Week 2: Seksuele ontwikkeling en seksueel gedrag: Biologisch perspectief
Hoe kan worden verklaard dat een embryo zich soms ontwikkelt
tot meisje en soms tot jongen?
Het biologische geslacht wordt bepaald door de geslachtschromosomen.
Een eicel bevat altijd een X-chromosoom, terwijl een zaadcel een X- of Y-
chromosoom bevat. Een XX-embryo ontwikkelt zich meestal automatisch
in vrouwelijke richting, terwijl een XY-embryo door genen op het Y-
chromosoom testes ontwikkelt. Deze testes produceren testosteron en
AMH, waardoor mannelijke geslachtsorganen ontstaan en vrouwelijke
structuren worden onderdrukt.
Soms is een kind genetisch vrouwelijk maar lijken de uitwendige
geslachtskenmerken mannelijk. Hoe kan dat?
Dit kan ontstaan wanneer een XX-embryo tijdens de zwangerschap wordt
blootgesteld aan hoge concentraties testosteron, bijvoorbeeld door
congenitale bijnierhyperplasie (CAH). Hierdoor ontwikkelen de uitwendige
genitaliën zich gedeeltelijk in mannelijke richting. Het omgekeerde kan
ook voorkomen: een XY-kind kan ongevoelig zijn voor testosteron,
waardoor de genitaliën juist vrouwelijk lijken. Tegenwoordig wordt
geadviseerd terughoudend te zijn met niet-noodzakelijke operaties, zodat
het kind later zelf kan meebeslissen.
Waarom verschillen mensen in seksuele oriëntatie?
Seksuele oriëntatie lijkt het resultaat van een combinatie van genetische,
hormonale en omgevingsfactoren. Tweelingonderzoek laat zien dat
eeneiige tweelingen vaker dezelfde oriëntatie hebben dan twee-eiige
tweelingen, wat wijst op genetische invloed. Daarnaast zijn er
aanwijzingen dat prenatale blootstelling aan testosteron invloed heeft op
de ontwikkeling van seksuele circuits in de hersenen. Het college
benadrukt echter dat seksuele oriëntatie waarschijnlijk niet door één gen
of één hersengebied wordt bepaald en beter gezien kan worden als een
continuüm dan als een strikte categorie.
Hoe kan worden verklaard dat iemand zich man voelt terwijl zij
biologisch vrouw is?
Genderidentiteit ontstaat waarschijnlijk door een complexe interactie
tussen biologische aanleg en omgevingsinvloeden. Rond de leeftijd van
twee à drie jaar ontwikkelen kinderen een kern-genderidentiteit.
Onderzoek laat zien dat genderidentiteit niet volledig door opvoeding
wordt bepaald, maar ook niet volledig biologisch vastligt. Bij
genderdysforie ervaren mensen een sterke discrepantie tussen hun
, ervaren gender en hun lichamelijke kenmerken, wat kan leiden tot afkeer
van het lichaam en de wens om als het andere geslacht te leven.
Hoe stimuleren hormonen seksuele honger?
Geslachtshormonen beïnvloeden hersengebieden die betrokken zijn bij
seksuele motivatie, zoals delen van de hypothalamus. Vooral testosteron
speelt een belangrijke rol bij libido en seksuele interesse. Zowel mannen
als vrouwen produceren testosteron, waardoor het effect niet uitsluitend
mannelijk is. Verhoging van testosteron kan daarom bij beide seksen
leiden tot meer seksuele motivatie, hoewel de effecten per persoon
verschillen.
Spelen geslachtshormonen een rol bij embryonale differentiatie of
alleen bij de puberteit?
Geslachtshormonen spelen een rol in beide fasen. Tijdens de embryonale
ontwikkeling zorgen testosteron, DHT en AMH voor de ontwikkeling van
mannelijke geslachtsorganen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat
prenatale hormonen ook invloed hebben op de ontwikkeling van
hersencircuits die betrokken zijn bij genderidentiteit en seksuele
oriëntatie. Tijdens de puberteit zorgen dezelfde hormonen vervolgens voor
de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken zoals borstgroei,
baardgroei en stemverlaging.
Zou er een biologische basis kunnen zijn voor verschillen in
spelgedrag tussen kinderen?
Ja. Onderzoek laat zien dat hogere prenatale testosteronspiegels
samenhangen met actiever en meer fysiek spelgedrag. Ook meisjes met
CAH spelen gemiddeld vaker met speelgoed dat cultureel als
"jongensspeelgoed" wordt gezien. Tegelijkertijd benadrukt het college dat
sociale invloeden belangrijk blijven en dat verschillen binnen jongens en
binnen meisjes groter zijn dan de gemiddelde verschillen tussen beide
groepen. Daarom ontstaat spelgedrag waarschijnlijk uit een combinatie
van biologische en sociale factoren.
Hoe kan faalangst seksuele opwinding remmen en wat kun je
eraan doen?
Seksuele opwinding wordt grotendeels aangestuurd door het
parasympathische zenuwstelsel. Faalangst activeert juist het
sympathische zenuwstelsel, dat betrokken is bij stress en vecht-of-
vluchtreacties. Hierdoor wordt de bloedtoevoer naar de geslachtsorganen
geremd en neemt seksuele opwinding af. Masters en Johnson
ontwikkelden hiervoor de techniek "sensate focus", waarbij de nadruk ligt
op aanraking en plezier in plaats van prestatie, waardoor de angst
afneemt.
Verdwijnt seksuele lust bij vrouwen na de menopauze?