Corporate Real Estate Management (CREM)
Gebaseerd op Huisvestingsmanagement – van strategie tot exploitatie (3e druk) Hoofdstuk 1 t/m 8
& 12 t/m 14 | Hoorcolleges 1-5 | Casus RIVM/CBG
,DEEL 1: WAT IS CREM?
1.1 Definitie en kern van CREM
Corporate Real Estate Management (CREM) is het managen van de vastgoedportefeuille van een
onderneming, door de portefeuille en diensten af te stemmen op de primaire bedrijfsprocessen, met
het doel maximale toegevoegde waarde te realiseren voor de organisatie en optimaal bij te dragen
aan de overall performance van de onderneming.
(Dewulf, Krumm & De Jonge, 2000)
CREM kijkt naar huisvesting vanuit het perspectief van de GEBRUIKER (niet de belegger of
eigenaar). De kernvraag is altijd: hoe kan huisvesting bijdragen aan de doelen van de organisatie?
1.2 Definitie van Huisvesting
Huisvesting bestaat uit verschillende huisvestingscomponenten – locaties, gebouwen, interieur,
financieringsvormen, gebruiksprincipes en gebouwgebonden facilitaire diensten – die samen zorg
dragen voor de fysieke-ruimtelijke ondersteuning van een bepaalde organisatie, de mensen die er
werken of op bezoek komen en de activiteiten die er plaatsvinden.
De componenten van huisvesting zijn de 'knoppen' waar een CREM-manager aan kan draaien:
• Locatie
• Gebouwen
• Interieur / werkplekken
• Financieringsvorm (eigendom, huur, lease)
• Gebruiksprincipes (bijv. flexibel of vaste plekken)
• Gebouwgebonden facilitaire diensten
1.3 Huisvesting: noodzakelijk kwaad of strategisch bedrijfsmiddel?
Huisvesting kan worden gezien als:
• Noodzakelijk kwaad: hoge kosten, complexiteit, risico's – iets wat je moet hebben.
• Strategisch bedrijfsmiddel: kan bijdragen aan de uitvoering van de organisatiestrategie en
toegevoegde waarde creëren.
CREM omarmt het tweede perspectief. Huisvesting is GEEN bijzaak, maar een middel om
organisatiedoelen te bereiken.
1.4 Drie perspectieven op huisvesting
Perspectief Inhoud
Organisatiegericht Huisvesting als strategisch bedrijfsmiddel dat bijdraagt aan de
organisatiestrategie. Koppeling missie-visie-strategie aan de
huisvesting.
Mensgericht De gebruiker (medewerker, bezoeker) staat centraal.
Huisvestingsbehoeften in kaart brengen via o.a. Maslow,
Vischer, Herzberg. Person-Environment Fit.
, Professioneel Optimaliseren van prestaties op functioneel, esthetisch,
(maatschappelijk technisch en financieel vlak. Aandacht voor milieu, mensen in
verantwoord) omgeving, cultuurhistorische waarde.
1.5 De vier hoofdprocessen van huisvestingsmanagement
Proces Uitleg
1. Richten (strategie) Ontwikkelen van huisvestingsstrategie: organisatiestrategie →
huisvestingsstrategie
2. Verrichten (muteren) Projectmatig implementeren van de strategie (bijv. nieuwbouw,
verhuizing)
3. Verrichten (exploiteren) Cyclisch: gebruik, onderhoud, monitoren en bijsturen
4. Inrichten (organiseren) Ontwerpen en professionaliseren van de
huisvestingsorganisatie zelf
DEEL 2: TOEGEVOEGDE WAARDEN VAN HUISVESTING
2.1 De 12 vormen van toegevoegde waarde (CRUCIAAL voor het
tentamen!)
Toegevoegde waarde = de mate waarin vastgoed bijdraagt aan het realiseren van de
organisatiedoelen en het presteren van de organisatie, vanuit het perspectief van verschillende
stakeholders.
Er zijn 12 erkende vormen van toegevoegde waarde (HVM pg. 132-135):
Toegevoegde Waarde Uitleg + voorbeeld RIVM/CBG
1. Tevredenheid verhogen Medewerkers tevreden houden met fijne werkomgeving. RIVM:
daglicht, uitzicht, ruimtelijkheid, grand café, sportruimte.
2. Imago verbeteren / Gebouw als visitekaartje. RIVM: sobere maar allure uitstraling,
ondersteunen BREEAM Outstanding, transparant onderzoeksgebouw.
3. Cultuur Gebouw ondersteunt openheid en samenwerking. RIVM: open
ondersteunen/versterken structuur stimuleert ontmoeting, kenniswisseling.
4. Gezondheid en Gezonde werkomgeving. RIVM: sportcentrum, gezonde
veiligheid verbeteren voeding, akoestiek, daglicht, biophilic design.
5. Arbeidsproductiviteit Korte looplijnen, goede faciliteiten. RIVM: 50% kantoorplekken
verhogen naast lab, ontmoetingspleinen.
6. Innovatie en creativiteit Ruimten voor ongeplande ontmoetingen. RIVM:
stimuleren ontmoetingspleinen, open vides, kennisdeling centraal.
7. Aanpasbaarheid Gebouw meegroeien met organisatie. RIVM: flexibele inrichting,
faciliteren (flexibiliteit) modulaire opbouw, multifunctioneel.
8. Risico's beheersen Beperken van juridische, financiële en operationele risico's.
RIVM: beveiligde labs (microorganismen), PPS-constructie.
9. Kosten verlagen Energieneutrale koeling/verwarming, trapgebruik. RIVM:
windmolen, energiezuinige installaties.