Tentamenoverzicht
Farmacologie / Psychofarmacologie
College 1 t/m 12 - samenvatting op basis van leerdoelen en slides
Doel: snel kunnen herhalen wat je moet kennen, begrijpen en toepassen in tentamenvragen. Focus ligt op
mechanismen, aangrijpingspunten van medicatie, bijwerkingen en klinische redenering.
Inhoud
Onderdeel Focus
College 1 Basisprincipes: neurotransmissie, receptoren,
transporters, enzymen, ionkanalen
College 2 Farmacokinetiek en farmacodynamiek
College 3 Depressie en antidepressiva
College 4 Angststoornissen, GABA en anxiolytica
College 5 Schizofrenie en antipsychotica
College 6 Slaap, slapeloosheid en stimulantia
College 7 Niet als aparte tentamenstof
College 8 Pijn en analgesie
College 9 Dementie, delier en polyfarmacie
College 10 Verslaving en middelengebruik
College 11 Sekse/gender en farmacologie
College 12 Placebo en nocebo
Gebruik dit als leerdoelen-checklist + korte uitleg per college
, Tentamenoverzicht Farmacologie / Psychofarmacologie
College 1 - Basisprincipes: neurotransmissie en targets van
psychofarmaca
Tentamenfocus: begrijpen hoe signalen in neuronen ontstaan, worden doorgegeven en hoe psychofarmaca
daarop kunnen ingrijpen.
1. Neurotransmissie: classic, retrograde en volume
Classic neurotransmission is de standaard synaptische overdracht: neurotransmitter komt vrij uit het
presynaptische neuron, bindt aan receptoren op het postsynaptische membraan en veroorzaakt daar een
effect.
Retrograde neurotransmission loopt juist terug van postsynaptisch naar presynaptisch. Voorbeelden zijn
endocannabinoiden en NO. Hiermee kan de postsynaptische cel de presynaptische neurotransmitterafgifte
afremmen of aanpassen.
Volume transmission betekent dat neurotransmitters verder door extracellulaire ruimte kunnen
diffunderen en ook receptoren buiten de directe synaps kunnen activeren of remmen. Daardoor kan een
signaal bredere hersengebieden moduleren, bijvoorbeeld bij stemming, arousal of pijn.
2. Excitation-secretion coupling
1. Actiepotentiaal bereikt het presynaptische uiteinde.
2. Voltage-sensitive sodium channels verspreiden depolarisatie over het neuron.
3. Depolarisatie opent voltage-sensitive calcium channels.
4. Calcium stroomt de cel binnen.
5. Calcium triggert vesikelfusie met het presynaptisch membraan.
6. Neurotransmitter komt vrij in de synaptische spleet.
Kort: elektrisch signaal -> calcium influx -> vesikelafgifte -> neurotransmissie.
3. Signal transduction cascades
Veel receptoren, vooral G-protein coupled receptors, zetten een extracellulair signaal om in intracellulaire
veranderingen. Dat gaat via second messengers, kinases, phosphatases en uiteindelijk soms genexpressie.
Cascade Kernmechanisme Belang
cAMP/PKA G-proteine beinvloedt adenylyl Fosforylatie van eiwitten en
cyclase -> cAMP -> PKA transcriptiefactoren.
IP3/DAG/PKC Gq activeert phospholipase C -> IP3 verhoogt intracellulair
IP3 en DAG calcium; DAG activeert PKC.
Calcium/calmodulin Calcium bindt calmodulin -> Belangrijk voor snelle
activatie van kinases intracellulaire respons en
plasticiteit.
MAPK/ERK Signaalroute naar celkern Belangrijk voor
langetermijneffecten, groei en
synaptische plasticiteit.
Gebruik dit als leerdoelen-checklist + korte uitleg per college
, Tentamenoverzicht Farmacologie / Psychofarmacologie
4. Kinases, phosphatases en genexpressie
Kinases voegen fosfaatgroepen toe aan eiwitten. Daardoor worden eiwitten geactiveerd of geremd.
Phosphatases halen fosfaatgroepen weg en draaien effecten vaak terug.
Een postsynaptisch signaal kan via cascades naar de celkern gaan. Daar worden transcriptiefactoren zoals
CREB geactiveerd, waardoor genexpressie verandert. Dat verklaart waarom sommige psychofarmaca acuut
op transporters/receptoren werken, maar klinisch pas na dagen tot weken effect geven.
5. Timing van genexpressie
**Immediate early genes:** worden snel geactiveerd, vaak binnen minuten; vaak transcriptiefactoren.
**Delayed response genes:** worden later geactiveerd, vaak na uren; zorgen voor functionele
veranderingen.
**Late downstream effects:** dagen tot weken; receptoradaptatie, synaptische plasticiteit en
netwerkveranderingen.
6. Gene activation, gene silencing, epigenetica en RNA interference
Gene activation leidt tot meer mRNA en meer eiwitproductie. Gene silencing verlaagt genactiviteit en dus
eiwitproductie. Epigenetica verandert niet de DNA-code, maar wel hoe toegankelijk genen zijn, bijvoorbeeld
via DNA-methylatie of histonmodificaties. RNA interference remt eiwitproductie door mRNA af te breken of
translatie te blokkeren.
Dit is relevant voor verschillen in ziektegevoeligheid en medicatierespons: twee personen kunnen dezelfde
medicatie krijgen, maar door genetische/epigenetische verschillen anders reageren.
7. Transporters
Type Locatie Functie
Vesicular transporters Op vesikels in presynaptische cel Pompen neurotransmitter in
vesikels.
Reuptake transporters Op presynaptisch membraan Halen neurotransmitter terug uit
synaptische spleet.
Transporter Ligand/neurotransmitter Belang
VMAT2 Dopamine, noradrenaline, Vesiculaire opslag van
adrenaline, serotonine, histamine monoamines.
VAChT Acetylcholine Opslag ACh in vesikels.
VGLUT Glutamaat Opslag glutamaat.
VGAT/VIAAT GABA en glycine Opslag inhiberende
neurotransmitters.
SERT Serotonine Target van SSRI, SNRI, TCA,
MDMA.
NET Noradrenaline Target van SNRI, TCA,
atomoxetine, stimulanten.
DAT Dopamine Target van methylfenidaat,
amfetamine, cocaine.
Gebruik dit als leerdoelen-checklist + korte uitleg per college