggende problemen (geen verslavingen, psychische problemen enz.). Youri krijgt een
week gevangenisstraf, Ahmed krijgt een geldboete van €250,-.
Verbod van willekeur/gelijkheidsbeginsel
Rechterlijk beslissingsmodel – week 1
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel – wet in formele zin (staten generaal en regering) tenzij Art. 3
politiewet
Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel – gemeentelijk en provinciaal niveau kunnen ook een straf
geven.
3
, Verschil: strafrechtelijk mogen ook lagere overheden een straffen uitgeven
Strafvordering mag alleen Sg en regering
Als een zaak bij HR komt de zaak eerst bij de A-G (advocaten generaal) die een advies geeft een
de hoge raad
De conclusie van de hoge raad begint in het arrest bij de zin De Hoge Raaf enz.
O. is overwegende. Ik kijk naar dit en ik vind er van…
Art. 348 Sv: voorvragen / formele vragen = administratieve vragen (vier vragen)
Art.350 Sv: hoofdvragen / materiele vragen = inhoudelijke vragen (vier vragen)
De volgorde van de vragen is altijd hetzelfde
Vraag Vraag uit art. 348 Sv Antwoord uit art. 349 Sv
1 Is de dagvaarding geldig? (art. 261 Sv) Ja -> door naar vraag 2
Nee -> dagvaarding nietig
2 Is de rechter bevoegd? Ja -> door naar vraag 3
Nee -> rechtbank onbevoegd
3 Is het openbaar ministerie Ja -> door naar vraag 4
ontvankelijk? Nee -> OM niet-ontvankelijk
4 Is er een reden voor schorsing van de Ja -> schorsing van de vervolging
vervolging? Nee -> door naar de hoofdvragen
Voorvragen – administratieve vragen
Voorvraag 1: geldigheid dagvaarding
Wanneer is de dagvaarding nietig?
- De dagvaarding voldoet niet aan de eisen van art. 261 Sv
- De dagvaarding is onjuist betekent. Vb het is verzonden
Geldigheid van de dagvaarding
Art. 261 lid 1 en 2 Sv!
In de tenlastelegging moet staan:
- Datum (de wet zegt ‘tijd’)
- Plaats
- Opgave van het feit (welk feit wordt hier tll gelegd?)
- Omstandigheden (wat is er feitelijk gebeurd?)
- wettelijke voorschriften
(hierdoor kan de verdachte zich voorbereiden)
- Ontbreekt er iets, is de dagvaarding nietig
Art. 36a Sv en verder ==> de betekening van de dagvaarding
Het liefst krijgt de verdachte de dagvaarding wordt de dagvaarding aan
de verdachte zelf uitgereikt! De akte van uitreiking zorgt ervoor dat de rechter de betekening kan
'checken'
4