Anton van Leeuwenhoek
Heeft een soort microscoop ontworpen om de kwaliteit van textiel te kunnen bepalen
MAAR heeft zo voor het eerst kiemen kunnen waarnemen die in het textiel zaten
GERM THEORY OF DISEASE
Aristotle
3 vormen van reproductie
- sexual
- asexual
- spontaneous of abiogenesis
Francesco Redi
=> geloofde niet in spontane reproductie, en wilde tegendeel bewijzen met experimenten
1) steak in een open fles waarop de vliegen maden zullen leggen
2) wanneer de fles dicht is kwamen er geen maden op de steak
3) met een vilt dekseltje werden de maden gelegd op dit deksel
=> de vlieg moet bij het vlees geraken om er maden te leggen (niet spontaan)
Lazzaro Spallanzani !!
1) na het koken van een bouillon wordt de fles volledig dichtgemaakt
-> door het koken gaan alle kiemen dood
2) na het onderzoeken van de fles ontdektte men geen leven
=> abiogenese bestaat niet
MAAR andere wetenschappers zeiden dat er fouten werden gemaakt:
Door het koken en dichtmaken van de fles is er geen zuurstof meer aanwezig voor nieuwe organismen om
spontaan te leven
Louis Pasteur !!
=> heeft kunnen aantonen dat de spontane generatie niet klopt met een juiste wetenschappelijke
methode
1. Een fles met bouillon met een zwanenhals werd gebruikt
2. De bouillon werd opgewarmd
3. Na een tijdje werd het afgekoeld en bewaard voor ongeveer een jaar
4. Na een jaar begon er stof en bacterien op te stapelen in de
zwanenhals, maar is er nog steeds geen groei in de fles (er is wel
zuurstof en geen leven!)
5. Om te bewijzen dat de bouillon na een jaar nog levensvatbaar was
heeft hij de fles gekanteld waardoor het stof wel in de bouillon
kwam
6. Enkele dagen later groeiden er kiemen (te zien wanneer de bouillon
troubel wordt)
Wat onderzocht Louis Pasteur nog?
-> fermentatie
-> pasteurizatie (vb melk ; kort opwarmen aan hoge temperatuur om de smaak te bewaren)
-> vaccin tegen rabies (virale infectieziekte dat in de hersenen die slikken tegenhoudt -> schuim speeksel)
=> werd de vader van de microbiologie genoemd!
1
,Robert Koch
=> heeft de eerste vorm van een agar plaat ontworpen obv aardappelschijfjes
=> ontdekte de relatie tussen Bacillus anthracis en de ziekte anthrax (cutaan of
inhalatie)
=> postulaten van Koch -> hiermee werd aangetoond dat een kiem een ziekte kan
veroorzaken
Koch’s postulaten
1. Het micro-organisme moet aanwezig zijn in elke case van de ziekte, en afwezig
in gezonde individuen
2. Het verwachtte micro-organisme moet geisoleerd kunnen worden en in een
pure cultuur gegroeid worden
3. Wanneer de geisoleerde micro-organismen in een gezond persoon gebracht
worden zal de ziekte voorkomen
4. Hetzelfde micro-organisme moet geisoleerd kunnen worden uit de
geinfecteerde host
Edward Jenner
Soorten pokken virus
-> variola virus (menselijke pokken virus; 10% overleed ervan)
-> vaccinia virus (koepokken virus = cowpox)
!! wie in contact kwam met koepokken kreeg nooit nog mensenpokken (immuun) !!
DUS de zoon van de tuinman werd geinjecteerd met cowpox virus
EN dit werkte! Dus dit was de start van vaccins
Ignaz Semmelweis
= een dokter die ontdekte dat zwangere vrouwen 25% kans hadden om te sterven als ze binnenkwamen in
het ziekenhuis voor de bevalling
-> nadat de dokter een lijk onderzocht ging hij rechtstreeks naar een vrouw die aan het bevallen was,
waardoor de streptococcus bacterie overgebracht werd naar de vrouw
= kraamvrouwkoorts
! begin van het ontsmetten van handen !
Joseph Lister
=> heeft aseptische technieken ontworpen voor desinfectie
Paul Ehrlich
= een duitse chemicus die ontdekte dat ‘stof 606’ actief was tegen syphilis, wat in die tijd een groot
probleem was
=> werd magic bullet genoemd (doodt de kiem en niet de mens)
Alexander Fleming
=> ontdekking van chemotherapie
=> ontdekking van antibiotica doordat zijn bacterien in een bepaald deel van de plaat
waar een schimmel (penicillum notatum) was niet konden groeien
2
,2 CHARACTERISTICS OF PROKARYOTIC CELLS
Welke micro-organismen zijn eukaryoten?
-> gisten
-> schimmels
-> parasieten
GROOTTE
Gemiddelde grootte van bacterien: 1-3µm (met
uitzondering van 1 soort 0,5µm)
Smallpox virus = grootste virus
Polio virus = 10x kleiner
COCCI Neisseria meningitidis (-) ➛ Meningitis
= diplococcus
Streptococcus pneumoniae (+) ➛ Longontsteking
Staphylococcus epidermidis (+) (huidflora)
VIBRIO Vibrio cholerae (-) ➛ Hevige diarree
BACILLUS Bacillus anthracis (+) ➛ Anthrax
= bacillus
Mycobacterium tuberculosis (+) ➛ Tuberculose
Lactobacillus bulgaricus ➛ yoghurt bacterie
= streptobacillus
SPIROCHEET Treponema pallidum (-) ➛ Syfilis SOA
Borrelia burgdorferi (-) ➛ Ziekte van Lime
OPBOUW
Bacterie bestaat uit 3 delen
- Celmembraan die omgeven is door een celwand in meeste gevallen
- Cytoplasma waarin bacterieel chromosoom, ribosomen (verschillend dan bij eukaryoten), … aanwezig is
- Externe structuren zoals een capsule, flagellen, pilli/fimbri, … (belangrijke structuren omdat ze gezien
worden door het immuunsysteem!!)
!! prokaryoten hebben geen mitochondrien !!
CELWAND
PROBLEEM: In de celmembraan van een bacterie zit er geen cholesterol, wat normaal gezien zou zorgen
voor de sterkte van de cel. Als gevolg zal in een waterige omgeving een bacterie door osmose opzwellen
als het geen celwand heeft wat kan leiden tot osmotische lysis (ontploffing)
OPLOSSING: een celwand dat voornamelijk uit peptidoglycanen/mureïne bestaat
= netwerk van lange ketens van suikers (NAG en NAM) die verbonden zijn door korte peptidebruggen en
veel stevigheid geven aan de cel
=> geeft de cel zijn specifieke vorm EN beperkt het openbreken van de cel door osmose
3
, Peptidoglycaanlaag !!! kunnen tekenen, ook de AZ !!!
= belangrijkste deel van de celwand, die enkel in bacterien
aanwezig is en niet in humane of dierlijke cellen, waardoor het
een ideaal doelwit is voor antibiotica!
Opgebouwd uit:
- N-acetylglucosamine (NAG) en N-acetylmuramic acid (NAM)
=> vormen samen een dimeer dat herhaald wordt (suikerketen)
- Tetrapeptides die op NAMs liggen
- via een peptide brug tussen AZ 3 en 4 worden cross links gevormd
=> op deze binding werkt penicilline in
GRAM+ bacterie celwand
Verschillen: Lysine op plaats 3 EN Oligopeptidebrug
=> dikkere peptidoglycaanlaag (50nm)
- Techoinezuren en lipotechoinezuren
= antennes in de celwand die bestaan uit 3 delen: Ribitol of Glycerol
(met R = AZ of suiker) en aan beide kanten fosfaatgroepen wat
herhaald wordt
! door de fosfaatgroepen zijn ze neg geladen !
=> maakt transport van Ca2+ en Mg2+ mogelijk
! de R-groepen kunnen AZs of suikers zijn !
=> veel variatie in oppervlakte Ags
- Wall-associated proteins
-> porines in de celmembraan
-> adhesiefactoren
-> capsule producerende eiwitten
-> penicilline bindende proteine (PBP) in celmembraan
= enzym waarop penicilline bindt
4