Samenvatting Europa & Privacy
Pagina 1
, Blok 7 - Europa & Privacy
Inhoud
Deel I - Europees recht
1. Europese samenwerking
2. Van EG naar EU, toetreding en uittreding
3. Fundamentele rechtsbeginselen
4. Hof van Justitie van de Europese Unie
5. Secundair EU-recht
6. Directe werking en rechtsbescherming
7. Projecten van de EU
8. Vrij goederenverkeer
9. Vrij dienstenverkeer
10. Belangrijke arresten Europees recht
Deel II - Privacyrecht
11. Ontstaan van het privacyrecht
12. Basisbegrippen
13. Beginselen voor gegevensbescherming
14. Grondslagen voor verwerking
15. Verwerkingsverantwoordelijke, verwerker en verwerkersovereenkomst
16. Beveiliging en datalekken
17. Privacy by design en privacy by default
18. Functionaris voor gegevensbescherming (FG)
19. Snelle herhaalpagina
Pagina 2
, Blok 7 - Europa & Privacy
DEEL I - EUROPEES RECHT
In dit deel staat de theorie over de Europese samenwerking, de EU-rechtsorde, de belangrijkste EU-instrumenten
en de interne markt. De kern is steeds dat lidstaten een deel van hun bevoegdheden aan de Europese Unie
hebben toebedeeld, maar op andere gebieden zelf bevoegd blijven.
Pagina 3
, Blok 7 - Europa & Privacy
1. Europese samenwerking
1.1 Verdragen als basis van samenwerking
Wanneer landen duurzaam willen samenwerken, leggen zij hun afspraken vast in een verdrag. Een verdrag is een
schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen landen. Het verdrag treedt pas in werking nadat de landen het
formeel hebben goedgekeurd: dit heet ratificatie.
1.2 Drie vormen van samenwerking
Vorm Kern Voorbeeld
Intergouvernementeel Lidstaten behouden hun volledige soevereiniteit. Besluiten worden gezamenlijk VN en NAVO
genomen. Een staat kan niet zonder instemming worden gedwongen mee te doen.
Supranationaal Lidstaten dragen een deel van hun soevereiniteit over. De organisatie kan Europese Unie
zelfstandig bindende besluiten nemen, ook wanneer een lidstaat het niet eens is
met het besluit.
Federaal De bevoegdheden zijn definitief verdeeld tussen een federaal niveau en Duitsland en de
deelstaten. Deelstaten kunnen bevoegdheden niet eenzijdig terugnemen. Verenigde Staten
Kernverschil
Bij intergouvernementele samenwerking houden staten zelf de touwtjes in handen. Bij supranationale
samenwerking kan een organisatie zelfstandig bindende regels vaststellen. Bij een federatie is de
bevoegdheidsverdeling onderdeel van één overkoepelende staat.
1.3 Vormen van economische samenwerking
Samenwerkingsvorm Wat komt erbij? Belangrijk artikel
Vrijhandelszone Onderlinge douanerechten zijn afgeschaft. Ieder land behoudt een eigen -
handelsbeleid tegenover derde landen.
Douane-unie Vrijhandelszone + een gemeenschappelijk buitentarief voor producten uit derde Art. 28 en 32 VWEU
landen.
Interne markt Douane-unie + vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Art. 26 VWEU
Economische en Interne markt + gezamenlijke munt + gezamenlijk economisch en monetair beleid. Art. 3 lid 4 VEU en
Monetaire Unie (EMU) art. 119-144 VWEU
Pagina 4
, Blok 7 - Europa & Privacy
2. Van EG naar EU, toetreding en uittreding
2.1 Verdrag van Lissabon
Na eerdere verdragswijzigingen via Amsterdam en Nice werd in Lissabon een nieuwe tekst opgesteld. Het Verdrag
van Lissabon trad op 1 december 2009 in werking. Daardoor kreeg de EU haar huidige juridische structuur.
Bron Wat staat erin?
VEU Algemene bepalingen over de EU, zoals waarden, doelstellingen en instellingen.
VWEU Concrete bevoegdheden, taken, beleidsterreinen en rechtsgrondslagen voor EU-wetgeving.
EU-Handvest Fundamentele rechten van EU-burgers. Het Handvest heeft dezelfde rechtskracht als de verdragen op
grond van art. 6 lid 1 VEU.
De EU heeft een hybride structuur. De EU is supranationaal omdat instellingen bindende besluiten kunnen nemen
die voorrang hebben op nationaal recht. Tegelijkertijd behouden de lidstaten een sterke rol via de Raad en de
Europese Raad.
2.2 Raad van Europa en Europese Raad
Begrip Niet verwarren met Kern
Raad van Europa De Europese Unie Zelfstandige organisatie waarin mensenrechten centraal staan.
Heeft onder meer het Comité van Ministers, de Parlementaire
Vergadering en het EHRM.
Europese Raad Raad van Europa en Raad van EU-instelling die de algemene politieke richting en prioriteiten
Ministers bepaalt.
Raad / Raad van Europese Raad EU-instelling waarin ministers van de lidstaten deelnemen en die
Ministers samen met het Europees Parlement wetgevende taken heeft.
2.3 Toetreding tot de EU
Art. 49 VEU regelt de toetreding tot de EU. Een land moet in Europa liggen, instemming krijgen van de huidige
lidstaten en voldoen aan de Kopenhagencriteria.
Categorie Vereisten
Politiek Stabiele democratie, rechtsstaat, respect voor mensenrechten en bescherming van minderheden.
Economisch Functionerende markteconomie en het vermogen om concurrentiedruk binnen de EU aan te kunnen.
Juridisch Overname en naleving van het EU-recht: het acquis communautaire.
2.4 Uittreding uit de EU
Art. 50 VEU regelt uittreding. Een lidstaat meldt aan de Europese Raad dat hij wil uittreden. Daarna wordt
onderhandeld over een terugtrekkingsakkoord. In beginsel zijn de EU-verdragen na twee jaar niet meer van
toepassing, tenzij een akkoord anders bepaalt of de termijn unaniem wordt verlengd.
Voorbeeld
Het Verenigd Koninkrijk heeft de procedure van art. 50 VEU gevolgd bij de Brexit.
Pagina 5
, Blok 7 - Europa & Privacy
3. Fundamentele rechtsbeginselen van de EU
De EU en de lidstaten zijn gebonden aan fundamentele rechtsbeginselen. Deze beginselen geven richting aan EU-
optreden en aan de toepassing van EU-recht door lidstaten.
Beginsel Artikel / arrest Betekenis
Voorrang Costa/ENEL EU-recht gaat bij strijd voor op nationaal recht, ook op later
nationaal recht.
Loyale samenwerking Art. 4 lid 3 VEU Lidstaten moeten de EU ondersteunen en maatregelen nemen
om EU-doelen te verwezenlijken.
Bevoegdheidstoedeling / Art. 5 lid 2 VEU De EU mag alleen optreden als de verdragen daarvoor een
attributie bevoegdheid geven.
Subsidiariteit Art. 5 lid 3 VEU Buiten exclusieve bevoegdheden treedt de EU alleen op als
optreden op EU-niveau doeltreffender is.
Evenredigheid Art. 5 lid 4 VEU EU-optreden mag niet verder gaan dan noodzakelijk is.
Gelijkheid Art. 18 lid 1 VWEU Discriminatie op grond van nationaliteit is verboden binnen het
toepassingsbereik van het EU-recht.
3.1 Voorrang: Costa/ENEL
Het voorrangsbeginsel volgt uit het arrest Costa/ENEL. De lidstaten hebben een autonome EU-rechtsorde
gecreëerd. Nationale regels mogen de werking van EU-recht niet aantasten. Daarom moet de nationale rechter
strijdig nationaal recht buiten toepassing laten.
Belangrijk voor Nederland
De voorrang van EU-recht vloeit niet voort uit art. 94 Gw, maar uit de EU-rechtsorde zelf.
3.2 Bevoegdheden van de EU
De EU heeft geen onbeperkte bevoegdheid. Art. 5 lid 2 VEU bepaalt dat de Unie alleen handelt binnen de grenzen
van de bevoegdheden die de lidstaten in de verdragen aan haar hebben toegedeeld.
Exclusieve bevoegdheden staan in art. 3 VWEU, zoals de douane-unie en het monetair beleid voor
eurolanden.
Voor andere beleidsterreinen geldt het subsidiariteitsbeginsel: een Europese aanpak moet meerwaarde
hebben.
Zelfs als de EU bevoegd is, moet zij het evenredigheidsbeginsel naleven.
Pagina 6
, Blok 7 - Europa & Privacy
4. Hof van Justitie van de Europese Unie
4.1 Opbouw en taak
Art. 19 lid 1 VEU gebruikt 'Hof van Justitie van de Europese Unie' als verzamelnaam. Daaronder vallen het Hof van
Justitie, het Gerecht en gespecialiseerde rechtbanken. Het HvJ EU bewaakt de eerbiediging van het recht bij de
uitleg en toepassing van de verdragen.
Het Hof bestaat uit rechters en advocaten-generaal. Advocaten-generaal geven onafhankelijk advies aan het Hof.
Rechters en advocaten-generaal worden door de regeringen van de lidstaten voor zes jaar benoemd (art. 253
VWEU).
4.2 Belangrijke procedures
Procedure Artikel Wie start? Tegen wie / waarvoor?
Niet-nakoming Art. 258 VWEU Europese Commissie Tegen een lidstaat die EU-verplichtingen
niet nakomt.
Niet-nakoming Art. 259 VWEU Een lidstaat Tegen een andere lidstaat die EU-
verplichtingen niet nakomt.
Nietigverklaring Art. 263 en 264 Lidstaten, EU-instellingen en onder Tegen onrechtmatige handelingen van EU-
VWEU voorwaarden particulieren organen.
Nalaten Art. 265 VWEU Lidstaten en EU-instellingen Tegen een EU-orgaan dat ten onrechte
geen besluit neemt.
Schadevergoeding Art. 268 en 340 lid Particulieren Wegens onrechtmatig handelen van een
2 VWEU EU-instelling.
Prejudiciële Art. 267 VWEU Nationale rechter Vraag over uitleg of geldigheid van EU-
procedure recht.
4.3 Nietigverklaring: beroepsgronden
Onbevoegdheid: schending van het attributiebeginsel.
Schending van wezenlijke vormvoorschriften, bijvoorbeeld onvoldoende motivering.
Schending van de verdragen of uitvoeringsregels.
Misbruik van bevoegdheid.
4.4 Prejudiciële vragen en CILFIT
De prejudiciële procedure zorgt ervoor dat EU-recht in alle lidstaten op dezelfde manier wordt uitgelegd. Lagere
rechters mogen een prejudiciële vraag stellen. Een rechter waarvan de beslissing niet vatbaar is voor hoger beroep
moet in beginsel verwijzen als uitleg van EU-recht nodig is.
CILFIT-uitzondering Betekenis
Acte éclairé Het Hof heeft dezelfde rechtsvraag al eerder beantwoord.
Acte clair De juiste uitleg is zó duidelijk dat redelijkerwijs geen twijfel bestaat. Dit is een strenge uitzondering.
Niet relevant Het antwoord op de EU-vraag heeft geen invloed op de uitkomst van de zaak.
Pagina 7
, Blok 7 - Europa & Privacy
5. Secundair EU-recht
5.1 Primair en secundair recht
Primair EU-recht bestaat uit de basisverdragen, zoals het VEU en VWEU. Secundair EU-recht bestaat uit regels
die EU-instellingen op basis van de verdragen vaststellen om EU-doelstellingen te bereiken.
5.2 Rechtshandelingen
Een rechtshandeling beoogt rechtsgevolgen: zij creëert rechten of verplichtingen. De manier waarop een handeling
tot stand komt bepaalt of sprake is van een wetgevingshandeling.
Type Artikel Kern
Wetgevingshandeling Art. 289 lid 3 VWEU Vastgesteld volgens een wetgevingsprocedure.
Gewone Art. 294 VWEU Voorstel van de Commissie; vaststelling door Europees Parlement en Raad.
wetgevingsprocedure
Gedelegeerde handeling Art. 290 VWEU Commissie krijgt bevoegdheid om niet-essentiële regels van algemene
strekking aan te vullen of te wijzigen.
Uitvoeringshandeling Art. 291 VWEU Commissie stelt regels vast als uniforme uitvoering binnen de EU nodig is.
5.3 Rechtsinstrumenten: art. 288 VWEU
Instrument Bindend? Kern
Verordening Ja Algemene strekking, bindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke
lidstaat. Geen omzetting nodig.
Richtlijn Ja Bindend voor het te bereiken resultaat. Lidstaten kiezen vorm en middelen. Omzetting in
nationaal recht is nodig.
Besluit Ja Bindend in al zijn onderdelen. Indien adressaten zijn genoemd, alleen verbindend voor
hen.
Aanbeveling Nee Geen bindende rechtsgevolgen, maar kan praktisch invloed hebben.
Advies Nee Geen bindende rechtsgevolgen; wordt vaak gebruikt als voorbereidende stap.
Onthoud
Verordening = direct toepasbaar. Richtlijn = resultaat verplicht, maar nationale omzetting nodig. Besluit =
bindend, vaak voor specifieke adressaten.
Pagina 8