Chemisch rekenen
1. Atoommassa
Aa = absolute atoommassa in gram -> zeer klein dus werken met Ar
Ar = relatieve atoommassa (kan je aflezen in periodiek ss) verteld hoeveel x een atoom zwaarder is dan een H-atoom
of amu
We vergelijken de Aa met de Aa van een H- atoom die komt overeen met de amu (= atoommassa unit)
Amu = 1,66 . 10 -27 kg
Vb. Ar (C) Aa van H vergelijken met de Aa van C = 12, 0 (altijd 1 cijfer na komma!)
2. Moleculemassa
Ma = absolute moleculemassa
Mr = relatieve moleculemassa = de som van alle Ar van de aanwezige atomen
Vb. Mr (H2O) = 2 . Ar (H) + Ar (O) = 2 . 1,0 + 16,0 = 18,0
3. Stofhoeveelheid (n) met eenheid mol
Stofhoeveelheid = hoeveelheid om te kunnen spreken over de hoeveelheid v/e stof
o 1 paar = 2
o 1 dozijn = 12
o 1 mol = 6,02 . 1023 = getal van Avogrado = Na eenheid van de stofhoeveelheid
Bepaalt aantal deeltjes per mol
Er zijn 6,02 . 1023 deeltjes (atomen of moleculen) in 1 mol stof
Na = 6,02 . 1023 mol -1 (mol-1 = 1/mol = per mol)
Hoeveel weegt 1 mol?
Als je 1 mol v/e atoom wil Ar g afwegen vb. 1 mol ijzer = 55,8 g (Ar (fe) = 55,9)
Als je 1 mol v/e molecule wil Mr g afwegen vb. 1 H2O = 18,0 g (Mr (H2O) = Ar(H) . 2 + Ar (O)
Extra vb. 1 mol Na = 23 g (Ar (Na) = 23,0 g)
Zijn er overal evenveel deeltjes?
Ja, 1 mol = 6,02 . 1023
Is de massa overal gelijk?
Nee, dit hangt af v/d moleculen/atomen vb. 50 grote en 50 kleine haribo bollen snoepjes
4. Molaire massa
Molaire massa = de massa in gram van 1 mol deeltjes
De molaire massa v/e stof is de waarde van Ar of Mr uitgedrukt in g/mol
Vb. M(fe) = 55,8 g/mol en M(H2O) = 18,0 g/mol
m m
Dus M = n= m = n . M
n M
Om een aantal deeltjes N (atomen of moleculen) te berekenen in x mol v/e stof gebruik je deze formule:
N
N = n . NA of n =
NA
Vb. wat is de M van 1 mol zwavel?
A: 32:1
1. Atoommassa
Aa = absolute atoommassa in gram -> zeer klein dus werken met Ar
Ar = relatieve atoommassa (kan je aflezen in periodiek ss) verteld hoeveel x een atoom zwaarder is dan een H-atoom
of amu
We vergelijken de Aa met de Aa van een H- atoom die komt overeen met de amu (= atoommassa unit)
Amu = 1,66 . 10 -27 kg
Vb. Ar (C) Aa van H vergelijken met de Aa van C = 12, 0 (altijd 1 cijfer na komma!)
2. Moleculemassa
Ma = absolute moleculemassa
Mr = relatieve moleculemassa = de som van alle Ar van de aanwezige atomen
Vb. Mr (H2O) = 2 . Ar (H) + Ar (O) = 2 . 1,0 + 16,0 = 18,0
3. Stofhoeveelheid (n) met eenheid mol
Stofhoeveelheid = hoeveelheid om te kunnen spreken over de hoeveelheid v/e stof
o 1 paar = 2
o 1 dozijn = 12
o 1 mol = 6,02 . 1023 = getal van Avogrado = Na eenheid van de stofhoeveelheid
Bepaalt aantal deeltjes per mol
Er zijn 6,02 . 1023 deeltjes (atomen of moleculen) in 1 mol stof
Na = 6,02 . 1023 mol -1 (mol-1 = 1/mol = per mol)
Hoeveel weegt 1 mol?
Als je 1 mol v/e atoom wil Ar g afwegen vb. 1 mol ijzer = 55,8 g (Ar (fe) = 55,9)
Als je 1 mol v/e molecule wil Mr g afwegen vb. 1 H2O = 18,0 g (Mr (H2O) = Ar(H) . 2 + Ar (O)
Extra vb. 1 mol Na = 23 g (Ar (Na) = 23,0 g)
Zijn er overal evenveel deeltjes?
Ja, 1 mol = 6,02 . 1023
Is de massa overal gelijk?
Nee, dit hangt af v/d moleculen/atomen vb. 50 grote en 50 kleine haribo bollen snoepjes
4. Molaire massa
Molaire massa = de massa in gram van 1 mol deeltjes
De molaire massa v/e stof is de waarde van Ar of Mr uitgedrukt in g/mol
Vb. M(fe) = 55,8 g/mol en M(H2O) = 18,0 g/mol
m m
Dus M = n= m = n . M
n M
Om een aantal deeltjes N (atomen of moleculen) te berekenen in x mol v/e stof gebruik je deze formule:
N
N = n . NA of n =
NA
Vb. wat is de M van 1 mol zwavel?
A: 32:1