8. Farmacologie
Farmacologie is de wetenschappelijke studie naar interactie tussen geneesmiddelen
en het menselijke lichaam, inclusief hun eigenschappen, werking, effectoren en
bijwerkingen.
Een recept is een verzoek aan de apotheker om het voorgeschreven geneesmiddel aan
een patiënt ter hand te stellen van een daartoe bevoegde voorschrijver, zoals een arts
enz.
De apotheker is de deskundige die de patiënt een geneesmiddel meegeeft op bais van
een recept.
Toedieningswegen;
- lokale toediening --> kans op lokale bijwerkingen en kans op systematische
bijwerkingen (deel komt soms terecht in het bloedplasma.
- Systematische toediening --> via het bloedplasma --> plek van werking. Er is
een kans op systematische bijwerkingen; door te veel/ te weinig op de gewenste
plek, verkeerde plek of verkeerde aangrijpingspunten.
Intramusculair --> vaccin, epiPen en andere noodmedicatie
Subcutaan --> insuline en palliatieve geneeskunde
Sublinguale toediening --> onder de tong
Elk geneesmiddel dat een weg aflegt naar het bloedplasma, verliest een deel van dat
geneesmiddel. --> biologische beschikbaarheid.
Hoe werken geneesmiddelen op het lichaam en hoe ontstaan bijwerkingen?
Medicatie gaat via 3 verschillende manier over een membraan; passief, actief en actief
(ATP). Wat makkelijk over een vetachtig membraan gaat zijn kleine, niet geladen en
lipofiele deeltjes
Orale toediening;
Absorptie, Distributie, Metabolisme, Excretie
Farmacokinetiek (wat het lichaam met de medicijnen doet);
De plaats van de werking van de meeste farmacia bevindt zich echter buiten de
bloedban. Het bloed zorgt voor het transport van stoffen van de plaats van toediening
naar alle plaatsen in het lichaam en naar de organen die betrokken zijn bij de eliminatie,
vooral de never en de lier. Daarom wordt ervanuit gegaan dat er vrijwel altijd een relatie
,is tussen de concentratie van een stof in het bloed of bloedplasma en die in de
weefsels en organen.
Na toediening buiten de bloedbaan moet de stof voor verdeling over het lichaam
worden opgenomen in het bloed. Dit proces wordt aangeduid met de term absorptie.
Farmocodynamica (wat het medicijn met het lichaam doet);
Geneesmiddelen werken niet tenzij zij gebonden zijn. Tegenwoordig worden vier
soorten regulerende eiwitten onderscheiden die het doelwit kunnen zijn van een
geneesmiddel; receptoren, inonenkanalen, enzymen en transportereiwitten.
Macromoleculen vormen het hart van de farmacologie. Ze zijn de moleculaire basis van
ziekteprocessen en essentieel voor de werking van veel geneesmiddelen, omdat
interactie tussen kleine en grotere moleculen hierbij noodzakelijk is.
Receptoren
Neurotransmitters worden afgegeven door een cel, binden zich aan receptoren op een
nabijgelegen cel om een effect in de doelcel te bewerkstelligen. Alleen chemische
signaalstoffen met een soortgelijke vorm die complementair is aan de doelreceptoren,
zullen effectief zaan deze receptoren binden. Agonistische geneesmiddelen bootsen
natuurlijke chemische boodschappers na. Ze binden aan hun receptoren en
veroorzaken hetzelfde effect. Antagonischtische geneesmiddelen binden aan
receptoren en blokkeren deze, waardoor de binding van de natuurlijke chemische
signaalstof wordt verhindert.
(De meeste geneesmiddelen grijpen aan op eiwitten, die zich meestal in het
celmembraan bevinden. Deze eiwitten kunnen worden ingedeeld in 4 catogorieën;
- Receptoren, ionkanalen, enzymen en transporteiwitten.
Communicatie is zeer belangrijk voor het functioneren van het lichaam. Fysiologische
processen moeten zo worden gecoördineerd dat ze op de juiste plaats en op het juiste
moment plaatsvinden. Delen van de hersenen moeten communiceren met elkaar en
met de organen en weefsel die ze besturen.
Geneesmiddelen binden aan receptoren, omdat de moleculaire structuur van het
geneesmiddel vrijwel dezelfde is als die van de natuurlijke chemische boodschapper
die het lichaam maakt. Een geneesmiddelen met dezelfde ruimtelijke vorm als een
natuurlijke chemische boodschapper zal aan dezelfde receptor binden als die
boodschapper. Het concurreert dus eigenlijk met de chemische boodschapper om
dezelfde receptor. Hoe beter het geneesmiddel bij de receptor past, hoe groter de kans
,op succes, als een geneesmiddel eenmaal aan de receptor bindt, kunnen er twee
dingen gebeuren;
- Het geneesmiddel kan de natuurlijke chemische boodschapper nabootsen en
hetzelfde effect geven als die chemische boodschapper. (Dit noem je
antaganisten).
- Het geneesmiddel kan de receptor blokkeren, waardoor de chemische
boodschapper geen effect kan geven.
In principe hangt elk belangrijk fysiologische proces in het lichaam op een of andere
manier af van ionen die het celmembraan passeren hetzij passief via ionkanalen, hetzij
actief via transporteiwitten.
Geneesmiddelen remmen over het algemeen de werking van enzymen en voorkomen
dat ze hun normale fysiologische taken kunnen uitvoeren. Deze remming wordt
veroorzaakt doordat het geneesmiddel bindt aan de actieve plaats van het enzym, et
gebied waar het enzym in interactie treedt met zijn substraat.
- Geneesmiddelen die enzymen remmen, hebben een moleculaire vorm die lijkt
op die van het substraat, ze binden aan de actieve plaats en remmen zo de
werking van het enzym.)
Bijwerkingen van bepaalde geneesmiddelen
Alle geneesmiddelen veroorzaken bijwerkingen. Bijwerkingen kunnen worden verdeeld
in groep A en B;
- Type A; behoort tot de groep bijwerkingen die voorspelbaar zijn, gegeven onze
kennis over het werkingsmechanisme van het geneesmiddel. Het medicijn heeft
een te sterke werking, en heeft het verkeerde aangrijpingspunt (receptor,
eiwitten enz.) en het zijn toxische geneesmiddelen
- Type B; behoort tot de groep bijwerkingen die onvoorspelbaar en individueel zijn.
Waarschijnlijk is dit een gevolg van een immuunreactie op het geneesmiddel dat
specifiek is voor die bepaalde patiënt.
Bijwerkingen op basis van een te sterke werking --> bijv een te hoge dosering zorgt
voor een te hoge bloeddruk
Bijwerkingen door verkeerd aangrijpingspunt --> bijv adrenaline bindt zich aan beta1-
adrenergereceptoren op hart, en dit heeft tachycardie als gevolg. Maar wanneer het op
een andere receptor bindt veroorzaakt het bronchodilitatie
Bijwerkingen door toxische geneesmiddelen --> bijvoorbeeld
kankergeneesmiddelen, werken op snel delende cellen. Dit veroorzaakt veel
bijwerkingen zoals haaruitval, droge mond enz.
, Farmacodynamische begrippen; agonist en antagonist
Agonisme --> geneesmiddelen die hetzelfde effect geven als de natuurlijke
boodschapper.
- mimeticum
antagonist --> een endogene stof kan niet meer aangrijpen op het aangrijpingspunt en
daardoor een afname van de werking. ( Geneesmiddelen die receptoren blokkeren voor
de natuurlijke boodschapper en zo het natuurlijke effect onmogelijk maken.)
Het verschil tussen een merknaam en een generieke naam
Een generieke naam/ stofnaam verwijst naar de officiële, internationale benaming van
de werkzame stof in een product.
Een merknaam/handel naam is de commerciële, naam die een specifieke fabrikant aan
zijn product geeft.
Generieke naam --> ibuprofen
Merknaam --> advil, nurofen enz
Begrippen substitustie en off label
Substitutie --> het vervangen van het voorgeschreven merkmedicijn door een
goedkoper, generiek medicijn met exact dezelfde werkzame stof. Dit gebeurt vaak
omdat deze vervangers goedkoper zijn enz.
Off label --> het buiten de geregistreerde indicatie gebruik van een geneesmiddel.
( Betekend dat een arts een medicijn voorschrijft voor een aandoening waarvoor het
ofcieel niet is goedgekeurd of geregistreerd/ of bijvoorbeeld een andere dosering dan
waarvoor de overheid het medicijn heeft goedgekeurd)
Polyfarmacie
Polyfarmacie is het voorschrijven van veel verschillende geneesmiddelen aan een
persoon. Dit vormt vooral bij ouderen een probleem, omdat veel ziekten zoals reuma,
angina pectoris, diabetes, osteoparese enz chronische aandoeningen zijn die zich
ontwikkelen naarmate men ouder wordt. Echter kan het gebruik van meerdere
geneesmiddelen bijwerkingen veroorzaken.
Werking van veelgebruikte geneesmiddelen
- Paracetamol; is een niet- ontstekingsremmend, niet steroïde geneesmiddel met
voornamelijk een antipyrische (koortsverlagend) en analgetische (pijnstillende)