1
Psychopathologie bij Kind en Jeugdigen
Hoorcollege 1 – Introductie
7 april 2026
Gedrag is afwijkend als het op een bepaald moment:
- ... wel vertoond wordt, terwijl het niet in overeenstemming is met wat volgens onze
opvattingen gemiddeld en idealiter bij die ontwikkelingsfase en de daarbij behorende
ontwikkelingstaken behoort
- OF ... niet vertoond wordt, terwijl dat volgens diezelfde opvattingen wel zou moeten
Gedrag is een stoornis als het afwijkend gedrag is dat:
- Langdurig en niet meer situatie gebonden persisteert
- De overgang naar nieuwe ontwikkelingsfasen en –taken blokkeert
- Voor de persoon en zijn/haar omgeving aanzienlijk lijden oplevert
- Meestal in bepaalde combinaties van gedragingen/symptomen voorkomt en in andere niet
Ontwikkelingspsychologie
- Verband tussen ontwikkeling en psychopathologie
o Wanneer gaat niet-pathologie over in pathologie?
o Men kan bewegen tussen pathologisch en niet-pathologisch continuüm
- Verband tussen een vroege stoornis met de latere ontwikkeling
- Verband tussen een gebeurtenis in de vroege ontwikkeling met een latere stoornis
- Verband tussen een vroege stoornis met een latere stoornis
- Effect van een stoornis op het verloop van de huidige ontwikkeling
- Effect van ontwikkeling op de uitingsvorm van een stoornis
Epidemiologie
Centrale vraag: hoeveel kinderen in de populatie hebben deze
problemen?
- Prevalentie: bestaande gevallen met een bepaald ziektebeeld in
een bepaalde periode
o 48% van de volwassenen (18-75) heeft ooit in het leven ≥ 1 psychische aandoeningen
gehad (Ten Have et al., 2023)
o 18% van de jongeren (12-25) had psychische klachten (CBS, 2022)
- Incidentie: aantal nieuwe gevallen
- Verhouding jongens-meisjes
- Verdeling over levensloop (verschillen per leeftijdsgroep)
- Beginleeftijd
Risicofactoren = factoren die het gezondheidsprobleem “veroorzaken”, verhogen de kans op
ontwikkelen van een stoornis
- Predisponerende factoren = kunnen een kind vatbaar/kwetsbaar maken
- In standhoudende factoren = kunnen psychologische problemen in standhouden
- Uitlokkende factoren = factoren voorafgaand aan psychologische problemen
,2
Beschermende factoren
- Kunnen de ontwikkeling van psychologische problemen voorkomen
- Kunnen het effect van risicofactoren verminderen
- Karakteriseren kinderen met veerkracht (resilience)
Etiologie
- Zelden kunnen we spreken van causaliteit
- Zelden 1 enkele factor de oorzaak → complex samenspel/interactie
- Individu + omgeving → gehele systeem
Classificeren van probleemgedrag
- Symptoom: de kleinst beschrijfbare onderzoekseenheid in de
geneeskunde/psychopathologie en te beschouwen als ziekteteken
o Hoofdsymptomen: deze hebben voor de diagnose een directe oriënterende functie
o Bijsymptomen: maken het beeld van de stoornis volledig zonder uit zichzelf direct
richtinggevend te zijn voor de diagnose
- Syndroom: een groep van (dikwijls) tezamen optredende symptomen vooral medisch
- Stoornis: afwijkend gedrag, langdurig, niet situatie gebonden, klinisch significant lijden,
belemmering op sociale, beroepsmatige of andere belangrijke levensgebieden en meestal in
bepaalde combinaties van gedragingen/symptomen wij spreken hier vaker van
Doel van classificeren:
- Het faciliteert expert kennis + ontwikkeling van epidemiologische informatie
- Efficiëntie, samenvatting
- Bevordert communicatie tussen professionals + evidence-based behandeling
- Aansluiting vinden bij verklarings- en behandeling theorieën in de wetenschappelijke
literatuur
- Classificeren ≠ diagnose stellen
- “Simply checking off symptoms is not sufficient to make a diagnosis, although it will make the
start of a more reliable assessment”
- Doel: clinici ondersteunen bij het classificeren als onderdeel van een diagnostische
beschrijving die moet leiden tot een individu gericht behandelplan
Categoriaal
- DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)
- ICD-10 (International Classification of Diseases)
- DC 0-3R (Diagnostic Classification 0-3)
Dimensioneel
- Aseba schalen (Achenbach’s System for Empirically Based Assessment)
- SDQ (Strengths and Difficulties Questionnaire)
- RDoC (Research Domain Criteria)
Systeembenadering
,3
DSM
DSM-IV: opgebouwd in verschillende assen:
- AS I: Klinische stoornis
- AS II: Persoonlijkheidsstoornissen + zwakzinnigheid
- AS III: Somatische aandoeningen
- AS IV: Psychosociale + omgevingsproblemen
- AS V: Algehele beoordeling van het functioneren (GAF)
Geen assen meer in DSM-5, maar classificatie op basis van:
- Klinische blik
- Semi-gestructureerde interviews
- Observaties
- Meerdere bronnen (kind, ouder, school)
De context/systeem
- Binnen de ontwikkelingspsychopathologie kunnen individuen en hun gedrag kan niet los
worden gezien van de context waarin zij zich ontwikkelen (model van Bronfenbrenner)
Bestudeer:
- De geschiedenis van het individu
- Zijn relationele context (ouders, peers)
- Zijn schoolcontext, buurt, cultuur ect.
“By using a developmental approach in the study of psychopathology, we may find that the disease
disappears when understood as one of many adaptational processes between an individual and life
experiences.” (Sameroff, 2000; p.298)
Het effect van de behandeling hangt ook af van de omgeving
- Kind karateristieken
- Familie factoren
- Professionele netwerk
- Behandel systeem
Stemming
- Onderdeel van ons allemaal
- Natuurlijke variatie per dag/ per leeftijdsfase
- Experience sampling method (ESM)
Stemming is afwijkend als:
- Het context onafhankelijk is
- Het disproportioneel is (de stemming en situatie liggen niet meer in verhouding met elkaar)
- Het onderscheiden kan worden van een emotie
- Er sprake is van toename van ernst
- Het andere terreinen verstoort: denken, gedrag
- Het niet te beïnvloeden is: machteloosheid, hopeloosheid mbt. de toekomst, waardeloosheid
(cognitieve triade)
, 4
Stemming in de DSM-5
A. Depressieve stoornissen:
Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
Depressieve stoornis
Persisterende depressieve stoornis
Premenstruele stemmingsstoornis
Depressieve stoornis door een: middel/medicatie, somatische aandoening
Andere gespecificeerde depressieve stoornis
Ongespecificeerde depressieve stoornis
B. Bipolaire stoornissen:
Bipolaire-I-stoornis
Bipolaire-II-stoornis
Cyclothyme stoornis
Bipolaire stoornis door een: middel/medicatie, somatische aandoening
Andere gespecificeerde bipolaire stoornis
Ongespecificeerde bipolaire stemmingsstoornis
Prevalentie:
Depressie (NJI + CBS, 2020; Ten Have et al., 2023):
- ± 4% van de jongeren tussen 12 – 18 jaar
- ± 7% van de jongeren tussen 16 – 20 jaar
- ± 9% van jongvolwassenen (18 – 35 jaar) hoog risico op angststoornis of depressie
Toename met leeftijd:
- Vanaf 9 jaar betrouwbaar rapporteren over interne ervaringen, ervoor lastig om te meten
- Meer (sociale) druk: vergelijking tussen jezelf en anderen (social media)
- Verwerven van objectconstantie (= objectpermanentie)
- Eind basisschool: besef dat dood permanent is
Meer meisjes/vrouwen dan jongens/mannen (Reinecke et al., 2005; Ten Have et al., 2023):
Hormonaal:
o Bij meisjes meer behoefte aan verbondenheid
o Toename kwetsbaarheid voor verstoringen in interpersoonlijke relaties
Fysiek
o Meer aandacht voor en druk op volwassen ‘gedrag’, passend bij uiterlijk, maar niet bij
emotionele ontwikkeling en coping vaardigheden (mogelijk cultureel bepaald)
Rollen binnen systeem
o Meer autonomie, conflict en angst (meer emotionele opvoeding voor meisjes,
mannen moeten vaak al snel op eigen benen staan)
Toename aan ‘afhankelijke’ life events met name voor meisjes (hoge emotionaliteit) en in
interpersoonlijke sfeer
Klinisch beeld en diagnose
Psychopathologie bij Kind en Jeugdigen
Hoorcollege 1 – Introductie
7 april 2026
Gedrag is afwijkend als het op een bepaald moment:
- ... wel vertoond wordt, terwijl het niet in overeenstemming is met wat volgens onze
opvattingen gemiddeld en idealiter bij die ontwikkelingsfase en de daarbij behorende
ontwikkelingstaken behoort
- OF ... niet vertoond wordt, terwijl dat volgens diezelfde opvattingen wel zou moeten
Gedrag is een stoornis als het afwijkend gedrag is dat:
- Langdurig en niet meer situatie gebonden persisteert
- De overgang naar nieuwe ontwikkelingsfasen en –taken blokkeert
- Voor de persoon en zijn/haar omgeving aanzienlijk lijden oplevert
- Meestal in bepaalde combinaties van gedragingen/symptomen voorkomt en in andere niet
Ontwikkelingspsychologie
- Verband tussen ontwikkeling en psychopathologie
o Wanneer gaat niet-pathologie over in pathologie?
o Men kan bewegen tussen pathologisch en niet-pathologisch continuüm
- Verband tussen een vroege stoornis met de latere ontwikkeling
- Verband tussen een gebeurtenis in de vroege ontwikkeling met een latere stoornis
- Verband tussen een vroege stoornis met een latere stoornis
- Effect van een stoornis op het verloop van de huidige ontwikkeling
- Effect van ontwikkeling op de uitingsvorm van een stoornis
Epidemiologie
Centrale vraag: hoeveel kinderen in de populatie hebben deze
problemen?
- Prevalentie: bestaande gevallen met een bepaald ziektebeeld in
een bepaalde periode
o 48% van de volwassenen (18-75) heeft ooit in het leven ≥ 1 psychische aandoeningen
gehad (Ten Have et al., 2023)
o 18% van de jongeren (12-25) had psychische klachten (CBS, 2022)
- Incidentie: aantal nieuwe gevallen
- Verhouding jongens-meisjes
- Verdeling over levensloop (verschillen per leeftijdsgroep)
- Beginleeftijd
Risicofactoren = factoren die het gezondheidsprobleem “veroorzaken”, verhogen de kans op
ontwikkelen van een stoornis
- Predisponerende factoren = kunnen een kind vatbaar/kwetsbaar maken
- In standhoudende factoren = kunnen psychologische problemen in standhouden
- Uitlokkende factoren = factoren voorafgaand aan psychologische problemen
,2
Beschermende factoren
- Kunnen de ontwikkeling van psychologische problemen voorkomen
- Kunnen het effect van risicofactoren verminderen
- Karakteriseren kinderen met veerkracht (resilience)
Etiologie
- Zelden kunnen we spreken van causaliteit
- Zelden 1 enkele factor de oorzaak → complex samenspel/interactie
- Individu + omgeving → gehele systeem
Classificeren van probleemgedrag
- Symptoom: de kleinst beschrijfbare onderzoekseenheid in de
geneeskunde/psychopathologie en te beschouwen als ziekteteken
o Hoofdsymptomen: deze hebben voor de diagnose een directe oriënterende functie
o Bijsymptomen: maken het beeld van de stoornis volledig zonder uit zichzelf direct
richtinggevend te zijn voor de diagnose
- Syndroom: een groep van (dikwijls) tezamen optredende symptomen vooral medisch
- Stoornis: afwijkend gedrag, langdurig, niet situatie gebonden, klinisch significant lijden,
belemmering op sociale, beroepsmatige of andere belangrijke levensgebieden en meestal in
bepaalde combinaties van gedragingen/symptomen wij spreken hier vaker van
Doel van classificeren:
- Het faciliteert expert kennis + ontwikkeling van epidemiologische informatie
- Efficiëntie, samenvatting
- Bevordert communicatie tussen professionals + evidence-based behandeling
- Aansluiting vinden bij verklarings- en behandeling theorieën in de wetenschappelijke
literatuur
- Classificeren ≠ diagnose stellen
- “Simply checking off symptoms is not sufficient to make a diagnosis, although it will make the
start of a more reliable assessment”
- Doel: clinici ondersteunen bij het classificeren als onderdeel van een diagnostische
beschrijving die moet leiden tot een individu gericht behandelplan
Categoriaal
- DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)
- ICD-10 (International Classification of Diseases)
- DC 0-3R (Diagnostic Classification 0-3)
Dimensioneel
- Aseba schalen (Achenbach’s System for Empirically Based Assessment)
- SDQ (Strengths and Difficulties Questionnaire)
- RDoC (Research Domain Criteria)
Systeembenadering
,3
DSM
DSM-IV: opgebouwd in verschillende assen:
- AS I: Klinische stoornis
- AS II: Persoonlijkheidsstoornissen + zwakzinnigheid
- AS III: Somatische aandoeningen
- AS IV: Psychosociale + omgevingsproblemen
- AS V: Algehele beoordeling van het functioneren (GAF)
Geen assen meer in DSM-5, maar classificatie op basis van:
- Klinische blik
- Semi-gestructureerde interviews
- Observaties
- Meerdere bronnen (kind, ouder, school)
De context/systeem
- Binnen de ontwikkelingspsychopathologie kunnen individuen en hun gedrag kan niet los
worden gezien van de context waarin zij zich ontwikkelen (model van Bronfenbrenner)
Bestudeer:
- De geschiedenis van het individu
- Zijn relationele context (ouders, peers)
- Zijn schoolcontext, buurt, cultuur ect.
“By using a developmental approach in the study of psychopathology, we may find that the disease
disappears when understood as one of many adaptational processes between an individual and life
experiences.” (Sameroff, 2000; p.298)
Het effect van de behandeling hangt ook af van de omgeving
- Kind karateristieken
- Familie factoren
- Professionele netwerk
- Behandel systeem
Stemming
- Onderdeel van ons allemaal
- Natuurlijke variatie per dag/ per leeftijdsfase
- Experience sampling method (ESM)
Stemming is afwijkend als:
- Het context onafhankelijk is
- Het disproportioneel is (de stemming en situatie liggen niet meer in verhouding met elkaar)
- Het onderscheiden kan worden van een emotie
- Er sprake is van toename van ernst
- Het andere terreinen verstoort: denken, gedrag
- Het niet te beïnvloeden is: machteloosheid, hopeloosheid mbt. de toekomst, waardeloosheid
(cognitieve triade)
, 4
Stemming in de DSM-5
A. Depressieve stoornissen:
Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
Depressieve stoornis
Persisterende depressieve stoornis
Premenstruele stemmingsstoornis
Depressieve stoornis door een: middel/medicatie, somatische aandoening
Andere gespecificeerde depressieve stoornis
Ongespecificeerde depressieve stoornis
B. Bipolaire stoornissen:
Bipolaire-I-stoornis
Bipolaire-II-stoornis
Cyclothyme stoornis
Bipolaire stoornis door een: middel/medicatie, somatische aandoening
Andere gespecificeerde bipolaire stoornis
Ongespecificeerde bipolaire stemmingsstoornis
Prevalentie:
Depressie (NJI + CBS, 2020; Ten Have et al., 2023):
- ± 4% van de jongeren tussen 12 – 18 jaar
- ± 7% van de jongeren tussen 16 – 20 jaar
- ± 9% van jongvolwassenen (18 – 35 jaar) hoog risico op angststoornis of depressie
Toename met leeftijd:
- Vanaf 9 jaar betrouwbaar rapporteren over interne ervaringen, ervoor lastig om te meten
- Meer (sociale) druk: vergelijking tussen jezelf en anderen (social media)
- Verwerven van objectconstantie (= objectpermanentie)
- Eind basisschool: besef dat dood permanent is
Meer meisjes/vrouwen dan jongens/mannen (Reinecke et al., 2005; Ten Have et al., 2023):
Hormonaal:
o Bij meisjes meer behoefte aan verbondenheid
o Toename kwetsbaarheid voor verstoringen in interpersoonlijke relaties
Fysiek
o Meer aandacht voor en druk op volwassen ‘gedrag’, passend bij uiterlijk, maar niet bij
emotionele ontwikkeling en coping vaardigheden (mogelijk cultureel bepaald)
Rollen binnen systeem
o Meer autonomie, conflict en angst (meer emotionele opvoeding voor meisjes,
mannen moeten vaak al snel op eigen benen staan)
Toename aan ‘afhankelijke’ life events met name voor meisjes (hoge emotionaliteit) en in
interpersoonlijke sfeer
Klinisch beeld en diagnose