Kennis van beleid I
Beleid is het antwoord van de overheid op een maatschappelijk probleem.
Beleid bestaat uit
1. Doelstelling
2. Instrumenten
3. Tijdskeuzes
Om je doelstellingen te bereiken, kun je verschillende beleidsinstrumenten
inzetten.
Beleidsinstrumenten zijn alles wat gebruikt wordt of gebruikt kan worden
voor het bereiken van een of meer doeleinden.
Beleidsinstrumenten Voorbeelden
Juridisch Wet-regelgeving, beleidsregels,
convenanten, vergunningen,
strafrechtelijke sancties, extra
handhaving etc.
Economisch Financiële prikkels, subsidie,
belastingen accijns etc.
Fysiek Tolweg, verkeersbord, activiteiten,
evenementen, trappen.
Communicatief Voorlichting, bestuurlijke overleg,
workshop
Bestuurskundige afwegingskader
1. Doeltreffendheid
2. Doelmatigheid
3. Rechtmatigheid
4. Uitvoerbaarheid
5. Brede welvaart
Multicriteria Analyse
MCA helpt je om relevante informatie in kaart te brengen, en af te wegen
tegen elkaar.
Vraag
Doeltreffendheid Hoe en in welke mate verwacht je dat je instrumenten
bijdragen aan het bereiken van je doelen?
Doelmatigheid Wat kost het uitvoeren van je beleidsinstrumenten?
,Rechtmatigheid Welke ruimte bieden juridische kaders voor het bereiken
van je doelen/
Uitvoerbaarheid Hoe gaan de voorgestelde instrumenten uitgevoerde
worden?
Brede welvaart Wat zijn de gevolgen van je beleidsoptie voor mens,
maatschappij en milieu.
Ontwerpmethodieken
Methodiek Uitleg
Beleidsnavolging Je maakt slim gebruik van andere
gevonden beleidsoplossingen.
Participatie Zet de kennis en daadkracht van
betrokken burgers en organisaties
in.
Kennis gestuurd Identificeer en elimineer de
oorzaken van het probleem op
basis van wetenschap.
Kennis en beleid II
Communicatieve beleidsinstrumenten
- Voorlichting (campagnes om bv roken tegen te gaan)
- Gedragsbeïnvloeding
- Dialoog en participatie
Mensbeelden
Dit is belangrijk omdat de keuze voor een bepaald instrument vaak wordt
beïnvloed door mensbeelden. Ben er bewust van welke mensbeelden er
zijn en welke jij hebt.
Vaak bevatten mensbeelden in veel beleid, aannamen over wat mensen
willen en kunnen en hoe ze zich gedragen.
Vaak zijn deze beelden ook te gesimplificeerd, te optimistisch of te
somber. Zulke aannames, beelden kunnen negatief effect hebben. Mensen
kunnen systematische uitsluiting ervaren.
4 groepen mensen (typologieën)
1. De bevoordeelden (Goede burgers) iemand die het al goed heeft en
pas iets doet als zijn eigen positie in gevaar loopt. Wil behouden wat
die al heeft
2. De mededingers (Berekende burgers) doet alleen dingen als hij/zij
zelf baat in heeft. Wilt winnen en groeien.
, 3. De afhankelijken (Kwetsbare burgers) Deze zijn wel op beeld en
hebben ondersteuning nodig.
4. De afwijkende/afzijdige (Gemarginaliseerde burgers), mensen met
wantrouwen tegen over de overheid etc. best een groot groep met
ieder eigen narratief.
5 soorten beleidsinstrumenten gebaseerd op mensbeelden.
Beleidsinstrument Uitleg
Wetgeving en regelgeving gestoeld op de idee dat burgers over
het algemeen autoriteitsgevoelig zijn
en zich willen voegen naar de regels.
Belonen en straffen van gedrag gebaseerd op de gedachte dat burgers
vooral voor zichzelf de beste
uitkomsten willen en maximaliseren.
Informatie, training, onderwijs Dit gaat erover dat mensen hulp nodig
hebben om hindernissen weg te
nemen, bijvoorbeeld door ze meer te
leren of ze te helpen zichzelf te sturen.
Adviseren en overtuigen Via boodschappen, vanuit de aanname
dat burgers overgehaald moeten
worden op basis van redelijke
argumenten.
Leren beleidsmakers komen samen met de
doelgroep tot een beleidskeuze. Dit
komt vooral voor wanneer er
onduidelijkheid of onzekerheid is in
welk beleidsinstrument burgers tot het
gewenste gedrag zal aanzetten, en
wanneer er vertrouwen is dat de
doelgroep hierover inzicht heeft en een
gemotiveerde selectie kan maken
Robert Cialdini 7 bëinvloedingsstrategieën
1. Wederkerigheid:
Mensen voelen zich verplicht iets terug te doen als ze iets ontvangen.
2. Schaarste:
Mensen hechten meer waarde aan iets wat beperkt beschikbaar is.
Vintage dingen, of een deadline voor het aanmelden voor iets. (kunstmatig
schaarste)
3. Autoriteit:
Mensen vertrouwen meer op experts en autoriteiten om een boodschap
aan te nemen.