HC Introductie en KNO-onderzoek
Uit welke onderdelen bestaat het KNO onderzoek? (Inclusief op indicatie)
KNO onderzoek:
• Oor en gehoor
• neus
• Bijholten en mond
• Keel, larynx.
• Op indicatie: hals, facialis, evenwicht, nystagmus
Beschrijf de anatomie van uitwendige oor, binnen oor en het trommelvlies
Leg uit hoe je het oor en gehoor onderzoekt
Inspectie oorschelp
Hierbij let je op
• Huidafwijkingen: eczeem, atheroomcyste, …
• Retriauriculaire littekens
• Gehoorapparaat
• (Kijk of het mastoïd gezwollen/rood is)
Palpatie oorschelp en mastoid
Palpeer
Otoscopie (inspectie gehoorgang en trommelvlies)
• Oorschelp naar achter-boven, kies zo grootst mogelijke diameter tussen duim en wijsvinger
houden
• Otoscopische landmarks:
, • Beoordeling trommelvlies:
o Luchthoudend middenoor? Intrekkingen? Intact? Kleur? Transparant/mat?
Tympanosclerose? Pars flaccida ?
Stemvorkproeven
Stemvork van 512 Hz, aanslaan op zacht voorwerp. Hierbij voer je proeven van Weber en Rinne uit, om te
kijken of er conductief of perceptief geleidingsverlies is.
• Weber: zet stemvork op hoofd, vraag of het links-rechts-midden hoort. Normaal is luchtgeleiding
beter dan botgeleiding.
• Rinne: bij deze test zet je de stemvork op mastoïd en vraagt patiënt wanneer toon verdwijnt.
Doe dit opnieuw voor het oor op 3-4cm afstand en vraag wanneer toon verdwijnt.
Normale/positieve uitslag is dat de luchtgeleiding voor oor 2x zo lang duurt t.o.v. mastoïd. Bij
beter horen van botgeleiding dan lucht is de test negatief,
• Geleidingsverlies aan één oor: dan lateraliseert Weber naar het aangedane oor, je hoort het
beter in het slechte oor. Hierbij is Rinne aan dit oor negatief.
o Weber: lateraliseert naar het slechte oor toe. Indien één zijde geleidingsverlies heeft dan
worden buitengeluiden gemaskeerd en dus hoor je aan de aangedane zijde met
geleidingsverlies de botgeleiding beter. (masking effect).
o Rinne: is in het aangedane oor negatief en normaal/positief in het goede oor.
• Perceptieverlies aan één oor (ook wel sensineuraal verlies)
o Weber lateraliseert naar het goede oor.
o Rinne is in dit oor positief, omdat zowel bot- als luchtgeleiding slecht gaat
Beschrijf de anatomie van de neus en bijholten
,Neus:
• Uitwendig: benig deel (os nasale) en kraakbeendeel (cartilago triangularis en cartilago alaris
major)
o Alaire kraakbeen: crus laterale en mediale
• Inwendige neus: septum en lateraal deel
o Septum:
▪ Cartilago septi nasi
▪ Benig: lamina perpendicularis en vomer
o Lateraal: drainage sinussen en conchae inferior, media, superior
Vascularisatie neus:
• A carotis externa (80%) en interna (20%)
o Externa : a maxilaris -> a sphenopalatina + a facialis + a angularis
o Interna: a opthalmica + a ehtmoidalis anterior + a ethmoidalis posterior
Leg uit hoe je het onderdeel neus en bijholten onderzoekt
Inspectie en palpatie uitwendige neus
Beoordeel vorm, stand en fractuurlijnen.
Rhinoscopia anterior met en zonder neusspeculum
Kan zonder en met neusspeculum.
• Met neusspeculum: duim op scharnier, bladen wijzen naar boven en beneden. Vermijd septum
aanraken, pijnlijk.
, Inwendige neus beoordelen
• Beoordelen: stand septum, doorgankelijkheid, slijmvliezen (congestie, hyperreactiviteit,
defecten), purulentie, concha inferior, poliepen
Uitzuigen en afslanken
• Purulentie?
• Uitzuigen pas na afnemen kweken indien gewenst
• Slijmvlieszwelling?
• Afslanken met drie spotjes met elk 3druppels adrenaline/xylometazoline
Beschrijf de anatomie van de farynx en larynx en de stembanden
Beschrijf hoe je de mond, keel en larynx onderzoekt
• Lippen
• Wangslijmvlies (omslagplooi)
• Gingiva
• Gebit
• Tong
• Coffin corner: bekijk voor/bovenzijde van de tong, onder tong en
tongra’nden!
• Tonsillen -> tonsilgrootte bepalen.
Palpatie