Blok Geel – Public Health 2026
Public health
HC Introductiecollege:
Begrip public health/publieke gezondheidszorg uitleggen – verschil met de 1e en 2e lijns
gezondheidszorg
Public health/ publieke gezondheidszorg= bevorderen van volksgezondheid en gelijke kansen op
gezondheid door collectieve interventies op gezondheidsbevordering, gezondheidsbescherming en
ziektepreventie.
De populatie wordt als de patiënt gezien, hierbij een diagnose (volksgezondheid), prognose
(verwachting gezondheid) en behandeling (interventies op populatieniveau)
1e/2e lijnszorg is dat zij kijken naar het individu terwijl populatieniveau niet perse iets hoeft te
betekenen voor het individu
De 10 kerntaken van publieke gezondheidszorg benoemen
1. Monitoren van gezondheid en determinanten
- Overgewicht monitoren
2. Preventie, interventies
- RVP
- BVO borstkanker/darmkanker
3. Gezondheidsbevordering
- Gezond gedrag bevorderen, campagne tegen roken bijvoorbeeld
4. Integraal gezondheidsbeleid
- Samenwerking tussen verschillende domeinen (medisch, sociaal, onderwijs)
5. Wet & regelgeving
- Accijns, suikertax
6. Kwaliteit & organisatie
- Kwaliteit van gezondheidszorg, bijvoorbeeld inspectie
7. GHOR
- crisisopvang, rampen, grote incidenten, samenwerking ambulance bijvoorbeeld
8. Vangnetfunctie
- dak- en thuislozen opvang
9. R&D (onderzoek)
- Onderzoek binnen deze dingen
10. Beroepsgroepen, opleiding
- Capaciteitsorgaan adviseert over hoeveel artsen/specialisten nodig zijn
Social Determinants of Health (SDOH) toepassen - determinanten
Model van Lalonde:
Biologische factoren
Omgevingsfactoren
Leefstijl
Voorzieningen gezondheidszorg
, Model van Dahlgren and Whitehead:
Leeftijd, gender, constitutionele factoren
Individuele leefstijl
Sociale factoren en gemeenschap
Leef- en werkcondities: huis, werk, hygiëne,
onderwijs
Algemene socio-economische, culturele en
omgevingsfactoren
Factoren die gezondheid beïnvloeden:
40% sociale en economische omgeving
30% health behaviour
20% clinical care
10% omgeving
HC Gezondheidsverschillen internationaal:
Beschikt over een begrippenkader om (trends in) de internationale gezondheidsverschillen tussen hoge
en lage inkomenslanden te beschrijven, veroorzakende en instandhoudende factoren te herkennen en
de relevantie van de Sustainable Development Goals uit te leggen.
Trends in internationale gezondheidsverschillen
Internationale gezondheidsverschillen bij hoog-laag inkomenslanden:
Wereldbevolking: stijgt enorm sinds 1960, verdenking is een piek of stabilisatie of afname
Levensverwachting: ongelijke toename wereldwijd, maar netto wel toename wereldwijd. Landen
met de grootste toename waren in 1950 Nederland, USA, Noorwegen, maar in 2012 grootste
toename in Pakistan, Rusland, India.
Kindersterfte: vooral in landen in midden Afrika is dit hoog, maar ook India/Pakistan.
Moedersterfte: vooral in Afrika en Pakistan/Afganistan.
Ziektelast: vanuit 3 categorieën te beschrijven. Hierin vindt ook verschuiving plaats: eerst was er
meer communicable/maternal/neonatal ziekte, terwijl dit langzaam daalt en non-communicable
ziekten juist stijgt.
o Communicable diseases (=overdraagbaar) – infectieziekte, ondervoedingsgerelateerde
ziekte, hoge moeder-kindsterfte bij jonge leeftijd
o Non-communicable diseases (=niet overdraagbaar) – cardiovasculair, COPD, DM2,
chronische degeneratieve ziekten, oudere leeftijd
o Injuries – geweld, criminaliteit, verkeersslachtoffers, moord/zelfmoord.
Verschillen in ziektelast: vooral in Europa, Australië, Noord-Amerika, beetje Azië. Niet in midden
Afrika, india.
Veroorzakende en instandhoudende factoren:
Veroorzakende factoren:
De belangrijkste oorzakende factoren liggen vaak buiten het zorgsysteem zelf. Denk aan armoede,
ongelijkheid in inkomen en opleiding, slechte huisvesting, onveilige leefomgevingen, beperkte
gezondheidsvaardigheden, discriminatie en zwakke toegang tot betaalbare zorg. Tussen landen spelen
ook ondervoeding, infectieziekten, chronische ziekten en verschillen in beschikbaarheid van
voorzieningen een grote rol.
Instandhoudende factoren: