Het oog:
Oog: structureel ongeveer hetzelfde bij huisdieren, vogels, primaten -> wetten
van optica gelden voor iedereen
Mechanisch oogpunt: ontwikkelen oog -> technisch probleem => slechts enkele
manieren waarop dit opgelost kan worden
Terminologie en oriëntatie:
Oog bolvormig -> onderdelen aanduiden: gebruik maken van:
- Optische as
- Denkbeeldige centrale punt
“binnen” of “buiten”: zicht dichter bij centrale punt sferische oogbal
o Binnenste: dicht bij centrum
o Buitenste: dicht bij oppervlak
Positie lens + retina -> oog structureel asymmetrisch
- Voorzijde
- Achterzijde
“horizontale” coupe = coupe oogbal parallel aan optische as gesneden
« verticale » coupe = in rechte hoek op optische as gesneden
Algemene structuur:
Meeste dia’s -> horizontale coupes => algemene oogvorm en verschillende grote
structuren best aangetoond
De drie tunicae van het oog:
In wand oog: 3 concentrische lagen of tunicae
Van buiten naar binnen:
- Corneosclerale laag / tunica fibrosa
- Uvea / tunica vasculosa
o Rol bij voeding + ondersteuning retina
o Chorioidea: sterk gepigmenteerde streek -> functie voeding +
intense reflecties geminimaliseerd
o Tot uvea behoren:
Corpus ciliare (straallichaam)
Iris
- Retina / netvlies
De corneosclerale laag: de sclera:
1
, Eerste + grootste gedeelte corneosclerale laag: sclera (harde oogrok)
- Taaie, collagene, buitenste laag v/d oogbal
- “wit van de ogen”
Compact geweven net van collageenvezels -> vormt flexibele, waterdichte
beschermingslaag voor oog
Is plaats waar spieren zijn gehecht die oogbal doen roteren
De corneosclerale laag: de cornea:
Tweede deel tunica: cornea of hoornvlies
- Lichtbrekende structuur
- Voorste deel corneosclerale laag
- Gaat over in sclera aan limbus of corneosclerale overgang
Bouw hoornvlies:
Opgebouwd uit: lange parallelle collageenbundels -> liggen in geordend patroon
van lamellen
- Substantia propria of stroma -> 90% v/d dikte cornea
Buitenste lag cornea: cornea-epitheel -> meerlagig plaveiselepitheel => dicht
net zenuwuiteinden (samenhang extreme gevoeligheid hoornvliesoppervlak)
- Schade aan cornea uiterst pijnlijk
- Grote regeneratievermogen epitheel -> defect snel hersteld
Kromming in cornea (breekt licht dat oog binnenvalt) -> verantwoordelijk
grootste deel scherpstellen
- Vorm cornea verandert -> basis aantal chirurgische ingrepen
o Mogelijkheid: cornea verwijderen + invriezen + in ladevormig
apparaatje plaatsen dat kromming kan aanpassen -> cornea met
aangepaste scherpstellig terug in oog gehecht
Hoornvlieslaag = avasculair -> klinische implicaties
- Ontbreken bloedvaten -> cornea geïsoleerd van immuunstelsel
Transplantaten hoornvlies: vertonen niet normale afstotingsverschijnselen
Binnenste oppervlak hoornvlies: bekleed met endotheel van cornea (enkele laag
epitheelcellen)
Buitenste + binnenste epitheellaag: rusten op basale membraan
Cellen van cornea-epitheel: liggen op dikke lamina basalis -> nl: membraan van
Bowman
- Vooral bij primaten, minder bij meeste huisdieren
Dikte cornea-epitheel: varieert naargelang diersoort
2
Oog: structureel ongeveer hetzelfde bij huisdieren, vogels, primaten -> wetten
van optica gelden voor iedereen
Mechanisch oogpunt: ontwikkelen oog -> technisch probleem => slechts enkele
manieren waarop dit opgelost kan worden
Terminologie en oriëntatie:
Oog bolvormig -> onderdelen aanduiden: gebruik maken van:
- Optische as
- Denkbeeldige centrale punt
“binnen” of “buiten”: zicht dichter bij centrale punt sferische oogbal
o Binnenste: dicht bij centrum
o Buitenste: dicht bij oppervlak
Positie lens + retina -> oog structureel asymmetrisch
- Voorzijde
- Achterzijde
“horizontale” coupe = coupe oogbal parallel aan optische as gesneden
« verticale » coupe = in rechte hoek op optische as gesneden
Algemene structuur:
Meeste dia’s -> horizontale coupes => algemene oogvorm en verschillende grote
structuren best aangetoond
De drie tunicae van het oog:
In wand oog: 3 concentrische lagen of tunicae
Van buiten naar binnen:
- Corneosclerale laag / tunica fibrosa
- Uvea / tunica vasculosa
o Rol bij voeding + ondersteuning retina
o Chorioidea: sterk gepigmenteerde streek -> functie voeding +
intense reflecties geminimaliseerd
o Tot uvea behoren:
Corpus ciliare (straallichaam)
Iris
- Retina / netvlies
De corneosclerale laag: de sclera:
1
, Eerste + grootste gedeelte corneosclerale laag: sclera (harde oogrok)
- Taaie, collagene, buitenste laag v/d oogbal
- “wit van de ogen”
Compact geweven net van collageenvezels -> vormt flexibele, waterdichte
beschermingslaag voor oog
Is plaats waar spieren zijn gehecht die oogbal doen roteren
De corneosclerale laag: de cornea:
Tweede deel tunica: cornea of hoornvlies
- Lichtbrekende structuur
- Voorste deel corneosclerale laag
- Gaat over in sclera aan limbus of corneosclerale overgang
Bouw hoornvlies:
Opgebouwd uit: lange parallelle collageenbundels -> liggen in geordend patroon
van lamellen
- Substantia propria of stroma -> 90% v/d dikte cornea
Buitenste lag cornea: cornea-epitheel -> meerlagig plaveiselepitheel => dicht
net zenuwuiteinden (samenhang extreme gevoeligheid hoornvliesoppervlak)
- Schade aan cornea uiterst pijnlijk
- Grote regeneratievermogen epitheel -> defect snel hersteld
Kromming in cornea (breekt licht dat oog binnenvalt) -> verantwoordelijk
grootste deel scherpstellen
- Vorm cornea verandert -> basis aantal chirurgische ingrepen
o Mogelijkheid: cornea verwijderen + invriezen + in ladevormig
apparaatje plaatsen dat kromming kan aanpassen -> cornea met
aangepaste scherpstellig terug in oog gehecht
Hoornvlieslaag = avasculair -> klinische implicaties
- Ontbreken bloedvaten -> cornea geïsoleerd van immuunstelsel
Transplantaten hoornvlies: vertonen niet normale afstotingsverschijnselen
Binnenste oppervlak hoornvlies: bekleed met endotheel van cornea (enkele laag
epitheelcellen)
Buitenste + binnenste epitheellaag: rusten op basale membraan
Cellen van cornea-epitheel: liggen op dikke lamina basalis -> nl: membraan van
Bowman
- Vooral bij primaten, minder bij meeste huisdieren
Dikte cornea-epitheel: varieert naargelang diersoort
2