Basisboek Facility Management
3.3.5 veiligheid en beveiliging
Bij veiligheid gaat het om de veiligheid van gebruikers in een gebouw;
bedrijfshulpverlening (BHV) > is belangrijk hierbij. Zij komen in actie bij:
- Veiligheid en/of gezondheid van werknemers/ bezoekers gevaar loopt.
- Letsel voorkomen = een taak van hun
Risico-inventarisatie en – evaluatie (RI &E) > kijken naar de veiligheids- en
gezondheidsrisco’s die worden hierin bepaald.
Taken van hulpverleners:
- Verlenen van 1ste hulp bij een ongeval
- Beperken en bestrijden bij calamiteiten
- Adequaat communiceren
- Afwikkelen na een calamiteit
Kritieke succesfactoren van bedrijfshulpverlening zijn:
- Aanwezigheid van een actueel bedrijfshulpplan dat voldoet aan de eisen
van de Arbowet.
- Voldoende Bhv’ers
- Deskundigheid van de bedrijfshulpverleners
- Bekendheid met alarmeringsprocedures
- Bereikbaarheid bij een alarmmelding
- Responstijd in de opvolging van een alarmering
- Manier van ontruimen
- Communicatie over de centrale verzamelplaats bij ontruiming
Bij Beveiliging > om het zorgdragen voor een optimale fysieke en sociale
veiligheid van een locatie.
Beveiligheidsmedewerkers zijn verantwoordelijk over:
- Handhaven van het toegangsbeleid en voor de veiligheid in het gebouw
en op de bijbehorende terreinen.
Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
Kritieke succesfactoren van beveiliging:
- Preventie van onveilige situaties door een optimale mix tussen mens en
techniek
- Adequate alarmopvolging
- Deskundigheid van klantgerichtheid van de beveiligingsmedewerkers
- Duidelijke procedures en protocollen
- Voldoen aan de algemene verordening gegevensbescherming
4.9 risicomanagement
,Jellema (2019), 6A Installaties Electrotechnisch, ThiemeMeulenhoff, pagina’s 4 en
5 (zie Moodle bij taak 3)
De tekst gaat over de relatie tussen mens en techniek, met de nadruk op
(elektro)technische installaties en de verantwoordelijkheid om deze veilig te
ontwerpen, bouwen, beheren en onderhouden.
Belangrijke punten:
(Elektro)technische mogelijkheden: Installaties kunnen bijdragen aan
veiligheid, zorg en comfort, zoals noodverlichting, brandbeveiliging,
cameratoezicht, automatische zonwering en verpleegoproepsystemen.
Veilig ontwerpen, bouwen en beheren:
o Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) stelt eisen aan elektrische
installaties.
o Nieuwe installaties moeten voldoen aan NEN 1010 en bij oplevering
geïnspecteerd worden.
o Bestaande installaties worden getoetst aan NEN-EN 50110 en NEN
3140.
o Regelmatige inspecties nodig om veiligheid te garanderen.
Gebruik van technologie: Infraroodcamera’s kunnen defecten opsporen
zonder de installatie open te maken, en thermografie helpt bij energie-
efficiëntie.
De tekst benadrukt het belang van regelgeving en inspectie om de veiligheid en
functionaliteit van elektrotechnische installaties te waarborgen.
Jellema (2019), 6b Installaties Werktuigbouwkundig, ThiemeMeulenhoff, pagina’s
16 en 17
De tekst gaat over installatieconcepten en de werking van
werktuigbouwkundige installaties in gebouwen.
Belangrijke punten:
Functies van werktuigbouwkundige installaties
Afhankelijk van het gebouw en de functie ervan kunnen deze installaties:
verwarmen,
koelen,
lucht toevoeren en afvoeren,
bevochtigen of ontvochtigen.
Warmteafgifte door convectie en straling
Radiatoren verwarmen een ruimte door convectie (luchtcirculatie) en
straling.
Lage-temperatuurverwarming (LTV) gebruikt water van maximaal
50°C, wat efficiënter is en beter werkt met duurzame energiebronnen zoals
zonne-energie.
Vloerverwarming is een vorm van LTV die zorgt voor gelijkmatige
warmteverdeling.
Kenmerken van werktuigbouwkundige installaties
Transport van warmte en koude via lucht, water of elektriciteit.
Verdelen en warmteafgifte.
Filtering van lucht en water.
Betrouwbaarheid en regelbaarheid van systemen.
De tekst benadrukt het belang van efficiënt energiegebruik en duurzame
verwarmingsmethoden.
De tekst bespreekt gebouwinstallaties, die essentieel zijn voor het
functioneren en comfort van een gebouw.
, Soorten gebouwinstallaties:
1. Werktuigbouwkundige installaties – Voorzien in water, lucht, warmte
en koeling. Goed onderhoud en kennis van aanwezige installaties zijn
belangrijk.
2. Elektrotechnische installaties – Omvatten elektriciteits- en
datavoorzieningen via bekabeling, zoals stroom, verlichting, telefonie,
liften en keukenapparatuur.
3. Overige installaties – Bevatten extra systemen zoals telefooncentrales,
draadloze netwerken en beveiligingssystemen (brandpreventie,
toegangscontrole, inbraakdetectie).
Het beheren en onderhouden van deze installaties is cruciaal voor een goed
functionerend gebouw.
Zo maak je een Risicoanalyse
Stap 1: Bereid je voor
Het doel van stap 1 is het vaststellen wat het onderwerp is van de risicoanalyse,
ook maak je afspraken over wie de analyse gaat uitvoeren en hoe dit gaat
gebeuren.
Activiteit 1-1: kies je onderwerp
Activiteit 1-2 verzamel informatie over de organisatie
Activiteit 1-3 bereid het intake gesprek met je opdrachtgever voor
Activiteit 1-4 voer een intakegesprek en maak een verslag
Activiteit 1- 5 stel ( eventueel ) een offerte op
Activiteit 1 -6 formeer een risicoteam
Activiteit 1-7 maak een planning
Activiteit 1 -8 organiseer een start-up vergadering
Keuze van het onderwerp:
- Zelf je onderwerp bepalen
- Je docent bepaalt het onderwerp
- Een opdrachtgever bepaalt het onderwerp
Voorbereiding intakegesprek
- Verzamel informatie
Stap 2: bepaal het risicobeleid
Het beleid vertelt iets over de manier waarop een organisatie ‘onderweg wil zijn’.
Het is een uitwerking van de missie, visie en doelen. Het uitgestippelde beleid
heeft gevolgen voor de inzet van middelen om die doelen te bereiken. Het beleid
moet consistent zijn.
Het risicobeleid wordt bepaald hoe de organisatie met risico’s wil omgaan. Het
beleid bevat de organisatiedoelstellingen, de strategie om deze doelstellingen te
behalen en de mate van bereidheid om risico’s te aanvaarden.
Activiteit 2-1 formuleer de missie van de organisatie
Activiteit 2-2 formuleer de visie van de organisatie
Activiteit 2-3 formuleer algemene organisatiedoelstellingen
Activiteit 2-4 formuleer de risicostrategie
Het risicobeleid is gegroepeerd in de 4 p’s