Casus 1: cortex problemen. Moeite met transfers.
Informatie uit de verwijsbrief:
S. pietersen
02—5-1950 (75 jaar)
- Cortex laesie links (dus waarschijnlijk aan de rechterzijde klachten
- 4 maanden geleden
- Sinds 1 week thuis uit het revalidatiecentrum
- Beperkt neurologisch herstel
Aanvullende medische informatie:
- Goed ingestelde medicatie voor cardiovasculair probleem
- Verder GB
Hulpvraag vanuit medische centrum: veiligheid bij transfers (zit-stand) verbeteren.
Patiënt loopt thuis met een Eifel (FAC3).
FAC3 = afhankelijk (supervisie); patiënt heeft verbale begeleiding of aanwezigheid van
één persoon nodig, zonder fysiek contact.
Wat verwacht ik te zien:
Cortex laesie links -> problemen aan de rechterzijde
Problemen in alle 4 de s’en.
Sturing -> verminderd. Moeite met fijne motoriek. Reflexen kunnen ontremd zijn
Sensibiliteit -> Verminderd
Spierkracht -> parese (krachtsuitval, dus verminderde kracht)
Spiertonus -> spasticiteit (verhoogde tonus) of een hypotonie (slappe parese,
verminderde spierkracht)
- Sturing -> Heeft u het gevoel dat u goede controle heeft over het bewegen?
- Sensibiliteit -> Kunt u alles voelen?
- Spierkracht -> Heeft u wel eens het idee dat u wat minder kracht heeft? Verschilt het?
- Spiertonus -> Hoe voelt uw arm? Gespannen, ontspannen, stijf, slap?
,1. Korte anamnese (WAT)
Wat = hulpvraag specificeren:
Rode vlaggen:
• Zijn er dingen in gevoel veranderd
• Zicht veranderd
• Gedrag veranderd?
1. Wat gaat er lastig bij het maken van transfers?
2. Welk onderdeel van de transfers lukken vaak niet?
4. Hoe maakt u de beweging nu?
5. Krijgt u hulp tijdens de transfers?
6. Spierkracht-> Heeft u het idee dat u kracht is verminderd?
7. Maakt de plek van de transfer uit voor de moeilijkheidsgraad?
8. Hoe ziet de omgeving eruit?
9. Gebruikt u loophulpmiddelen?
10. Hoe voelt u zich erbij?
11. Hoe gaat het met dingen te gelijke tijd uitvoeren?
12. Spiertonus -> Hoe voelt u arm aan? Stijf, slap, gespannen, ontspannen?
13. Sensibiliteit-> kunt u alles goed voelen? En heeft u een idee waar u zit/staat in de
ruimte?
14: Sturing -> Heeft u het gevoel dat u goede controle heeft over het bewegen?
15: Hoe gaat het met ADL?
- Je kan eventueel de PSK of PSG gebruiken om de klachten goed in kaart te
brengen
- Hoe ziet de ruimte eruit?
• Plekken
• Meubels
➢ Hard/zacht
➢ Hoog/laag
• Route/ draaien
• Kleedjes/ drempels
,Belangrijk:
Persoon: welke factoren binnen de persoon werken als een constraints
Taak: hoe wordt de taak uitgevoerd, welk onderdeel is lastig
Omgeving: welke omgevingsfactoren werken beperkend
Laat patiënt eventueel globaal de ruimte tekenen op papier!!
Kenmerken looppatroon:
- Ongelijke stappen
- Vaak verminderde dorsaalflexie
- Spastische gang (meestal hemiparetisch aan één zijde)
- Been stijf en moeilijk te buigen (verhoogde tonus)
- Circumductiegang (zwaait het aangedane been in halve cirkel)
- Voet slepend en/of klapt neer
- Verminderde armzwaai aangedane kant
Hypotheses:
1. Door een verminderd krachtuithoudingsvermogen van de m.quadriceps heeft
mevrouw moeite met transfers in en uit de stoel
-> MRC (m.quadriceps)
2. Door een verminderde proprioceptie van het been ervaart mevrouw moeite met
haar transfers in en uit de stoel komen.
-> EmNSA
3. Door een verhoogde tonus (spasme) in de benen en armen is er moeite met het
maken van transfers
-> Weerstand van bewegingen beoordelen
-> PRPM
4. Door een verminderde balans is er moeite met het maken van transfers
-> Statische en dynamische balans onderzoeken
-> BBS, TUG, POMA
5. Mevrouw ervaart moeite met het in en uit de stoel komen, door een inefficiënte
manier van het uitvoeren van haar transfers
HOE: observatie problematische handeling
Thuissituatie na bouwen en vragen of hij de transfer wil laten zien.
Goed erbij staan voor veiligheid!!!
1. Zou u voor mij willen opstaan uit de stoel (evt corrigeren waar nodig)
2. Zou u voor mij 5 meter willen lopen (met Eifel uitvragen)
, !!Vragen naar de soort stoel/zitting!!!!
Hier opletten bij de problematische handeling
(Ook letten op de balans)
Sturing -> FMA (om de mate van beperkingen in functies te bepalen)
Sensibiliteit -> EmNSA (cocktailprikker en papiertje)
Spierkracht -> MRC)
Spiertonus -> PRPM
Behandeling verhoogde tonus (spacticiteit):
- Mobilisatie
- Rekoefeningen
- Ontspanningsoefeningen
- Hold relax
Onderzoek:
1. MRC test -> kracht meten beenspieren
• Dorsaalflexie (enkel)
• Anterflexie (heup)
• Extensie (knie)