Stress: stress is een heel functionele reactie en is bedoeld om je in staat te stellen om jezelf in
veiligheid te brengen door te vechten, te vluchten of te bevriezen (Flight, Fight, Freeze).
Lichamelijke en psychische reactie op een uitdaging of een bedreigende situatie (=DE
STRESSOR). Hierbij speelt de cognitieve beoordeling een grote rol.
EUSTRESS
Wakker en scherp
Betere fysieke en cognitieve prestaties
DISTRESS
Stress te hevig is of langdurig
Meer fouten, slechtere prestaties
7 Copingstijlen
Beschrijven hoe iemand omgaat met stressvolle situaties.
1 Probleem aanpakken/confronteren: Direct ingrijpen als er moeilijkheden zijn".
-Analyseren en problemen oplossen
-situatie van alle kanten bekijken
2 Passief/ depressief worden: Vastlopen in problemen, piekeren en jezelf de schuld geven.
3 sociale steun zoeken: Troost en hulp vragen aan anderen.
4 Palliatieve reactie (afleiding): Jezelf richten op andere zaken, zoals hobby's of werk, om niet aan het
probleem te denken.
5 Expressie van emoties: Frustraties, boosheid of verdriet openlijk tonen.
6 Geruststellende gedachten: Jezelf overtuigen dat het goed komt of dat het erger kan.
7 Vermijden/afwachten: Het probleem negeren of passief laten rusten.
Leefstijl
Goede gewoonten (gedrag) die bijdragen aan kwaliteit van leven en gezonde gezondheid. Denk aan
leefstijl aan concreet aan slaapgedrag, voeding, het gebruik van genotsmiddelen als roken, alcohol en
drugs, aan seksualiteit, relaties, zonnebaden, lichaamsbeweging – dat zijn de belangrijkste
componenten.
Gedragsintentie
, Het voornemen, het besluit maken van iets. Er is altijd een wil van wat ik wil gaan doen. Dat wil
zeggen dat het voor een gedragsverandering nodig is dat iemand die ook wil, dus de bedoeling, de
intentie heeft om te veranderen.
Attitude
Houding ten aanzien van het gedrag. Daar zit een cognitieve component aan. Je hebt er bepaalde
gedachten bij: voorstellingen, opvattingen, meningen, oordelen. De cognitieve component: de
gedachten die je hebt. De affectieve component: je gevoel positief of negatief oordelen. Het is ook
nog zo dat je positieve en negatieve gevoelens en gedachten tegelijk kan hebben.
Subjectieve norm
Hoe verhoud jij je tegenover de norm in de groep? De subjectieve norm is de eigen opvatting over
wat anderen normaal lijken te vinden. Het begint met iets dat je meent te weten: zo denken anderen
erover. Dan zie je of je hoort anderen er zo over praten, zo kom je aan je opvatting. Maar hoe
belangrijk, hoe maatgevend je dat vindt wat anderen doen of denken, dat bepaal je zelf, dat is je
subjectieve norm.
Self effficacy/ zelfeffectiviteit
Hoeveel vertrouwen heb jij in je eigen vermogen om dit ene specifieke gedrag aan te gaan? (De
verwachting). Dit is de verwachting van iemand dat hij in staat zal zijn het gewenste gedrag te
realiseren.
Geanticipeerde spijt/ morele verplichting
Kun je je voorstellen dat je in de toekomst spijt kan hebben van je gedrag? Dit betekent dat iemand
voor een verandering van gedrag onder andere gedreven wordt door zich voor te stellen dat hij later
spijt zal krijgen als hij niet verandert. Bijvoorbeeld: als ik nu niet begin met het regelmatig bewegen,
dan zal ik daar later spijt van krijgen. Morele verplichting: dat je het accepteert of toegeeft en dat je
weet dat er een verandering nodig is. Dit betekent dat mensen zich voor verandering van hun gedrag
gedwongen voelen door morele overweging: ik behoor dat te doen. Bijvoorbeeld: niet roken om je
kinderen geen slecht voorbeeld te geven. Het gaat hierbij om juist en onjuist, goed en kwaad.
Risico- inschatting
Hoe hoog je de kans schat dat het mis gaat? Of goed of fout is? Dit is een veranderingsprikkel die
gebaseerd is op angst. Angst voor wat er kan gebeuren als het gedrag niet verandert. Ik ben bang
een groot risico te lopen als ik niet verander- dat gevoel. Iemand kan overigens wel inzien met
zijn verstand, dat niet veranderen riskant is, maar er gevoelsmatig niet erg door geraakt worden: “Ja,
van roken kan je kanker krijgen, maar och, je moet toch ergens dood aan gaan. Risico- inschatting
heeft een rationeel en een emotioneel aspect.
Kennis
Het weten van iets bijvoorbeeld over de tolerantie. Kennis is in belangrijke mate een noodzakelijke
voorwaarde. Het is jammer genoeg geen voldoende voorwaarde, want kennis kun je negeren.
Bijvoorbeeld: op elk pakje sigaretten staat zeer negatieve informatie. Toch worden ze gekocht.
Bewustzijn
Zelf de link kunnen leggen en de verbanden kunnen leggen over hoe jij je voelt en gedrag.
Persoonlijkheid
Hoe je kwa persoonlijkheid bent. Mensen verschillen. De Big Five noemt vijf eigenschappen die bij
mensen variëren.