2.1 macro en micro.
Het macroniveau.
• Alles van een stof dat je met je zintuigen kunt waarnemen.
Het microniveau.
• Kan je niet waarnemen met je zintuigen.
• We kijken naar de allerkleinste deeltje van de stof: de moleculen.
Moleculen
• Ge geurdeeltjes die in je neus komen zijn ----> moleculen.
• De moleculen van een zuivere stof zijn allemaal hetzelfde.
• Enkel een molecuul is niet zichtbaar.
Fasen van de stof op microniveau
• Om te verklaren waardoor stoffen zich in verschillende fasen op een verschillende
manier gedragen (macroniveau), is het nodig om de fasen op microniveau te
beschrijven.
• In de vaste fase zitten de moleculen heel dicht op elkaar en trillen op hun plek, maar
kunnen niet van hun plek weg bewegen.
• In de vloeibare fase zitten de moleculen nog steeds tegen elkaar aan, maar ze kunnen
nu vrij langs elkaar bewegen. Daarom is een vloeistof zo makkelijk vervormbaar.
• In de gas fase bewegen de moleculen op grote snelheid en afstand van elkaar. De
moleculen bosten soms wel tegen elkaar aan maar blijven niet bij elkaar. Je kan
daarom ook gassen moeilijk zien omdat niet dicht bij elkaar zitten.
, Zuivere stoffen en mengsels op microniveau
• Een zuivere stof bevat 1 soort molecuul.
• Een mengsel bestaat uit verschillende molecuul soorten.
• Sommige stoffen mengen goed met elkaar, terwijl andere stoffen slecht met elkaar
mengen.
Modellen
• Ondanks dat je moleculen niet kan zien, zijn ze wel handig om macro-eigenschappen
van stoffen en mengsels te verklaren.
• Een model is een versimpelde weergave van de werkelijkheid.
---> je gebruikt modellen voor dingen die te klein zijn om te zien, zoals moleculen. Soms
voor dingen die juist te groot zijn, zoals het zonnestelsel of het weer.
2.2 Periodiek systeem
Stoffen, moleculen en atomen
• Moleculen zijn niet de kleinste deeltjes waaruit stoffen bestaan. Ze bestaan zelf uit
weer nog kleinere deeltjes. ----> deze bouwstenen noem je atomen.
• Of meer atomen vormen samen een molecuul.
• Verschillende kleuren en voormaten stellen verschillende soorten atomen voor.
• Moleculen kunnen uit meerdere atoomsoorten ontstaan. Je noemt de bijbehorende stof
dan een verbinding ----> ook wel ontleedbare stof.
• Als een molecuul uit 1 soort atoom bestaat dan is de bijbehorende stof een niet-
ontleedbare stof.
waterstof
koolstof
stikstof
zuurstof
zwavel
chloor
• Het zijn dus niet alleen de soorten stomen maak ook het aantal atomen waarin
moleculen van verschillende stoffen van elkaar verschillen. Zelfs de manier waarop
de atomen verbonden zijn kan anders zijn bij moleculen van verschillende stoffen.