Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Metabolisme deel 1 en deel 2 | UA | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
109
Geüpload op
10-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Per hoofdstuk overzicht van de pathways. Studiemateriaal voor het vak Metabolisme aan de Universiteit Antwerpen, gericht op de centrale koolhydraatmetabolische routes. Het document behandelt glycolyse (inclusief alle fases, regulatie en fermentatie), gluconeogenese, glucose-opname via transporters, en glycogeen-metabolisme met bijbehorende ziekte-condities zoals lactose-intolerantie en galactosemia. Uitstekende voorbereiding op examens met gedetailleerde uitleg van enzymatische stappen, energieopbrengsten, hormonale regulatie en de reciproke controle tussen glycolyse en gluconeogenese.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

H1: glycolyse en gluconeogenese

LEERDOELEN 8

1. INLEIDING 8

Definities glycolyse en gluconeogenese 8

Glucose als brandstof molecule 8

Fermentatie vs. complexe oxidatie 9

Lot van glucose in verschillende cellen 9


2. OPNAME VAN GLUCOSE IN DE CEL VIA TRANSPORTERS 10

Gefaciliteerde diffusie: GLUT transporters 10
Regulatie van GLUT4 moleculen: exocytose / endocytose cyclus 11

Actief transport: 𝑵𝒂 +/glucose symporters 11
Transport via poortsysteem (ping pong) 12


3. DE GLYCOLYSE 12

Fase 1: conversie glucose → fructose-1,6-bifosfaat 12
Hexokinase 12
Phosphoglucose isomerase 13
Phosphofructokinase (PFK) 13

Fase 2: klieving van hexose in 2 triosen 13

Fase 3: omvorming triose in pyruvaat (energie transformatie) 14
Glyceraldehyde-3-fosfaat dehydrogenase (GAPDH) 14
Vorming ATP uit 1,3-BPG 15
Vorming additioneel ATP en vorming pyruvaat 16

Overzicht: energie opbrengst 16

Behoud redoxbalans: het lot van pyruvaat 17
Ethanol fermentatie 17
Lactaat fermentatie: lactaat dehydrogenase 18

Disachariden als bron van koolhydraten: sucrose & lactose 19
Galactose metabolisme 19
Fructose metabolisme in de lever 19
Fructose metabolisme in lever vs. vet 19

Metabole ziekten 20
Lactose intolerantie 20
Galactosemia 20
Fructose intolerantie 20

Glycolytische weg is strikt gecontroleerd 21
Situatie in de spier 21
Situatie in de lever 22


1

, H1: glycolyse en gluconeogenese
Kanker en glycolyse 23


4. DE GLUCONEOGENESE 25

Noodzaak van gluconeogenese 25
Pyruvaat carboxylase 25
Phosphoenol pyruvaat carboxykinase (PEPCK) 26
Overzicht 27
Omzetting glycerol naar DHAP 27
Fosfatasen 27

Stoichiometrie van de gluconeogenese 28

Gluconeogenese en glycolyse worden reciprook geregeld 28

Balans glycolyse en gluconeogenese in lever = gevoelig aan bloed-glucose concentratie 30

Hormonale regulatie op transcriptieniveau 31

Substraatcyclering 31

Cori cyclus 32

Cahill cyclus 32


LEERDOELEN 34

1. INLEIDING 34

De citroenzuurcyclus (Krebscyclus) 34
Overzicht 34


2. OMZETTING PYRUVAAT NAAR ACETYL-COA 35

Pyruvaat dehydrogenase complex (PDH complex) 35
Werkingsmechanisme PDH complex 35
Structuur PDH complex 37


3. REACTIES VAN DE CITROENZUURCYCLUS 38

Citraat synthase 38

Cis-aconitase 39

Isocitraat dehydrogenase 39

𝜶-ketoglutaraat dehydrogenase complex 39

Succinyl-CoA synthase 40

Succinaat dehydrogenase 40

Fumarase 41

Malaat dehydrogenase 41
2

, H1: glycolyse en gluconeogenese
Overzicht 41
Energie winst 42


4. REGULATIE VAN DE CITROENZUURCYCLUS 42

Regulatie PDH complex 42

Regulatie czc 43
Isocitraat dehydrogenase 43
𝛼-ketoglutaraat dehydrogenase complex 43


5. AMFIBOOL KARAKTER 44

Amfibole pathway: katabool & anabool 44


6. METABOLE AANDOENINGEN DOOR DEFECTEN IN CZC 44

PDH complex deficiëntie (PDCD) (zeldzaam) 44


LEERDOELEN 46

INLEIDING 46

Nood aan ATP regeneratie 46
Werking 46
Overzicht 47

Oxidatieve fosforylatie in mitochondria 47


2. VRIJE ENERGIE OPBRENGST VAN ELEKTRONENTRANSPORT 48

Redoxpotentiaal en verandering in vrije energie 48
Voorbeeld 1: pyruvaat → lactaat 49
Voorbeeld 2: ∆𝐺 opbrengst bij reductie 12𝑂2 → 𝐻2𝑂 49

∆G nodig voor transport van 𝟏𝑯 + naar intermembranaire ruimte 49


3. DE ELEKTRONENTRANSPORTKETEN (ETK) 50

Respiratieketen bestaat uit 4 complexen 50

Complex I: NADH-Q oxidoreductase 51

Complex II: succinaat-Q reductase 52

Complex III: Q-cytochroom c oxidoreductase 52

Complex IV: cytochroom c oxidase 54

Overzicht reacties: protonentransfer in ETK 54

Ontstaan van reactive oxygen species (ROS) 55


3

, H1: glycolyse en gluconeogenese
Detoxificatie van ROS 55


4. DE PROTONENGRADIËNT DRIJFT ATP-SYNTHESE 55

Verband elektronentransport en ATP-synthese 55
Experimenteel bewijs – model van Mitchell 56

ATP synthase (𝑭𝟏 − 𝑭𝟎 synthase) 56


5. TRANSPORT DOORHEEN MITOCHONDRIALE MEMBRANEN 59

Drijvende kracht achter mitochondriaal membraan transport 59
ATP-ADP translocase 59
Phosphatase-OH transporter 59


6. TOTALE ATP OPBRENGST UIT GLUCOSE 60

Overzicht oxidatieve fosforylatie 60
Glycerol-3-phosphate shuttle van cytosolische elektronen naar ETK 60

Volledige oxidatie van 1 glucose levert ~𝟑𝟎 𝑨𝑻𝑷 60
Malaat-Aspartaat shuttle (lever / hart) van cytosolische elektronen naar ETK 61


7. REGULAITE VAN DE CELLULAIRE RESPIRATIE 61

Respiratoire controle ATP synthese a.f.v. 𝑨𝑫𝑷 (= energy charge) 61

Inhibitie van de ETK 61

Ontkoppeling oxidatieve fosforylatie 62

Mitochondriale ziekten 62

Krachttransmissie door protonengradiënt 63


LEERDOELEN 64

1. INLEIDING 64

2. REACTIES VAN DE PENTOSEFOSFAAT PATHWAY 64

Fase 1: oxidatieve fase 65

Fase 2: niet-oxidatieve fosforylatie 66
Transketolase I 66
Transaldolase 67
Transketolase II 67

Overzicht reacties PPP 68


3. LOT VAN GLUCOSE-6-FOSFAAT 68


4

, H1: glycolyse en gluconeogenese
Regulatie PPP 68
Modus 1: behoefte ribose-5-P >>> behoefte NADPH 68
Modus 2: behoefte ribose-5-P = behoefte NADPH 69
Modus 3: behoefte ribose-5-P <<< behoefte NADPH 69
Modus 4: naast NADPH ook behoefte ATP 70


4. ROL PPP IN BESCHERMING TEGEN OXIDATIEVE STRESS 71

Detoxificatie ROS in erythrocyten 71

G-6-P dehydrogenase deficiëntie 71


LEERDOELEN 73

1. INLEIDING 73

Structuur van glycogeen 73

Waarom slaan we glucose op in de vorm van glycogeen? 73


2. GLYCOGEEN AFBRAAK 74

Lot van G6P na vrijstelling uit glycogeen 74

Enzymen voor glycogeen afbraak 74
1) Glycogeen phosphorylase 74
2) Phosphoglucomutase 75
3) Transferase en 𝛼-1,6-glucosidase 76


3. REGULATIE VAN GLYCOGEEN AFBRAAK 77

Glycogeen phosphorylase – regulatiepunt 77
Glycogeen phosphorylase: regulatie door covalente modificatie 77
Epinefrine & glucagon zijn signalen voor glycogeen afbraak 78


4. GLYCOGEEN SYNTHESE 79

Glycogeen synthese en afbraak gebeuren langs verschillende wegen 79
1) UDP-glucose pyrophosphorylase 80
2) Glycogeen synthase 80
3) Glycogenin: priming 80
4) Branching enzyme 80


5. REGULATIE GLYCOGEEN SYNTHESE 80

Glycogeen synthase = sleutelenzyme voor regulatie 81


6. RECIPROKE REGULATIE GLYCOGEEN AFBRAAK & SYNTHESE 81

Glycogeen als efficiënte opslagvorm van glucose 81

Weinig energie nodig voor glycogeen afbraak 81

5

, H1: glycolyse en gluconeogenese
Afbraak & synthese zijn strikt gereguleerd 82

Reciproke regulatie door epinefrine (spier) en glucagon (lever) via PKA 82

Reciproke regulatie door PP1 bij spier in rust / na maaltijd door insuline 83
Glycogeen metabolisme in de lever regelt de bloedglucosespiegel 84
Insuline stimuleert glycogeen synthese 84


7. METABOLE AANDOENINGEN 84

Glycogeen opslag ziekten 84


LEERDOELEN 86

1. INLEIDING 86

Nood aan zuurstof 86


2. HEMOGLOBINE EN MYOGLOBINE 86

Globine superfamilie: hemoglobine (Hb) vs. myoglobine (Mb) 87

(1) Myoglobine (Mb) 87

(2) Hemoglobine (Hb) 88
Hill grafieken van Mb en Hb 89
89
Coöperativiteit verbetert 𝑂2-transport functie van Hb 90
Coöperativiteit in Hb: conformatieverandering heemgroep 90


3. ALLOSTERISCHE EFFECTOREN VAN HEMOGLOBINE 91

2,3-biphosphoglycerate (BPG) 91

Bohr effect 92

Modellen van allosterie / coöperativiteit: sequentieel KNF en concerted MWC model 93


4. ZIEKTEN VEROORZAAKT DOOR MUTATIES IN HEMOGLOBINE 93

Sikkelcelanemie (HbS) 93

Thalassemie 94


PATHWAYS 94

Glycolyse 94

Gluconeogenese 97

Citroenzuurcyclus / Krebs cyclus 98

Oxidatieve fosforylatie – elektronentransportketen 100

6

, H1: glycolyse en gluconeogenese
Pentosefosfaat pathway (PPP) 102

Glycogeen metabolisme 104
Glycogenesis 104
Glycogenolysis 106




7

, H1: glycolyse en gluconeogenese

Hoofdstuk 1: glycolyse en gluconeogenese

Zie einde hoofdstuk voor uitwerkingen van de leerdoelen.


LEERDOELEN

❑ Begrijpen van het lot van glucose in verschillende organen (zie ook pentosefosfaat en glycogeen
pathways)
❑ Begrijpen hoe glucose passief en actief wordt opgenomen in de cel
❑ De enzymatische stappen van de glycolyse alsook hun thermodynamische evenwichten begrijpen en
herkennen, zowel vanuit glucose, galactose als fructose
❑ Begrijpen hoe de redox balans van de glycolyse wordt bewaard
❑ Begrijpen hoe defecten in bepaalde glycolytische enzymen metabolische ziekten veroorzaken
❑ Begrijpen hoe de glycolyse wordt gereguleerd


1. INLEIDING

Definities glycolyse en gluconeogenese

Glycolyse = katabool Gluconeogenese = anabool
Afbraak van glucose → 2 pyruvaat Aanmaak van glucose uit precursors (bv. pyruvaat,
Energie: productie van 2 ATP lactaat)



→ NIET gewoon elkaars omgekeerde ≠ reversibel !!
→ Gemeenschappelijk: enkele intermediairen + enkele enzymen
→ Verschillen: ook specifieke (unieke) enzymen per pathway


Glucose als brandstof molecule


• Glycolyse: evolutionair sterk geconserveerd (komt voor in bijna alle organismen)
• Polysachariden (zetmeel, glycogeen) → afgebroken tot glucose (= monosacchariden)
o Glucose meestal als ringstructuur → geen vrije aldehylgroep → stabieler
o ⟺ sommige andere suikers die vaker een open (reactieve) vorm hebben
 Ontstaan van glucose:
o Kan gevormd worden onder pre-biotische omstandigheden → voor het bestaan van leven
o Via formosereactie uit formaldehyde
 Energieproductie:
o Geen 𝑂2 nodig voor ATP-productie (via glycolyse)
▪ Mogelijk in anaerobe omstandigheden
 Belang in het lichaam:
8 o RBC:
▪ Altijd volledig afhankelijk van glucose
▪ Mitochondria → geen alternatieven

, H1: glycolyse en gluconeogenese
o Hersenen:
▪ Normaal: enige brandstof = glucose
▪ Bij starvation: ook gebruik van ketonlichamen


Fermentatie vs. complexe oxidatie
Anaeroob Aeroob

Glycolyse: glucose → 2
pyruvaat (netto 2 ATP)

Zonder 𝑂2 “overleeft” de cel
door pyruvaat om te zetten in
afvalproducten (lactaal/ethanol)
voor een beetje ATP




Lot van glucose in verschillende cellen

RBC Alleen glycolyse + fermentatie
GEEN mitochondria → geen citroenzuurcyclus / ox.
fosfor
Volledig afhankelijk van glucose
Pyruvaat → lactaat (→ naar buiten)


Thv G-6-P beslist wat er gebeurt met glucose:
pentosefosfaatpad (→ ribose)
Hersencellen Glycolyse + citroenzuurcyclus + oxidatieve
fosforylatie
Wel mitochondria → veel ATP-productie
Volledig afhankelijk van glucose (niet bij starvation)
G6P → pentosefosfaat pathway → ribose




Hart + spier Glycolyse + aeroob EN anaeroob metabolisme
Pyruvaat:
▪ Aerob: citroenzuurcyclus
▪ Anaeroob: pyruvaat → lactaat (→ naar buiten)


Opslag: glucose → glycogeen (via G6P; pentosefosfaat
pathway)


Belangrijk: glucose-6-fosfaat = centraal knooppunt
9
→ glycolyse
→ glycogeenopslag
→ pentosefosfaat pathway (→ ribose)

, H1: glycolyse en gluconeogenese
Vet Energieopslag: niet primair voor ATP-productie
Glucose:
▪ → Glycogeen (opslag)
▪ → Pyruvaat → acetyl-CoA → vetzuren




Levercellen Meest veelzijdig: glycolyse + citroenzuurcyclus
(aeroob) + fermentatie (anaeroob) + glycogeen opslag
+ vetzuursynthese


Gluconeogenese (samen met nier): pyruvaat →
glucose
Enige orgaan dat glucose kan vrijgeven aan bloed!


2. OPNAME VAN GLUCOSE IN DE CEL VIA TRANSPORTERS

Glucose = hydrofiel → geen diffusie door membraan → opname gebeurt ALTIJD via transporters (carrier-
gemedieerd)

Passief transport (gefaciliteerde diffusie) Actief transport
Via GLUT-transporters Via 𝑁𝑎 /glucose symporter
+

Met concentratiegradiënt mee (hoog → laag) Tegen concentratiegradiënt in (laag → hoog)
Geen ATP nodig = passief Wel energie nodig (indirect via ATP) = actief


Gefaciliteerde diffusie: GLUT transporters


 Algemene kenmerken:
o Transmembranaire eiwitten
o Werken via conformatieverandering (“poort” mechanisme)
o Transport van glucose met de concentratiegradiënt mee (=
passief)
 Types:
o Verschillen in:
▪ Expressie (in welke weefsels) GLUT1, GLUT2, GLUT3, GLUT4:

▪ Kinetiek (Km-waarde)* glucose

 Km en betekenis: normale bloedglucose = 4-8 nM GLUT5: fructose

o GLUT1, -2, -3:
▪ Km ligt butien normale glucoseconcentratie → niet sterk gereguleerd


10

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
10 juni 2026
Aantal pagina's
109
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
YaraSt

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
YaraSt Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen