Samenvatting Reader 2014-2015
Hoofdstuk 1 – The ins and outs of the mind’s effects on the body
Stressor = iedere mogelijke bedreiging voor het bereiken van psychobiologische doelen
(Deze doelen zijn bijvoorbeeld water, slaap, eten, seks…)
Stressrespons = een negatieve emotionele respons op een stressor
(Deze emotionele respons is van psychobiologische aard)
Voor bijna alle ziekten en stoornissen vergroot chronische stress op het ontstaan ervan en op
verergering van bijbehorende symptomen.
Subjectieve klachten = somatische klachten of symptomen zonder biologische verklaring
Cardiovasculaire aandoeningen worden veelal geassocieerd met stress.
1) Hoge levensstress → meer dan 2x zo hoog risico op hartinfarct (= myocardiaal infarct)
2) Werkstress wordt geassocieerd met 4x zo hoge kans op hart- en vaatziekten
3) Huwelijksconflicten verhogen de kans op het opnieuw krijgen van hartziekten (3x)
4) Sterfte van een geliefde → 6x zo hoog risico op hartaanval
Psychobiologische route = psychologische factoren beïnvloeden direct het lichaam (direct)
Leefstijlroute = psychologische factoren → leefstijl (vb. roken) → beïnvloedt lichaam (indirect)
Stress → verminderen cognitieve capaciteiten → minder nadenken over wat wel/niet gezond is
Directe route: stressor → evaluatie “Dit is bedreigend” → acute stressrespons
Wanneer de acute stressrespons niet genoeg is om de stressor succesvol uit de weg te ruimen,
blijft de stressrespons in stand. Dit wordt een chronische stressrespons genoemd.
Op den duur kan een chronische stressrespons negatieve gevolgen hebben op het lichaam.
Eerste inschatting = onmiddellijke, eerste evaluatie van situatie
Tweede inschatting = wanneer je je copingvaardigheden evalueert
,Stressrespons is psychogenetisch heel oud en we delen het met de meeste dieren.
- Functionele respons op fysieke en psychologische bedreiging
- Antropocentrisch perspectief = mensen en dieren hebben exact dezelfde respons op
stressoren. De kwaliteit is hetzelfde, alleen de kwantiteit kan per situatie verschillen.
Basale eigenschappen van psychologische stressfactoren
1) De ernst van de bedreiging
2) Oncontroleerbaarheid
3) Onvoorspelbaarheid
4) Duur van de respons
Er zijn twee responspatronen: verdedigen en opgeven (fight-or-flight respons).
- Verdedigen: wordt geactiveerd wanneer controle over de situatie afneemt. Het doel is om
opnieuw controle te krijgen.
- Opgeven: wanneer controle over situatie geheel verloren wordt. Als niets meer gedaan
kan worden, is weggaan bij de situatie ook een manier om weer controle te krijgen.
Stressrespons is hetzelfde als de respons op lichamelijke beweging/ exercise.
- Hartslag, bloeddruk en ademhaling gaan omhoog.
- Alleen worden bij stress ook stresshormonen afgegeven die lichaam beïnvloeden.
Chronische perifere vasculaire weerstand = wanneer je weet dat er een bedreiging, is maar je
weet niet of je er iets aan kunt doen. Je bereidt je voor op actie en wacht angstig af.
Wanneer dit chronisch is, kan het chronisch verhoogde bloeddruk veroorzaken. Verhoogde
bloeddruk is daarbij weer een risicofactor voor andere hart- en vaatziekten.
Stressrespons bij mensen
Bij mensen komt het zelden voor dat vechten of vluchten noodzakelijk is. Wij hebben meer last
van stress door nadenken over “Wat als…”. Hierdoor bereiden wij ons continu voor op stressoren
die waarschijnlijk nooit gaan komen → chronische stress → verslechtering gezondheid.
, Conclusies
1. a. Een korte stressrespons is goed: het is een respons in noodgevallen, dus functioneel.
b. Een langere stressrespons is niet goed: niet functioneel, mogelijk op lange termijn
schadelijk voor de gezondheid. Typisch voor mensen, door onszelf “uitgevonden”.
2. a. Stressresponsen zijn psychogenetisch oud en zijn over het algemeen hetzelfde voor
alle dieren, inclusief mensen.
b. Stressrespons is een functionele reactie op iedere denkbare bedreiging.
Zowel fysiek als psychisch, op moleculair niveau of op macro-sociaal niveau.
3. De psychologische kern van stressoren is oncontroleerbaarheid en/of onvoorspelbaarheid.
4. De functie van biologische stressrepons (fight-or-flight) is om:
o Meer zuurstof en brandstof naar spieren te brengen (hartslag en ademhaling ↑)
o Brandstof en bouwstoffen te besparen door lichamelijke activiteit te verminderen
(immuunsysteem ↓, inwendige organen ↓)
o Het beperken van schade en negatieve sensatie (pijnperceptie ↓)
5. Stressrespons in mensen is geen actie, maar voorbereiden op…
Biologische kwetsbaarheden
- Erfelijke factoren
- Verkregen lichaamscondities (o.a. zwangerschap, ouderdrom, fitheid)
- Infecterende factoren (o.a. virussen, giftige materialen)
Fysieke kwetsbaarheden
- Fysieke stressoren (o.a. extreme temperaturen of activiteiten, fysiek geweld)
Psychological vulnerabilities
- Psychologische stressoren (o.a. sociaaleconomische leefomstandigheden, emoties)
- Gezondheidscognities
o Symptoomperceptie = interpretatie van ziekte en symptomen
o Wat je gelooft over de risico’s
- (On)gezond gedrag
o Roken, drugs, alcohol, eten, mate waarin iemand in aanraking komt met
ziekteverwekkers