Verpleegtechnische vaardigheden H 2, H 3 en H 4
Inhoudsopgave
Verpleegtechnische vaardigheden H 2 Medicijnen...............................................................2
2.1 Medicatieproces......................................................................................................................2
2.2 medicatieveiligheid.................................................................................................................3
2.3 Dubbele controle.....................................................................................................................4
2.4 Omgaan met opiaten...............................................................................................................4
2.5 Veel voorkomende fouten.......................................................................................................4
H3 Soorten medicijnen........................................................................................................6
3.1 bewaaradviezen en bijsluiters.................................................................................................6
3.2 Indicaties en werking...............................................................................................................7
3.3 Bijwerkingen...........................................................................................................................7
3.4 Toedieningswegen...................................................................................................................7
3.5 Medicatieopname en -uitscheiding.........................................................................................8
H4 toedienen van medicijnen............................................................................................12
4.2 Werken met een geneesmiddelendistributiesysteem (GDS)..................................................12
4.3 Toedieningsvormen...............................................................................................................12
, Verpleegtechnische vaardigheden
H 2 Medicijnen
2.1 Medicatieproces
1. Voorschrijven
2. Ter hand stellen
3. Opslag/ beheer medicijnen
4. Gereedmaken
5. Toedienen/ registreren
6. Evaluatie
1. Voorschrijven
Arts moet diagnose stellen om med. voor te mogen schrijven.
Alleen: BIG-geregistreerde arts, vp-specialist, physician assistants, tandarts en
verloskundige, mogen voorschrijven.
Ook MOET arts aan eisen voldoen:
- alleen binnen deskundigheidsgebied voorschrijven
- beperkt aantal med. per keer voorschrijven
- handelen volgens richtlijnen, standaarden & protocollen
Op het recept MOET staan:
- naam en geboortedatum ZV
- med. naam, dosis en manier van toediening
- op welk moment van de dag en hoeveel dagen
- belangrijke risico’s
Langdurig gebruik = herhaalrecept
Apotheker kijkt naar wisselwerking of dosering klopt enzovoorts.
Afspraken med. beheer -> zorgdossier
2. Ter hand stellen
Apotheker zorgt voor actuele med. overzicht (med. afgelopen 3 maanden)
Vervolgens levert apotheek med. zoveel mogelijk via het GDS.
Daarnaast krijgt ZV een gebruiksaanwijzing en med. overzicht mee.
Als instelling verantwoordelijk is OOK -> toedienlijst.
3. Opslag en beheer
Afhankelijk van afspraken met ZV.
4. Gereedmaken
Moet een hulpverlener doen met bevoegd- en bekwaamheid.
Inhoudsopgave
Verpleegtechnische vaardigheden H 2 Medicijnen...............................................................2
2.1 Medicatieproces......................................................................................................................2
2.2 medicatieveiligheid.................................................................................................................3
2.3 Dubbele controle.....................................................................................................................4
2.4 Omgaan met opiaten...............................................................................................................4
2.5 Veel voorkomende fouten.......................................................................................................4
H3 Soorten medicijnen........................................................................................................6
3.1 bewaaradviezen en bijsluiters.................................................................................................6
3.2 Indicaties en werking...............................................................................................................7
3.3 Bijwerkingen...........................................................................................................................7
3.4 Toedieningswegen...................................................................................................................7
3.5 Medicatieopname en -uitscheiding.........................................................................................8
H4 toedienen van medicijnen............................................................................................12
4.2 Werken met een geneesmiddelendistributiesysteem (GDS)..................................................12
4.3 Toedieningsvormen...............................................................................................................12
, Verpleegtechnische vaardigheden
H 2 Medicijnen
2.1 Medicatieproces
1. Voorschrijven
2. Ter hand stellen
3. Opslag/ beheer medicijnen
4. Gereedmaken
5. Toedienen/ registreren
6. Evaluatie
1. Voorschrijven
Arts moet diagnose stellen om med. voor te mogen schrijven.
Alleen: BIG-geregistreerde arts, vp-specialist, physician assistants, tandarts en
verloskundige, mogen voorschrijven.
Ook MOET arts aan eisen voldoen:
- alleen binnen deskundigheidsgebied voorschrijven
- beperkt aantal med. per keer voorschrijven
- handelen volgens richtlijnen, standaarden & protocollen
Op het recept MOET staan:
- naam en geboortedatum ZV
- med. naam, dosis en manier van toediening
- op welk moment van de dag en hoeveel dagen
- belangrijke risico’s
Langdurig gebruik = herhaalrecept
Apotheker kijkt naar wisselwerking of dosering klopt enzovoorts.
Afspraken med. beheer -> zorgdossier
2. Ter hand stellen
Apotheker zorgt voor actuele med. overzicht (med. afgelopen 3 maanden)
Vervolgens levert apotheek med. zoveel mogelijk via het GDS.
Daarnaast krijgt ZV een gebruiksaanwijzing en med. overzicht mee.
Als instelling verantwoordelijk is OOK -> toedienlijst.
3. Opslag en beheer
Afhankelijk van afspraken met ZV.
4. Gereedmaken
Moet een hulpverlener doen met bevoegd- en bekwaamheid.