Integument:
De huid:
Integument = ‘omhulsel, bedekking’ -> bestaat uit huid + aantal accessorische
structuren (= derivaten) zoals haar, nagels, klauwen, …
Huis en huidderivaten spelen rol in:
1) Bescherming tegen fysische en chemische invloeden:
Bv. verhoorning op plaatsen met veel mechanische wrijving
Verdediging-> nagels, klauwen
Pigmentatie: bescherming tegen zonlicht
2) Thermoregulatie:
Vacht, zweetklieren, subepitheliaal capillair netwerk
3) Relatie met de buitenwereld:
Gevoelsreceptoren
Klieren (vooral apocriene): geslachtsactiviteit, afbakenen territorium
4) Metabolische activiteit:
Synthese vitamine D, meksynthese, secretie van metabolieten
Buitenbekleding embryo -> bestaat uit éénlagig ectoderm met onderliggend
mesenchym
- Oppervlakkige laag zal uiteindelijk bestaan uit plaveicellen -> periderm
‘basale laag’ ontstaat die tegen mesenchym ligt
- Meerlagig epitheel ontstaan -> epidermis
Mesenchym wordt BW-laag die dermis wordt genoemd
Alle accessoire structuren huis (bv. haren en zweetklieren) -> zijn
epidermisderivaten
Grootste deel integument: ingenomen door huid (= cutis)
De huid:
= cutis
Bestaat uit 2 grote lagen -> kenmerken gecorreleerd me functies elke huidlaag:
- Epidermis
- Dermis
Epidermis/ opperhuid:
= epitheelgedeelte waar celproliferatie en -hernieuwing plaatsgrijpt
1
, - Epitheellagen avasculair!
meiszenuwuiteinden tussen epitheelcellen
Epidermis sterk regenererend karakter
- Voortdurend aan snel tempo nieuwe epidermiscellen aangemaakt (mitose)
in basale gedeelten
o Omdat cellen aan oppervlak continu versleten
Epidermiskammen -> kronkelend verloop => epidermis veel steviger vast aan
dermis
- Blaarvorming: epidermis los van dermis
Dermis/ lederhuid: (ook corium en cutis vera genoemd)
= BW-laag gelegen onder epidermis
- Wel bloedvaten!
o Voedselbehoeften voor diepere deel epidermis
- Zenuwvezels die prikkels verzenden vanuit receptoren die net onder
epidermis liggen
- Lymfekanalen, etc.
Dermis bestaat uit:
- (Net onder epidermis: losmazig BW)
- Ongeordend/ onregelmatig dicht collageen BW
o Voorkomen vrije BW-cellen zoals mestcellen
Dermis kan kleine ophopingen adipocyten vertonen
Waar epidermis zeer zwak is + scheurt -> meestal bij hechten wond dermis mee
ingesloten
De hypodermis (= subcutis):
Technisch gezien geel deel van huid maar toch nauw mee verbonden
Laag BW die ‘onder’ dermis ligt
- Losmaziger maar nog steeds ongeordend BW
o Kan grote hoeveelheden opgeslagen vet bevatten
Doorspekt met bloedvaten van en naar dermis lopen
Hypodermis = “losse band” onder huid als je een dier vilt
Lagen gescheiden via dermo-hypodermale grenslijn
Dikte hypodermis -> afhankelijk plaats in lichaam + voedingstoestand individu
De epidermis:
Cellen van de epidermis: keratinocyten
- Overgrote deel epitheelcellen epidermis: keratinocyten
2
, o Ontstaan door voortdurende mitose -> schuiven op in richting van
opp. => slijten af
Cellen starten als levenskrachtige mitotische cellen en eindigen als gehavende
en dode cellen (zakjes) volledig gevuld met keratine
Verschillende stadia die cellen doorlopen: zorgen ervoor dat epitheel
morfologisch wordt ingedeeld in verschillende cellagen -> vormen samen
verhoornd meerlagig plaveiselepitheel
Stratum basale:
Laag epidermis die tegen dermis aanlicht
- Enkele laag kubische keratinocyten
- Gehecht aan lamina basalis door hemidesmosomen
In keratinocyten: cytokeratines en keratinefilamenten die desmosomen en
hemidesmosomen met elkaar verbinden
Stratum basale -> eigenlijke ‘stamcellen’ v/d huis
- Delen sterk en duwen alle bovenliggende cellagen naar epitheeloppervlak
Stratum spinosum:
“stekellaag”
- Cellen vertonen vreemd uiterlijk in LM preparaten
- Voorzien van ‘uitsteeksels’ -> spina
o Waarmee ze onderling verbonden zijn
Onderste cellagen kunnen mitotische activiteit vertonen -> soms samen met
stratum basale als stratum germinativum bestempeld
Typisch stratum spinosum: wijde intercellulaire ruimten
- Epitheel avasculair -> aanvoer nutriënten makkelijk door diffusie
Voor deze laag: typische structuren -> ‘intercellulaire bruggen’ => plaatsen
waarop desmosomen voorkomen
- Desmosomen: houden naast elkaar liggende huidcellen bij elkaar
(microscopisch niet zichtbaar)
Door postmortale weefselverschrompeling: cellulair materiaal aan
hechtingspunten uitgetrokken => uitzien als ‘bruggetjes’ (stratum spinosum)
Stratum spinosum kan vrij dik zijn in dikke huid, in dunne huid slechts 1 tot 2
cellen breed
Stratum granulosum:
Naam omdat er kenmerkende keratohyaliene korrels in zitten
- Bevatten eiwit filaggrine -> zorgt voor aggregatie tonofilamenten
3
De huid:
Integument = ‘omhulsel, bedekking’ -> bestaat uit huid + aantal accessorische
structuren (= derivaten) zoals haar, nagels, klauwen, …
Huis en huidderivaten spelen rol in:
1) Bescherming tegen fysische en chemische invloeden:
Bv. verhoorning op plaatsen met veel mechanische wrijving
Verdediging-> nagels, klauwen
Pigmentatie: bescherming tegen zonlicht
2) Thermoregulatie:
Vacht, zweetklieren, subepitheliaal capillair netwerk
3) Relatie met de buitenwereld:
Gevoelsreceptoren
Klieren (vooral apocriene): geslachtsactiviteit, afbakenen territorium
4) Metabolische activiteit:
Synthese vitamine D, meksynthese, secretie van metabolieten
Buitenbekleding embryo -> bestaat uit éénlagig ectoderm met onderliggend
mesenchym
- Oppervlakkige laag zal uiteindelijk bestaan uit plaveicellen -> periderm
‘basale laag’ ontstaat die tegen mesenchym ligt
- Meerlagig epitheel ontstaan -> epidermis
Mesenchym wordt BW-laag die dermis wordt genoemd
Alle accessoire structuren huis (bv. haren en zweetklieren) -> zijn
epidermisderivaten
Grootste deel integument: ingenomen door huid (= cutis)
De huid:
= cutis
Bestaat uit 2 grote lagen -> kenmerken gecorreleerd me functies elke huidlaag:
- Epidermis
- Dermis
Epidermis/ opperhuid:
= epitheelgedeelte waar celproliferatie en -hernieuwing plaatsgrijpt
1
, - Epitheellagen avasculair!
meiszenuwuiteinden tussen epitheelcellen
Epidermis sterk regenererend karakter
- Voortdurend aan snel tempo nieuwe epidermiscellen aangemaakt (mitose)
in basale gedeelten
o Omdat cellen aan oppervlak continu versleten
Epidermiskammen -> kronkelend verloop => epidermis veel steviger vast aan
dermis
- Blaarvorming: epidermis los van dermis
Dermis/ lederhuid: (ook corium en cutis vera genoemd)
= BW-laag gelegen onder epidermis
- Wel bloedvaten!
o Voedselbehoeften voor diepere deel epidermis
- Zenuwvezels die prikkels verzenden vanuit receptoren die net onder
epidermis liggen
- Lymfekanalen, etc.
Dermis bestaat uit:
- (Net onder epidermis: losmazig BW)
- Ongeordend/ onregelmatig dicht collageen BW
o Voorkomen vrije BW-cellen zoals mestcellen
Dermis kan kleine ophopingen adipocyten vertonen
Waar epidermis zeer zwak is + scheurt -> meestal bij hechten wond dermis mee
ingesloten
De hypodermis (= subcutis):
Technisch gezien geel deel van huid maar toch nauw mee verbonden
Laag BW die ‘onder’ dermis ligt
- Losmaziger maar nog steeds ongeordend BW
o Kan grote hoeveelheden opgeslagen vet bevatten
Doorspekt met bloedvaten van en naar dermis lopen
Hypodermis = “losse band” onder huid als je een dier vilt
Lagen gescheiden via dermo-hypodermale grenslijn
Dikte hypodermis -> afhankelijk plaats in lichaam + voedingstoestand individu
De epidermis:
Cellen van de epidermis: keratinocyten
- Overgrote deel epitheelcellen epidermis: keratinocyten
2
, o Ontstaan door voortdurende mitose -> schuiven op in richting van
opp. => slijten af
Cellen starten als levenskrachtige mitotische cellen en eindigen als gehavende
en dode cellen (zakjes) volledig gevuld met keratine
Verschillende stadia die cellen doorlopen: zorgen ervoor dat epitheel
morfologisch wordt ingedeeld in verschillende cellagen -> vormen samen
verhoornd meerlagig plaveiselepitheel
Stratum basale:
Laag epidermis die tegen dermis aanlicht
- Enkele laag kubische keratinocyten
- Gehecht aan lamina basalis door hemidesmosomen
In keratinocyten: cytokeratines en keratinefilamenten die desmosomen en
hemidesmosomen met elkaar verbinden
Stratum basale -> eigenlijke ‘stamcellen’ v/d huis
- Delen sterk en duwen alle bovenliggende cellagen naar epitheeloppervlak
Stratum spinosum:
“stekellaag”
- Cellen vertonen vreemd uiterlijk in LM preparaten
- Voorzien van ‘uitsteeksels’ -> spina
o Waarmee ze onderling verbonden zijn
Onderste cellagen kunnen mitotische activiteit vertonen -> soms samen met
stratum basale als stratum germinativum bestempeld
Typisch stratum spinosum: wijde intercellulaire ruimten
- Epitheel avasculair -> aanvoer nutriënten makkelijk door diffusie
Voor deze laag: typische structuren -> ‘intercellulaire bruggen’ => plaatsen
waarop desmosomen voorkomen
- Desmosomen: houden naast elkaar liggende huidcellen bij elkaar
(microscopisch niet zichtbaar)
Door postmortale weefselverschrompeling: cellulair materiaal aan
hechtingspunten uitgetrokken => uitzien als ‘bruggetjes’ (stratum spinosum)
Stratum spinosum kan vrij dik zijn in dikke huid, in dunne huid slechts 1 tot 2
cellen breed
Stratum granulosum:
Naam omdat er kenmerkende keratohyaliene korrels in zitten
- Bevatten eiwit filaggrine -> zorgt voor aggregatie tonofilamenten
3