Hoofdstuk 1
In de wettenbundels zijn met name wetten in formele zin opgenomen.
Wet in formele zin = wetten gemaakt door de regering (koning en een of meerdere ministers
en/of staatssecretarissen) in samenwerking met de Staten-Generaal (eerste en tweede kamer
tezamen)
Een wet in formele zin kun je herkennen aan het woord “wet” in de titel.
Naast wetten in formele zin bestaan ook andere regels zoals algemene maatregelen van
bestuur (opgesteld door de regering), ministeriële regelingen (afkomstig van een of meerdere
ministers) en provinciale en gemeentelijke verordeningen.
Opschrift = staat de officiële naam van een wet of regeling. In het opschrift staat informatie over
de datum van ondertekening en het onderwerp.
De officiële naam = staat veelal ook in een citeertitel, meestal in het laatste artikel van de
betreffende wet op regeling. In de wettenbundels staat de naam al aan het begin van de wet of
regeling genoteerd.
Auteurswet :
Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht, Stb. 1912, 308.
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij in
overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is eene nieuwe regeling van het auteursrecht
vast te stellen; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Opschrift bij de auteurswet : Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het
auteursrecht, Stb. 1912, 308
Officiële naam : “auteurswet”
Aanhef : volgt na het opschrift. Hierin staat het wetgevingsproces van de betreffende wet of
regeling. In de aanhef staat ook het doel of de reden considerans)
Aanhef bij de auteurswet : Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut!
doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is eene nieuwe
regeling van het auteursrecht vast te stellen; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze
Considerans bij de auteurswet : dat het wenschelijk is eene nieuwe regeling van het
auteursrecht vast te stellen
1
, Corpus : De kern van een wet of regeling wordt gevormd door de wetsartikelen. We noemen dit
het lichaam of het corpus van een wet of regeling.
De auteurswet kent een corpus van wetsartikelen 1 tot en met 53.
Het corpus van een wet of regeling wordt gevormd door de wetsartikelen, deze wetsartikelen
zijn genummerd. De nummering van de wetsartikelen verschilt per wet of regeling.
Bijzondere regeling (lex specialis) gaan voor de algemene regeling (lex generalis).
Hoe citeer je wetsartikelen
In het BW(Burgerlijk wetboek) werkt het als volgt:
- Boek 1, titel 4 van het BW noteer je als : titel 1.4 BW.
- Boek 10, titel 3, afdeling 1 van het BW noteer je als: afdeling 10.3.1 BW.
- Boek 4, titel 3, afdeling 1, artikel 13, lid 3, sub a van het BW noteer je als: artikel 4:13, lid
3 sub a BW.
In het Awb(Algemene wet van bestuursrecht) ziet dat er als volgt uit:
- Hoofdstuk 4, titel 4.1, Awb noteer je als: titel 4.1 Awb.
- Hoofdstuk 5, titel 5.4, afdeling 5.4.2 noteer je als: afdeling 5.4.2 Awb
- Hoofdstuk 8, artikel 69, lid 1, Awb noteer je als: artikel 8:69, lid 1 Awb.
In het Sr(Wetboek van strafrecht) citeer je als volgt:
- Tweede Boek, titel II Sr noteer je als: titel II tweede boek Sr.
- Eerste boek, titel IIA, Tweede afdeling Sr noteer je als: Tweede afdeling, titel IIA, Eerste
boek Sr.
- Derde Boek, titel XIV, artikel 240 Sr noteer je als: artikel 240 Sr.
Voorbeeld van systematische methode :
1. Publiekrecht
2. Bestuursrecht
3. Awb
4. Hoofdstuk 1 inleidende bepalingen
5. Titel 1.1 Definities en reikwijdte
6. Artikel 1:1 Awb
Hoofdstuk 2:
De meeste wetsartikelen zijn opgebouwd uit leden, subs en/of subleden.
Lid = Een stuk tekst in een wetsartikel dat zelfstandig gelezen kan worden: dus een of meer
zelfstandige zinnen die geen andere tekst nodig hebben om begrepen te worden. Een lid wordt
aangeduid met een cijfer.
2