- 'String': de waardes zijn woorden of een stuk tekst.
- 'Numeric': de waardes zijn getallen.
Frequentietabel
- Je gebruikt frequentietabellen voornamelijk voor variabelen op nominaal/ordinaal niveau
- Een frequentietabel uit SPPS toont:
a. Het totale aantal observaties valid
b. Het aantal missende waarden missing
c. De frequentie, het aandeel van de frequentie en het cumulatieve percentage per
categorie
Opvragen
1. Analyse Descriptive Statistics Frequencies
2. Gewenste variabele naar rechts verplaatsen
3. Op Ok/paste drukken
a. In geval van paste, stuk syntax selecteren en op de groene driehoek klikken of het
volledig runnen
Compute variable
- De functie Compute Variable gebruik je wanneer je een nieuwe variabele wilt maken op basis
van een aantal andere variabelen. Dit kan bijvoorbeeld de som of het gemiddelde van een
aantal items zijn.
- Variabelen die je nieuw aanmaakt komen altijd aan het eind te staan in de dataview en
variable view. Je kunt ze desgewenst verplaatsen.
Opvragen
1. Transform Compute Variable
2. Geef bij ‘Target variable’ een naam voor je nieuwe variabele
3. Onder Numeric Expression geef je vervolgens op hoe je scores op de nieuwe variabele wilt
berekenen.
a. Function group: Statistical
i. Functions and Special Variables:
Optelsom: Sum
Gemiddelde: Mean
4. Zet op de plaats van de vraagtekens de items door ze te selecteren en op de pijl te drukken.
5. Op Ok/paste drukken
a. In geval van paste, stuk syntax selecteren en op de groene driehoek klikken of het
volledig runnen
,Value labels
Waarvoor gebruiken
- Wanneer je data invoert in SPSS doe je dat in cijfers, omdat dit makkelijker is om mee te
werken. Deze cijfers krijgen namen toegewezen; 'Value Labels'
- Deze namen van de cijfers kun je terugvinden in de Variable view values
Categorie toevoegen
1. Variable view values drie puntjes
a. Voer bij ‘value’ de waarde in
b. Voer bij ‘label’ een omschrijving daarvan toe
Meetniveau Centrummaat Spreidingsmaat
Nominaal Modus
Ordinaal Modus Interkwartielafstand
Mediaan
Interval en ratio Modus Interkwartielafstand
Mediaan Bereik/variantie
Gemiddelde Standaarddeviatie
, Select cases en split file
- Split File en Select Cases gebruik je wanneer je van losse categorieën van variabelen
gegevens wilt opvragen.
o Dit is handig wanneer je wilt weten hoe de scores verdeeld zijn voor een losse
categorie of wanneer je de verdeling van scores voor verschillende categorieën wilt
vergelijken.
Select cases
Met deze functie neem je alleen de gekozen categorie mee, andere categorieën worden buiten
beschouwing gelaten:
1. Data file klikken op de cel van de kolom ‘Values’
a. Welke waarde is er aan de categorie toegekend? Bijv. meisjes 2
2. Data select cases
3. Klik vervolgens in het venster dat opent op ‘if condition is satisfied’
a. Klik op ‘if…’
b. Selecteer de juiste variabele en klik op de pijl
c. Klik vervolgens op het =teken en op de waarde die bij je categorie hoort
4. Klik op continue
5. Op Ok/paste drukken
a. In geval van paste, stuk syntax selecteren en op de groene driehoek klikken of het
volledig runnen
6. De cases die niet meedoen zijn doorgestreept en doen niet mee in de analyses die worden
aangestuurd, zolang de filter aan staat
a. Rechts onderin staat filter on betekent dat er een filter aanstaat
Als je dit weer wilt annuleren en alle categorieën weer mee wilt laten doen, doe je
- Data select cases all cases
- Op Ok/paste drukken
o In geval van paste, stuk syntax selecteren en op de groene driehoek klikken of het
volledig runnen
Split file
Met deze functie splits je het bestand in categorieën, ze worden dus apart weergegeven
- Data split file
- Compare groups selecteer de variabele waarvan je de groepen wilt vergelijken
- Op Ok/paste drukken
o In geval van paste, stuk syntax selecteren en op de groene driehoek klikken of het
volledig runnen
Als je dit weer wilt annuleren en alle categorieën weer mee wilt laten doen, doe je
- 'Data' > 'Split File' 'Analyze all cases, do not create groups'.
- Op Ok/paste drukken
o In geval van paste, stuk syntax selecteren en op de groene driehoek klikken of het
volledig runnen