Pptx samenvatting (leerjaar 4)
Vakhoudelijke inhoud in de toets:
+/- 30 vragen in 60 min
Veel meerkeuze, wel goed uitleggen waarom je die keuze maakt (meerdere
antwoorden goed, maar wel goed onderbouwen)
pptx leerprocessen
Rasgroepen naam en nummer + rasomschrijving
1. Herdershonden en veedrijvers
a. Slim, gehoorzaam, actief, gericht op samenwerking met baas
b. Middelgrote tot grote, gespierd, vaak atletisch gebouwd
2. Pinschers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden
a. Beschermend, trouw, krachtig, vaak waaks
b. Robuuste bouw, variërend van compacte tot zeer grote honden,
vaak korte vacht of dik vachttype
3. Terriërs
a. Levendig, moedig, soms eigenzinnig, energiek
b. Meestal kleiner tot middelgroot, stevig gebouwd, vaak ruwe of
dichte vacht
4. Dashonden
a. Vasthoudend, slim, eigenwijs, moedig
b. Lang lichaam met korte poten; verschillende vachttypes (kort, lang,
ruw)
5. Spitsen en oertypen
a. Waaks, zelfstandig, energiek, vaak terughoudend tegenover
vreemden
b. Vaak pool- of wolfachtig uiterlijk: dikke vacht, opstaande oren,
krulstaart.
6. Lopende honden, zweethonden en aanverwante rassen
a. Volhardend, rustig, goede neus, zelfstandig werkend
b. Slanke tot middelgrote bouw, vaak hangende oren, vacht meestal
glad of middellang
7. Voorstaande honden
a. Zachtaardig, trainbaar, energiek, actief in het veld
b. Elegante, atletische bouw; vaak kort of middellang behaarde vacht
8. Retrievers, Spaniels en waterhonden
a. Sociaal, vriendelijk, leergierig, water-minnend
b. Middelgroot, vaak dichte of waterafstotende vacht, vaak goed
zwem-/werkvermogen
9. Gezelschapshonden
a. Aanhankelijk, gericht op mensen, levendig, goed als huisgenoot
b. Variatie in grootte en uiterlijk; vaak kleiner, met verzorgde of
opvallende vacht
10.Windhonden
a. Elegant, snel, rustig bij baas, soms gereserveerd
b. Slank en langbenig, diepe borstkas, gebouwd op snelheid; vacht
meestal kort of fijn
Chow Chow (terugkomst in toets)
, o Rasgroep 5: Spitsen en Oertypen
o Jacht, hoeden van vee, bewaken huis en erf, bont- en
vleesleverancier
o Blauwe tong, frons op hoofd
o Zelfstandig, eigenzinnig, gehecht aan één persoon, afwijzend
tegenover vreemden
Drentse patrijs (terugkomst in toets)
o Rasgroep 7: Voorstaande honden
o Jachthond, veelzijdig, werklustig, vriendelijk, intelligent, graag
buiten
De brak (terugkomst in toets)
o Rasgroep 6: Lopende honden, zweethonden en aanverwante rassen
o Wild te volgen en op te sporen aan de geur, volhardend, lang
uithoudingsvermogen, intelligent, zelfstandig
Ethologie hond: waarom?
o Ethiek = over het nadenken over wat mensen wel en niet met dieren
mogen doen en hoe je met dieren hoort om te gaan. Iedereen heeft
hier zijn eigen mening over.
o 5 vrijheden
Lichaamstaal/gedrag
Natuurlijk gedrag (wat is het?)
o Het instinctieve en aangeboren gedrag dat honden vertonen, zonder
beïnvloeding van training of opvoeding. Het omvat gedragingen die
voortkomen uit hun biologische en evolutionaire achtergrond, zoals
jachtinstinct, territoriumafbakening, sociale interacties, en
communicatie via lichaamstaal
Predispositie honden
o In de kynologie (en dierenwetenschap) dat een hond (of dier) een
aangeboren aanleg of gevoeligheid heeft voor bepaalde
eigenschappen, gedragingen of gezondheidsproblemen
o Het is een genetische of erfelijke neiging waardoor een hond bv
makkelijk die bepaalde ziekten of karaktertrekken vertoont
Leerprincipes/-processen
Klein beetje ziekteleer
Communicatievormen, beetje wetgeving
Opdracht van de begrippen leren
, Inhoud
Module B1: Basisinstructeur................................................................................... 4
Rassenkennis....................................................................................................... 4
Rasgroep 1....................................................................................................... 4
Rasgroep 2....................................................................................................... 5
Rasgroep 3....................................................................................................... 6
Rasgroep 4....................................................................................................... 7
Rasgroep 5....................................................................................................... 7
Rasgroep 6....................................................................................................... 7
Rasgroep 7....................................................................................................... 8
Rasgroep 8....................................................................................................... 8
Rasgroep 9....................................................................................................... 9
Rasgroep 10..................................................................................................... 9
Nederlandse rassen........................................................................................ 10
Niet FCI-erkend.............................................................................................. 10
HR-rassen....................................................................................................... 10
Houding en gedrag hond................................................................................... 11
Inleiding......................................................................................................... 11
Dominantiemodel........................................................................................... 11
Ontwikkelingsfasen........................................................................................ 11
Gedrag........................................................................................................... 13
Lichaamstaal.................................................................................................. 15
Leerprocessen................................................................................................ 19
Welzijn en ethiek............................................................................................ 21
Begrippen....................................................................................................... 21
Communicatievormen en didactiek lesgeven....................................................25
Wetten en regels............................................................................................... 26