Vakantie- en verlofvormen
Kernwoorden Notities
Vakantieverlof Art. 7:634 t/m 7:645 BW
Welke werknemer: de werknemer die gedurende het hele jaar of een deel
van dat jaar recht op loon heeft gehad.
Wettelijke vakantiedagen:
Duur vakantie:
1. Een verlof van minimaal per jaar vier maal de overeengekomen
arbeidsduur per week in dagen of uren.
2. Een verlof van minimaal een evenredig gedeelte als dat de
werknemer zou hebben gehad als hij gedurende het gehele jaar
recht had op loon over de volledige overeengekomen arbeidsduur.
Bovenwettelijke vakantiedagen: de individuele arbeidsovereenkomst of de
cao kan vakantiedagen vaststellen boven het minimumaantal wettelijke
vakantiedagen.
Loondoorbetaling: de werknemer behoudt gedurende zijn vakantie recht
op loon.
Zwangerschaps- en Art. 3:1 t/m 3:31 WAZO
bevallingsverlof
Welke werknemer: de vrouwelijke werknemer die zwanger of bevallen is.
Duur verlof:
1. Een zwangerschapsverlof van zes weken
2. Een bevallingsverlof van tien weken
Uitkering: de werknemer heeft recht op een uitkering van het dagloon per
dag.
Calamiteiten- en ander kort Art. 4:1 t/m 4:7 WAZO
verzuimverlof
Welke werknemer: de werknemer die zijn arbeid niet kan verrichten
wegens:
1. onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking
van de arbeid vergen;
2. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden;
3. wettelijke verplichtingen;
4. Uitoefening van actief kiesrecht.
Duur verlof: een verlof van een korte naar billijkheid te berekenen tijd.
Loondoorbetaling: de werknemer heeft recht op verlof met behoud van
loon.
Geboorteverlof Art. 4:2 t/m 4:7 WAZO
Welke werknemer: de werkgever die de echtgenoot, de geregistreerde
partner of ongehuwd samenwonend is met de bevallen werknemer.
Duur verlof: een verlof van vier weken vanaf de eerste dag na de bevalling.
Kernwoorden Notities
Vakantieverlof Art. 7:634 t/m 7:645 BW
Welke werknemer: de werknemer die gedurende het hele jaar of een deel
van dat jaar recht op loon heeft gehad.
Wettelijke vakantiedagen:
Duur vakantie:
1. Een verlof van minimaal per jaar vier maal de overeengekomen
arbeidsduur per week in dagen of uren.
2. Een verlof van minimaal een evenredig gedeelte als dat de
werknemer zou hebben gehad als hij gedurende het gehele jaar
recht had op loon over de volledige overeengekomen arbeidsduur.
Bovenwettelijke vakantiedagen: de individuele arbeidsovereenkomst of de
cao kan vakantiedagen vaststellen boven het minimumaantal wettelijke
vakantiedagen.
Loondoorbetaling: de werknemer behoudt gedurende zijn vakantie recht
op loon.
Zwangerschaps- en Art. 3:1 t/m 3:31 WAZO
bevallingsverlof
Welke werknemer: de vrouwelijke werknemer die zwanger of bevallen is.
Duur verlof:
1. Een zwangerschapsverlof van zes weken
2. Een bevallingsverlof van tien weken
Uitkering: de werknemer heeft recht op een uitkering van het dagloon per
dag.
Calamiteiten- en ander kort Art. 4:1 t/m 4:7 WAZO
verzuimverlof
Welke werknemer: de werknemer die zijn arbeid niet kan verrichten
wegens:
1. onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking
van de arbeid vergen;
2. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden;
3. wettelijke verplichtingen;
4. Uitoefening van actief kiesrecht.
Duur verlof: een verlof van een korte naar billijkheid te berekenen tijd.
Loondoorbetaling: de werknemer heeft recht op verlof met behoud van
loon.
Geboorteverlof Art. 4:2 t/m 4:7 WAZO
Welke werknemer: de werkgever die de echtgenoot, de geregistreerde
partner of ongehuwd samenwonend is met de bevallen werknemer.
Duur verlof: een verlof van vier weken vanaf de eerste dag na de bevalling.