Filosofie conceptuele verklaringen en analyses (wat is iets, wat maakt het zo)
- definitie: woordenboek, aannames, anders geïnterpreteerd (bijv. hoe leg je een
tafel uit)
Mind-body problem (mental en fysiek zijn allebei echt en kunnen niet toegeschreven
worden)
- Mind = mental realm, denken, perceiven, hopen, angst (bijv gevoel van dorst)
- Body = physical realm, neuronen, hormonen, licht, touch (bijv dehydratatie,
drinken)
Dualisme:
- Substance dualisme: mind en body zijn verschillende dingen
- Property dualisme: het brein heeft bepaalde mind en body properties
- Predicate dualisme: we hebben verschillende termen over de mind en de body
Mind is de ‘ziel’, subjectief gevoel, denken, non-fysiek <> het lichaam is fysieke identiteit
- Het lichaam makkelijk te meten, mind niet (referenties, subjectieve specifieke
ervaring)
- Omdat het verschillende dingen zijn kun je gedehydrateerd te zijn, maar niet
dorstig
Descartes (Meditations): cartesian dualism / substance dualisme
- mind (res cogitans, ‘denkend’, inner realm) <> body (res extensa, ‘extended’,
outer realm)
o separate substances (iets dat onafhankelijk kan bestaan) wel continue
interactie
o 1e premise: immateriële ziel, 2e premise interactie mental/outer realm
- lichaam werkt over tijd en ruimte, mind over alleen tijd -> vaak verband leven na
dood
- radical doubt: ‘ik twijfel (denk), daarvoor besta ik’, (cogito ergo sum)
o basis van wetenschappelijke kennis dingen waaraan we niet kunnen
twijfelen
- Lebniz’ principle (X = Y, alleen bij dezelfde eigenschappen, ongeacht tijd/ruimte)
o premise: ik kan twijfelen over het bestaan van mijn lichaam (hoewel
onwaarschijnlijk, kan ook alleen de ervaring van een lichaam bestaan)
o premise: ik kan niet twijfelen aan het bestaan van mijn denken/twijfelen
o dus verschillende eigenschappen -> dus kan niet hetzelfde zijn
- Descartes idee dat materiële objecten niet bewust kunnen zijn is betwijfelbaar
omdat ze niet kunnen praten/redeneren (tegenwoordig AI)
Prinses Elisabeth of Behemia: objectie Descartes
- interactieprobleem: hoe kan immaterieel (mind) werken op materiële substantie
(body)?
o geen fysiek contact mogelijk, dus hoe kan er een directe relatie zijn tussen
beiden? hoe kan mind het lichaam bewegen en andersom?
o Descartes alleen speculeren: locatie van waar de ziel invloed heeft op het
lichaam (pineal gland) en ‘forces’ vanuit ziel naar lichaam
Maar dat we niet weten interactie werkt =/ dat er geen interactie is!
Nu niet meer geldig: ‘causal closure of the physical realm’ (elk
fysiek event heeft een complete fysieke uitleg, een ziel maakt geen
verschil)
- Het interactieprobleem in de psychologie: placebo (fysieke pijn verlichten met
mind) en effecten psychotherapie (fysieke neurale netwerken veranderen met
mind)
- Analogie: ochtend en avond ster (hetzelfde object, Venus, op andere momenten)
o de verschillen tussen beiden komen door menselijke perceptie -> wat we
zien als verschillend =/ per definitie verschillend
o mind en body interconnected aspect van hetzelfde systeem?
,Descartes error: epistemologisch antwoord voor ontologische vraag
- ontological vragen (metafysiek): ‘wat is er echt?’, is er een mind? is er een body?
- epistemological vragen (gelimiteerd): ‘wat en hoe kunnen we weten?’, kunnen we
twijfelen aan bestaan van mind en body?
Dualisme tegenwoordig: brain-body dualisme
- geen immateriële ziel -> wel cartesian (indirecte relatie mind en wereld met inner
vs outer realm)
- eerste aspect van cartesian dus verworpen, maar tweede aspect behouden
College 2
Methodologisch/psychologisch behaviorisme: gedrag bestuderen in plaats van ‘the mind’
- Psychologie is de wetenschap van gedrag (stimulus -> gedrag, zonder
tussenfactor mind)
- Watson/Skinner: negeren mind, enkel wetenschappelijk (introspectie geen
validatie/falsificatie)
- Behaviorisme ontkent mind niet, maar onderzoekt het niet!
o Mind nog steeds een inner, verborgen realm die gedrag veroorzaakt
(cartesian dualisme veronderstellen zonder te onderzoeken)
o Deel realiteit wordt genegeerd of onwetenschappelijk (dus het hele ‘dorst’
wordt gezien als ‘black box’, alleen kijken naar stimuli van buitenaf wat
gedrag veroorzaakt)
o Problematisch als je kijkt naar mentalistische taalgebruik waar ons leven op
is gebaseerd
Para-Mechanical Hypothesis:
- Probleem van de mind niet onderzoeken komt vanuit het (tweede punt) cartesian
dualisme -> inner realm is met input en outer realm met output
- Para-mechanical hypothese gaat uit van een poppenspeler die gedrag aanstuurt
(geest)
- Intelligent gedrag verschilt van niet-intelligent gedrag omdat wordt veroorzaakt
door inner hidden mechanisms (mind) en dat niet gebeurt niet-intelligent (dan
lichamelijk)
o Intelligent gedrag: dorst hebben, desire voor water -> naar een
waterfontein gaan
o Niet-intelligent gedrag: … leeg … -> vallen over waterplas
Tegen Para-Mechanical Hypothesis (Ryle):
- Hypothese niet nodig om intelligent gedrag te onderscheiden, we kunnen dit al
zien in gedrag zelf
o Intelligentie is geen apart ‘ding’ maar patroon van vaardigheden en gedrag
- The mind behandelen als iets dat achter gedrag ligt is een category error
o Analoog: op de campus van oxford universiteit lopen, langs de gebouwen
en dan vragen waar oxford university is -> universiteit is niet specifiek
gebouw, maar hele samenstelling
- In plaats van causaal geconnect zijn, zijn mind en gedrag conceptueel geconnect
o Mind -> gedrag als een logische koppeling aan begrip, niet als empirische
ontdekking
o Boos zijn veroorzaakt niet boos doen/schreeuwen, is onderdeel van het
concept boos
Logisch/filosofisch behaviorisme (Ryle): mind is een set van gedragsdisposities, om te
gedragen op een specifieke manier in een specifieke omstandigheid
- Glas is fragiel -> glas heeft de dispositie om te breken onder genoeg druk
- Ik heb dorst/pijn (mentaal) -> ik heb dispositie om glas water te pakken/te huilen
(gedrag)
- Fragiliteit =/ dat het glas daadwerkelijk breekt, dorst =/ drinken, pijn =/ huilen
(maar wel neiging)
, Argumenten voor logisch behaviorisme:
- Cartesian dualisme alternatief, aanvulling psychologisch: mentale staten hoeven
niet te worden genegeerd -> kunnen worden geanalyseerd als statements over
behavioral dispositions
- Ontwijkt interactie probleem: als mentale staten = gedragsdisposities, is er geen
mysterieuze causale relatie tussen lichaam en mind (conceptueel hetzelfde)
o Conceptueel verband sluit causaal verband uit volgens Ryle -> Fodor was
hierop tegen
Counterargumenten:
- Het legt bepaalde mentale fenomenen niet uit (bijv pijn)
o Alle gedragingen/disposities zonder pijn (bijv actrice die ‘faket’ pijn te
hebben)
o Pijn zonder alle disposities/gedragingen -> onobserveerbare staten
(geparalyseerd)
- Mentaal holisme: de dispositie om te drinken identificeert welke mentale staat ..?
o Dorst + geloof dat het water is OF geen dorst + wil om beleefd te zijn +
geloof dat het water is OF geen dorst + wil shockeren + geloof dat upset
maakt + geloof dat het water is
o Te veel opties -> niet specifieke mentale staat met specifieke disposities uit
te leggen
The mind-brain identity theory: mental states = brain states
- Mind en brein zijn niet constitueel verbonden (identieke vorming)
- Topic neutrality: praten over mentale staten is neutraal en dwingt niet tot
aannemen van ziel
o Pijn = c-vezels die vuren -> begrijpen van neurowetenschap nodig ->
alleen dat nog
2 subviews identity theory:
- Toyota auto (type) <> de toyata auto voor iemands huis (token)
- Type theory: mentale staat type is identiek aan brein staat type
o Wanneer iemand pijn heeft -> c-vezels vuren in specifieke manier
o Gevolg: mind-reading zou mogelijk kunnen zijn (bij dat patroon,
concluderen pijn)
o Tegenargument: multiple realization problem -> mentale staat kan
meerdere mogelijke fysieke realisaties hebben
Bijv octopus brein voelt ook pijn en neuroplasticiteit
- Token theory: elke token mentale staat type is identiek aan elke token brein staat
type
o Sommige tokens van type pijn worden gerealiseerd door brein staat A,
andere tokens van type pijn worden gerealiseerd door brein staat B
o Dezelfde mentale staten zijn dus brein staten maar individueel verschillend
welke fysieke specifieke delen -> mind reading aan de hand breinscans niet
mogelijk
Argumenten voor identity theory:
- Simpeler: principe van parsimony (ga niet entiteiten vermenigvuldigen dan nodig)
o tegen eerste aspect cartesian dualisme (geen immateriële ziel)
- Wetenschappelijk neuro-onderzoek bewijs: Gage verandering persoonlijkheid door
brein
o Veranderingen in het brein -> veranderingen in de mind
Argumenten tegen identity theory: geen verklarende kracht
- Ontdekken dat mentale staten = brein staten, legt niet in zichzelf uit waarom en
waarom geen ziel