Week 1a, inleiding tot het vak en het bewijsrecht
Voortbouwend op burgerlijk procesrecht
Vier verdiepende onderdelen in dit vak
1. Bewijsrecht
2. Hoger beroep
3. Arbitrage geschilbeslechting door een private rechter, boek 4 Rv
4. Beslag- en executierecht
Civiele procedure gaan alleen maar over de feiten! Als er vaststaat wat er precies gebeurd is,
laten de rechtsregels zich vanzelf wel toepassen
Kern van bewijsrecht = feiten vaststellen
Bewijsrecht is geregeld in dagvaardingstitel. Dit is tweede titel van eerste boek van Rv. De
kern van bewijsrecht is in de 2 e titel in de 9e afdeling, vanaf art. 149 Rv.
Verzoekschriftprocedure is in de derde titel! art. 284 Rv bekijken! Zegt: het bewijsrecht is
van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van verzoekschriftprocedure zich daartegen
verzet
Kort geding leent zich niet voor onverkorte toepassing van het bewijsrecht! HR:
voorzieningenrechter is niet gebonden aan de regels van de 9 e afdeling! Wil niet zeggen dat
hij ze niet mag toepassen. Sommige regels zoals bewijslastverdeling vindt in KD niet plaats.
Maar degene die iets wilt, moet aannemelijk maken dat de desbetreffende feiten zich
hebben voorgedaan. Hoofdregel: in kort geding geldt het bewijsrecht niet, ofwel
kortgedingrechter is niet gebonden aan het bewijsrecht (maar mag het dus wel gebruiken)
Bewijsrecht is van toepassing bij eerste aanleg. Ook in HB! Hof stelt feiten in HB vast
Bewijsrecht van toepassing in cassatieprocedure? HR is geen feitenrechter, maar er bestaan
situaties waarbij de HR wel als feitenrechter optreedt
Partijautonomie vs lijdelijke civiele rechter
- Vroeger: als de partijen zeggen wat er gebeurd is, geen ik als rechter wel een juridisch
oordeel (lijdelijk) civiele rechter wordt steeds actiever
- Strafrechter is heel erg actief opzoek naar de feiten/wat er is gebeurd
- Art. 24 Rv heeft sinds vorig jaar een tweede lid! ‘Rechter mag beslissen op wat is
aangevoerd’’ feitelijke grondslag
Art. 24 & art. 149 Rv Gaat over verschil feitelijke grondslag (art. 24) en de feiten (art. 149 Rv).
Feiten moeten komen vast te staan om überhaupt ergens een beslissing over te nemen. Art. 149 e.v.
leggen uit hoe dit komt vast te staan. Als partij A iets stelt en B betwist niet, staat het vast formele
waarheid (hoeft niet in overeenstemming te zijn met wat er daadwerkelijk is gebeurd voor rechter
dient het als uitgangspunt). Rechter mag niet ambtshalve de feiten nog aanvullen, volgt uit art. 149
Rv. Art. 24 gaat over feitelijke grondslag. Deze mag de rechter ook niet aanvullen, maar is net iets
anders
Art. 24 feitelijke grondslag; moet door partijen worden aangevoerd!
Art. 25 rechtsgrondslag; hier moet de rechter ambtshalve optreden als partijen niks
hebben aangevoerd!
Arrest Dimopoulos/Erven Van Mierlo: eindiging van huurovk van restaurant. Van Mierlo is kort geding
zaak gestart voor een bevel aan D om pand uit te gaan. Dit is uitgemond in een schikking/VSO tussen
partijen. Onder meer afgesproken dat verhuurder een nieuw pand wou registeren. Als dit klaar is,
zou D hier zijn restaurant weer in kunnen beginnen. Op het moment dat bouw klaar is, zou
verhuurder van Mierlo een seintje geven dat ze in gesprek zouden gaan. Volgens D heeft van Mierlo
,dit niet gedaan! Hij heeft schade geleden en dit is veroorzaakt door toerekenbaar tekortschieten in
nakoming van VSO! D ging procederen en van Mierlo wou hij laten betalen voor
schadevergoeding. Schuldenaar moet wel in verzuim zijn geraakt!!! De vraag is of van Mierlo wel in
verzuim is geraakt
Briefje gevonden wat kan worden gezien als ingebrekestelling! Dit is een rechtsfeit in de zin van art.
149 Sv. Dit is een feit dat rechter tijdens geding is tegengekomen want zit in dossier. De rechter mag
dat feit gebruiken voor zijn beslissing. Maar D had dat briefje niet ten grondslag gelegd aan zijn
vordering/geen beroep op gedaan. Dat mag de rechter niet als zodanig alsnog op grond van art. 24
kwalificeren.
Feiten: verstuurd briefje wat ingebrekestelling is & mag de rechter gebruiken op
grond van art. 149 want zit in dossier
Feitelijke grondslag: Maar D heeft het niet ten grondslag gelegd aan zijn vordering
art. 24 mag de rechter dat niet ambtshalve doen!
Maar art. 24 lid 2 nieuw!!!! Rechter kan ambtshalve de grondslag met partijen
bespreken!
Art. 21 Rv
Volledig en naar waarheid (waarheids- en volledigheidsplicht)
- Niet liegen tegen de rechter
- Niet blijven ontkennen/betwisten, terwijl je weet of moet vermoeden dat het wel klopt
- Geen feiten achterhouden alles naar voren brengen, ook zwakkere punten
Nieuw bewijsrecht
Achtergrond, aanleiding en rode draad: versterking van het proces van waarheidsvinding
4 uitgangspunten:
1. Actievere rechter bij waarheidsvinding (art. 24 lid 2 Rv)
2. Voorlopige bewijsverrichtingen ‘gelijktrekken’
3. Verbetering inzagerecht
4. Wettelijke regeling bewijsbeslag
Week 1b, stellen en betwisten; bewijzen & waarderen
Feitenvaststelling in het civiele proces
1. Stellen
2. Betwisten
3. Bewijslastverdeling (HC 3 en 4)
4. Bewijsaanbod en bewijsopdracht (HC 6)
5. Bewijslevering (HC 5,6 en 7)
6. Bewijswaardering
Feitenvaststelling
Kernbepaling: art. 149 lid 1, eerste volzin Rv
Feiten en rechten
In het geding ter kennisgenomen of gesteld
Niet (voldoende) betwist? Feiten staan vast (art. 149 lid 1, tweede volzin Rv)
HR Samenloop strafzaak
Invloed EU-recht (m.n. consumentenbeschermend EU-recht)
Feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels (art. 149 lid 2 Rv)
,Hoe loopt dit af?
- Bewijslastverdeling? Volgende week!
Stelplicht
Partijen moeten feiten stellen (en betwisten), art. 149 lid 1 Rv
Welke feiten? Zie ingeroepen rechtsgevolg, bijvoorbeeld:
Rechtsgevolg: schadevergoeding o.g.v. wanprestatie (art. 6:74 BW)
Te stellen feiten: verbintenis, tekortkoming, schade, causaal verband en indien van
toepassing verzuim
Stellingen (en betwistingen) moeten worden onderbouwd
Mate van stellen/motiveren en betwisten/motiveren: communicerende vaten
Voorbeelden Eisers/Amsterdam (Stelplicht en betwistingsplicht zijn communicerende vaten.
Hoe concreter de ene partij stelt, hoe concreter de andere partij moet betwisten)
Verzwaarde stelplicht (beter: verzwaarde motiveringsplicht)
, NNEK/Van Mourik Verzwaarde motiveringsplicht bij informatie-asymmetrie
Degene die over de relevante informatie beschikt, moet zijn standpunt uitgebreider
toelichten.
Urenstaten Wie gedetailleerde urenstaten overlegt, heeft zijn stellingen goed
onderbouwd De wederpartij moet dan concreet aangeven welke uren volgens haar
onjuist zijn; een algemene ontkenning volstaat niet.
Bewijswaardering
Sluitstuk van het bewijsrecht
Waardering is vrij, tenzij de wet anders bepaalt (art. 152 lid 2 Rv)
Motivering
Nieuw Vredenburgh/NHL Vrije bewijswaardering (art. 152 lid 2 Rv). De rechter mag zelf
bepalen welk bewijs overtuigt, maar moet zijn oordeel wel voldoende motiveren.
Afronding
Feiten en feitelijke grondslag
Stellen en betwisten
Gemotiveerd stellen en gemotiveerd betwisten
Stelplicht (betwistingsplicht) en verzwaarde stelplicht (motiveringsplicht)
Bewijswaardering
Week 2a, bewijslastverdeling
Oefenvraag 1
Vraag jezelf eerst af: op welke materieelrechtelijke bepaling beroept Vreesman zich? Vreesman
vordert nakoming van de chocoladeletters. Er is een ovk en daar vloeit een verbintenis uit voort,
namelijk leveren van de letters. Dit doet hij niet, dus Vreesman vordert nakoming art. 3:296 BW
Wat vreesman moet stellen vloeit voort uit deze bepaling: ‘’hij die jegens een ander verplicht is iets
te geven, te doen of na te laten’’
Hij: schuldenaar moet worden veroordeeld
Een ander: Vreesman (koper)
Iets te geven: chocoladeletters te leveren
Je hoeft niet te stellen dat de vordering ook opeisbaar is lid 2!
Art. 3:296 BW heeft het niet over verzuim, dus dit hoef je niet te stellen!
Art. 6:74 BW vereisten!!!
Als rechter stellingen van partijen tegen over elkaar zetten!
A
Schuldeiser = A
Schuldenaar = B
Verbintenis = afspraak dat B zorg zou dragen voor een WA verzekering. B heeft geen WA-
verzekering afgesloten nakoming is blijvend onmogelijk en A moet dit stellen. Je kan je