, Oefentoets 75 vragen en antwoorden
20 open vragen
Hoofdstuk 1 – Europese Unie, interne markt en vrijheden
1. Leg uit waarom de Europese Unie wordt beschouwd als een autonome rechtsorde binnen
het internationaal recht.
2. Analyseer het verschil tussen directe werking en voorrang van EU-recht en geef aan hoe deze
beginselen samenhangen.
3. Beredeneer hoe de interne markt zowel economische als juridische integratie realiseert.
4. Welke rol speelt wederzijdse erkenning binnen het functioneren van de interne markt en
wanneer kan hiervan worden afgeweken?
5. Verklaar waarom de vier vrijheden niet absoluut zijn en welke toetsingscriteria worden
toegepast bij beperkingen.
Hoofdstuk 2 – Instellingen en besluitvorming van de EU
1. Analyseer het institutionele evenwicht binnen de EU en leg uit waarom geen enkele instelling
volledige wetgevende macht bezit.
2. Vergelijk de rol van de Europese Raad en de Europese Commissie binnen het EU-
besluitvormingsproces.
3. Leg stap voor stap uit hoe de gewone wetgevingsprocedure functioneert en waarom deze
procedure democratisch wordt genoemd.
4. In hoeverre verschilt het Europees Parlement van nationale parlementen in termen van
bevoegdheden en invloed?
5. Verklaar de functie van het Hof van Justitie in het waarborgen van uniforme toepassing van
EU-recht.
Hoofdstuk 3 – Vrij verkeer van personen, goederen en diensten
1. Analyseer het verschil tussen werknemers en zelfstandigen binnen het vrij verkeer van
personen en benoem de juridische gevolgen.
2. Leg uit hoe Richtlijn 2004/38/EG het verblijfsrecht van Unieburgers structureert en welke
voorwaarden daaraan verbonden zijn.
3. Verklaar waarom artikel 21 VWEU wordt gezien als een autonome basis voor
verblijfsrechten.
4. Analyseer het verschil tussen directe en indirecte discriminatie binnen het vrij verkeer van
diensten.
5. Beredeneer hoe de detacheringsrichtlijn een balans probeert te vinden tussen vrij verkeer en
sociale bescherming.