Thema 1: 1001-dag en verder
Literatuur:
- Feldman (2020) hoofdstuk 1
Psychologie, ontwikkelingspsychologie en neuropsychologie:
Ontwikkelingspsychologie houdt zich bezig met de ontwikkeling van een mens.
Ontwikkeling is altijd een progressie (groei) > levenslooppsychologie
Rijping en leren > van klein naar groot (groei) en van eenvoudig naar complex (differentiatie;
complexere dingen kunnen).
- Wetenschappelijke studie naar patronen van groei, verandering en stabiliteit vanaf de
conceptie tot aan de ouderdom.
Belangrijkste vraagstukken in de ontwikkelingspsychologie zijn:
- Hoeverre de ontwikkeling van kinderen continu en is en in hoeverre discontinu.
Bij continue verandering is de ontwikkeling geleidelijk en vloeien de prestaties op een bepaald niveau
voort uit de prestaties op de vorige niveaus. Continue verandering is kwantitatief, oftewel heeft te
maken met de hoeveelheid. Veranderingen in de lengte zijn continu. Discontinue verandering vindt
plaats is aparte stappen of stadia. Elke stadium levert gedrag op dat kwalitatief is, dus qua inhoud en
hoedanigheid. Denk bijvoorbeeld aan cognitieve ontwikkeling.
- Of die ontwikkeling grotendeels wordt bepaald door kritieke of gevoelige perioden.
- De vraag of men zich moet concentreren op bepaalde belangrijke perioden in de menselijke
ontwikkeling of juist op het hele leven.
- Het nature-nurture debat, dat gaat over het relatieve belang van genetische invloeden versus
omgevingsinvloeden.
Nature vs nurture
Nature: is alles wat je vanuit je genen mee krijgt (DNA).
o Rousseau en Montessori
o Voorgeprogrammeerd: rijping zenuwcellen
o Genen
o Maturatie = rijping
o Groei is toename: meer en beter
Nurture: is alles wat je meebrengt vanuit je omgevingsfactoren, de manier waarop je opgevoed
wordt, waar je leeft, etc.
o Locke en Skinner
o Waarnemingen
o Ervaringen
o Leerprocessen
o Training
Wat is nature en wat is nurture? > Belangrijk voor de kennistoets!
Ontwikkeling: stimuleren, prikkelen, spelen, oefenen, e.d.
Ontwikkeling wordt bepaald door normatieve invloeden en leeftijdgebonden invloeden.
- Doorlopen van een reeks toestanden die onomkeerbare, trapsgewijze of geleidelijke
veranderingen tot gevolg hebben.
- Deze veranderingen beïnvloeden de ontwikkeling/groei naar een hoger niveau/toestand
(progressie) en brengen de individu steeds dichter bij het resultaat
Ontwikkelingsfases:
1. Prenatale fase = voor de geboorte;
2. Eerste 12 maanden, veilige hechting;
3. 36 maanden, autonomie;
4. 72 maanden, initiatief tonen, waarom?
, 5. Fase van 6 – 12 jaar, flight;
6. Puberteit, identiteitsvorming;
7. Jongvolwassenheid (20-40 jaar), intimiteit;
8. Pensioen tot overleiden, leven reflecteren.
Neuropsychologie houdt zich bezig met de groei van de hersenen en wat hieruit komt.
Psychologie >
- Gedrag verklaren
- Gedrag voorspellen
- Gedrag beïnvloeden
- Probleemgedrag begrijpen en begeleiden
Onderzoek naar het kind:
Tot 1600 weinig aandacht voor de kindertijd, sinds 1760 kijken mensen niet meer naar een Duivel als
kind.
Begin 19e eeuw: kinderen naar school, meer aandacht voor leerprocessen voor kinderen, bijhouden
van babybiografieën, onder andere door Charles Darwin.
20e eeuw: ontwikkelingspsychologie = wetenschappelijk.
Binet: onderzoek naar intelligentie, geheugen en hoofdrekenen.
Ontwikkelingsgebieden vs ontwikkelingsfase
Ontwikkelingsfases:
1. Prenatale periode > van conceptie tot de geboorte
2. Babytijd > van geboorte tot twee jaar
3. Peuter- en kleutertijd > van twee tot zes jaar
4. Schooltijd > van zes tot twaalf jaar
5. Adolescentie > van twaalf tot twintig jaar
Ontwikkelingsgebieden:
Motorieke ontwikkeling:
- Motoriekontwikkeling > grove motoriek (vangen, gooien, etc), dit is gekoppeld aan je romp.
- Fijne motoriek > schrijven, alles wat niet direct met je romp gekoppeld is.
Fysieke ontwikkeling:
- Groei van je lichaam, je lichaam gaat veranderen.
Cognitieve ontwikkeling:
- Hoe de mens bepaalde dingen kan verwerken, de manier waarop de mens denkt.
Sociale ontwikkeling:
- Met mensen in contact kunnen komen, emoties kunnen interpreteren, met andere mensen
kunnen praten en begrijpen. Met elkaar kunnen omgaan en voor elkaar kunnen opkomen.
Emotionele ontwikkeling:
- Het waarnemen van je lichaam, hoe gaat het met mijn lichaam. Emoties waarnemen en
kunnen omgaan met je emoties. Neem je lichaam waar.
Taalontwikkeling:
- Hoe zet je de taal in, niet alleen spreken, ook de lichaamstaal.
Persoonlijkheidsontwikkeling:
- Dit stopt nooit, je persoonlijkheidsontwikkeling blijft altijd veranderen.
- Wie ben je? Waar liggen je interesses?
Plasticiteit betekent de mate waarin een zich ontwikkelend gedragspatroon of fysieke structuur
veranderlijk is.
Regressie: teruggang
, Thema 2: stromingen, ontwikkelingsfasen en ontwikkelingsgebieden
Literatuur:
- Feldman (2020) hoofdstuk 2
Zeven psychologie stromingen:
1. Het psychodynamische/ psychoanalytische perspectief
o Freud: focus op innerlijke krachten
o Freud heeft verschillende theorieën op gezet > Id, Ego en Superego
o Onbewuste processen zijn bepalend voor iemands persoonlijkheid en gedrag.
o Ervaringen uit de vroege kinderjaren zijn bepalend voor het verdere leven.
o Psychoanalyse Erik Erikson > sociale interactie en acht stadia van ontwikkeling
Id: het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid. Doel: zoveel mogelijk
bevrediging en zo weinig mogelijk spanning te ervaren.
Ego: het rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid. Het houdt de instinctieve energie in toom
om de veiligheid van de persoon te bewaren en hen te helpen integreren in de samenleving.
Superego: vertegenwoordigd iemands geweten. Hiermee maken we het onderscheid tussen goed en
kwaad.
Freud: de ontwikkeling is afgerond als de adolescentie is afgerond.
Erikson: groei en verandering treedt je hele leven door op.
2. Het behavioristisch perspectief > gedrag van buitenaf wordt geobserveerd met een nadruk op
direct waarneembare feiten: de effecten van de omgeving op gedrag.
o Watson: focus op waarneembaar gedrag
o Tabula rasa > onbeschreven blad
o Alleen waarneembaar gedrag is te onderzoeken, de rest is ‘’black box’’ en niet te
kennen.
o Alle gedrag is aangeleerd (en ook weer af te leren)
o Leren door observeren en nadoen (modelleren/imitatieleren) – Bandura
o Ontwikkeling is kwantitatief, verloopt niet in fasen
Pavlov (1849 – 1936):
- Klassieke conditionering
- Neutrale stimulus
Watson (1878 – 1958):
- Klassieke conditionering
- Observeer baar gedrag
Skinner (1904 – 1990):
- Operante conditionering
- Reïnforcement
- Gedragsmodificatie
Bandura (1925):
- Modelling: leren door te observeren
- Sociaal-cognitieve leertheorie
3. Het cognitief perspectief > Jean Piaget (1896 – 1980):
o Denkprocessen > cognitieve ontwikkelingsfasen
o Black box
o Mensen zijn actieve informatieverwerkers
o Wat zijn motivaties voor gedrag?
o Mensen zijn actief en creatief
o Je bent druk bezig, je een beeld te vormen van de werkelijkheid
o Interpretatie van een situatie leidt tot bepaald gedrag (cognitieve therapie)