ALGEMEEN STAPPENPLAN lijm: estethische zones, niet op vochtige zones
steristrips = huidstrips: opp snijwonden, niet
1. Observatie/beschrijving + plaats van wonde + vochtige zones
status van ev infectie hechtdraad: diepe wonden in meerdere lagen
2. Reiniging hechten (abces voorkomen)
3. Ontsmetten 5. bedekken:
4. Hechten? niet-inklevende verbanden = primair afdekkende
5. Zalf? verbanden: droge schaafwonden
6. Bedekken geperforeerd polyestervlies (melolin,
OBSERVATIE/BESCHRIJVING VAN stellaline): droge, opp schaafwonden
WONDE gemetalliseerde geperforeerde vliesstof
(metalline): droge schaafwonden
W ONDTYPE woven compress + vetgaasverband (jelonet):
natte wonde, kleeft niet in wonde => indien heel
Snijwonde nat: sec kompres
Schaafwonde non-woven compress (mesoft): natte wonde,
Brandwonde/vrieswonde: minder inklevend => indien heel nat: sec kompres
1ste – 2de – 3de graad silicone contactlaag (mepitel): minder huidirritatie
Chemisch/thermisch (enkel hechting aan intacte huid), oudere ptn, niet-
Ev blaren met/zonder blaardak inklevend
fixatieverbanden:
DIEPTE polyurethaanfilm
fixatiepleister (hypafix)
Oppervlakkig = enkel beschadiging van huid
windels/zwachtels: geen huidirritatie
Diep = blootstelling spier/pees/bot => snelle infectie
extra secundaire verbanden nodig bij natte
VUILIGHEID EN BLOEDI NG wonden: kompressen, waterkompressen,
superabsorbers
Proper/vuil STELPEN VAN BLOEDINGEN
Hevige bloeding => drukverband/tourniquet (max 1h)
Veneus (cte stroom donker bloed) vs arterieel
ONTSTEKINGSTEKENEN (pulserende stroom rood bloed)
Ernstige bloeding => directe, rechtstreekse, continue
= roodheid, warmte, zwelling druk
Thv ledematen: tourniquet
VOCHTIGHEID
STAPPENPLAN BRANDWONDEN
Droog/nat
Nodig om te bepalen welk verband/zalf GRAAD 1
HECHTING NODIG? Klinisch: Roodheid, zwelling, pijn, geen blaren
Therapie: lauw stromend water voor 15-20min +
Bij diepe wonden hydraterende crème (hydrogel)
Scherpe wondranden?
GRAAD 2 OPPERVLAKKIG
STAPPEN BIJ WONDBEHANDELING
1. reinigen/spoelen met kraantjeswater of Klinisch: roodheid, blaarvorming, exsudatie (vocht),
fysiologische oplossing => vuil verwijderen pijn
2. ontsmetten: Therapie:
iso-betadine/braunol (polyvidonjood) = eerste lauw stromend water voor 15-20 min
keuze => breed spectrum: niet gebruiken bij kleine blaren: niet openprikken hydrogel:
allergie vochtinbrengend + verkoelend
chloorhexidine (diaseptyl, hibidil) = tweede keuze grote blaren of blaren met risico op ruptuur:
(grampos bacteriën): niet in de buurt van ogen openprikken
chlooraminen (Dakin-Cooper) = derde keuze: 1. blaar + zone errond ontsmetten
geurwerend 2. met steriele/ontsmette naald aan rand van
3. crèmes/zalven => vochtige wondheling: blaar prikken
hydrogel (flamigel) = droge wonden vochtig 3. blaardak verwijderen
houden (= schaafwonden), 1ste graad 4. ontsmetten
brandwonden 5. Veel exsudaat: alginaatgel = flaminal
alginaatgel/enzyme alginogel (flaminal hydro/forte afh hoeveelheid exsudaat + niet-
hydro/forte): droogt wonde uit, 2de graad inklevend sec verband
brandwonden (hydro voor licht vochtige wonden, OF
forte voor sterk natte wonden) Weinig exsudaat: afdekken met niet-inklevend
anti-microbiële gel (iso-betadine gel): bij tekenen verband
van ontsteking blaar al open blaardak verwijderen
4. hechten: chemische brandwonde: geen
nietjes: wonden op gewrichten/met veel crème/ontsmettingsmiddel
beweging, niet op zichtbare plaatsen