PGZE05
Periode 4
2 ECTS/2 lessen per week
Tentamen: schriftelijk meerkeuzetentamen
INHOUDSOPGAVE
Lesweek 1: Introductie.................................................................................................................. 2
Lesweek 2: Hormonen neurohypofyse ........................................................................................... 7
ADH, ANP & RAAS ............................................................................................................................ 8
Lesweek 3: effecthormonen hypofyse .......................................................................................... 10
Schildklier ......................................................................................................................................12
Lesweek 4: Bijnier & schors .......................................................................................................... 15
Lesweek 5: Geslachtshormonen .................................................................................................. 19
Lesweek 6: Verschillende dieren .................................................................................................. 22
Merrie .............................................................................................................................................22
Teef ................................................................................................................................................22
Poes ...............................................................................................................................................23
Lesweek 7: Hormonen maagdarmkanaal ...................................................................................... 24
,LESWEEK 1: INTRODUCTIE
Hormonen: signaalstoffen die door endocriene klieren via de bloedbaan aan doelcellen OF -organen
worden afgegeven en geproduceerd (regelfunctie/in beweging zetten).
à Bestaan uit aminozuren of steroïden
Werking = doelwitcellen (target cellen)/doelwitorgaan à receptoren
Endocrinologie: studie van endocriene klieren (inwendige afscheiding). Deze klieren hebben
GEEN afvoerbuis.
2 typen klieren:
1. Endocriene klieren: zonder afvoerbuis à rechtstreeks naar het bloed
(bijnier/schildklier).
2. Exocriene klieren: met afvoerbuis, gaan via de afvoerbuis naar oppervlakte
(speeksel/spijsvertering).
Gemengde klieren: hebben endocriene/exocriene functies (alvleesklier).
Gereguleerd en gecoördineerd door het zenuwstelsel & endocriene stelsel
Overeenkomsten:
1. Geven chemische signalen af à iets aan te sturen/in beweging/aanzetten
2. Effect op specifieke doelgroep/organen/-weefsels
3. Dragen bij aan de handhaving van homeostase in lichaam
Verschillen:
Zenuwstelsel Endocriene stelsel
Snelle actie/reactie op stimuli Trage actie/reactie op stimuli
Signaaloverdracht via neurotransmitters Signaaloverdracht via hormonen
Lange weg van producent à effectorgaan (via Korte weg van producent à effectorgaan (via
bloed) synapsspleet)
Effect houdt kort aan Effect houdt lang aan
Abrupt einde van signaal Effect dooft langzaam uit
Chemische boodschapperstoffen worden geproduceerd door gespecialiseerde cellen à aan het bloed
afgegeven = interne secretie.
Deze worden gemaakt in de:
1. Endocriene cellen: gespecialiseerd in productie van bepaald hormoon
2. Neurosecretoire cellen: gespecialiseerde zenuwcellen
Chemische indeling van hormonen en effect op doelwitcellen:
1. Steroïde hormonen: testosteron, oestrogeen, progesteron, cortisol & aldosteron
2. (Poly)peptiden: o.a. ; ACTH, ADH, calcitonine, cholecystokinine, glucagon, insuline, oxytocine,
prolactine, secretine & TSH à zijn wateroplosbaar
3. Monoaminen: catecholamines & schildklierhormoon
2
, Hypothalamus (bovenaan)
De paarse cel is een neuron in de hypothalamus (parvocellulaire cel). Deze cel maakt releasing
hormonen (bijv. TRH, CRH, GnRH). Afgegeven in haarvatennetwerk (capillary bed in median eminence).
Poortadersysteem (portal vessel)
De hormonen gaan niet meteen de hele bloedsomloop in, maar via een speciaal bloedvat à
poortadersysteem. Dit zorgt ervoor dat de hormonen gericht en snel bij de hypofyse komen zonder
verdunning.
Adenohypofyse (onderaan)
In het tweede haarvatennetwerk komen de hypothalamushormonen aan à beïnvloeden endocriene
cellen (blauwe cellen). Deze cellen maken vervolgens hypofysehormonen (zoals TSH, ACTH, LH, FSH,
GH, prolactine). De hypofysehormonen gaan via het bloed (venous blood flow) naar doelorganen
(schildklier, bijnieren, gonaden, etc.). Dit systeem vormt een hiërarchische regeling:
- Hypothalamus à stuurt hypofyse
- Hypofyse à stuurt perifere klieren
Zorgt voor goede controle van de hormonen en is essentieel voor: stressrespons, voortplanting, groei &
metabolisme.
Verwerkingsmechanisme van hormonen:
1. Receptoren OP membranen van cellen à (poly)pepitden & catecholaminen
Aanwezigheid van de receptor bepaalt de actie.
- Eiwitten (insuline/groeihormoon)
a) (Poly)peptiden; insuline, glucagon en oxytocine
b) Monoaminen; adrenaline, dopamine en thyroxine (T4)
2. Receptoren IN de cellen à Steroïden & schildklierhormoon
Koppelt zich aan DNA à signaal om aanmaak ewitten op te starten/af te
remmen.
a) Steroïde hormonen; cortisol en testosteron (vetachtige, aan
cholesterol verwante stoffen)
Halfwaarde tijd: tijd tussen moment van afgifte van een hormoon en het moment
waarop de helft van de concentratie uit het bloed is verdwenen. Door afbraak van
lever + uitscheiding door nieren.
o Halfwaarde tijd van een hormoon wordt langer als de leverfunctie verminderd is
3