Angst
Stoornis Kernbeeld Onderscheid Beloop/tijd DSM anker
Separatieangststoornis Extreme angst bij scheiden ≠ sociale angst Tenminste 4 weken bij Angst voor scheiding + niet passend bij
van hechtings (beoordeling) kinderen, 6 maanden bij ontwikkelingsniveau + lijdensdruk/
figuren ≠ GAS (algemeen volwassen- beperking
piekeren) en
Selectief mutisme Niet spreken in specifieke ≠ ASS (geen breed Voorloper op angst- Consequent niet spreken in specifieke
sociale situaties waarin het sociaal tekort) stoornis situaties ondanks normale
wel verwacht wordt / kan ≠ sociale angst (angst spreekvaardigheid elders
dit wel in andere situaties breder dan alleen
spreken)
Sociale angststoornis Angst voor negatieve ≠ separatie (ouder/ Duurt ten minste 6 In het centrum van de aandacht staan en
beoor- hechtings-figuur) maanden daarbij beoordeeld worden
deling, observaties, sociale ≠ GAS (algemeen)
interacties,
Presenteren
Specifieke fobie Overdreven en ≠ GAS (breed) Duur ten minst 6 maanden Duidelijke specifieke trigger
onrealistische angt voor ≠ paniek (onverwacht)
bepaald objedt of voorval
Paniekstoornis Als paniekaanvallen ≠ fobie (geen vaste X Belangrijke gedragsverandering,
regelmatig voorkomen en trigger) voortdurend angst voor nieuwe aanval of
daardoor situaties over de consequenties hiervan. Gevoel
vermijden van controleverlies.
Agorafobie Angst voor situaties waar ≠ sociale angst (geen Duurt tenminste 6 Niet weg kunnen, niet terug naar je veilige
ontsnappen moeilijk lijkt beoordeling centraal) maanden plek kunnen
GAS Buitensporige ≠ sociale angst (niet X Moeilijk controleerbaar piekeren
angst/bezorgdheid over alleen sociaal)
een aantal
gebeurtenissen/activiteiten
, PTSS Herbelevingen + vermijden ≠ angststoornissen Symptomen langer dan 1 Blootstelling aan traumatische
+ verhoogde spanning na zonder trauma maand gebeurtenis + intrusies + vermijding
trauma ≠ GAS (geen
herbeleving)
Etiologie
- Genetisch
o Kwetsbare aanleg
▪ Gevoelig afgesteld vreessysteem
▪ Overactief vreessysteem
▪ Kandidaat genen = zorgen voor aanleg, neurotransmitters
- Gedrag van ouders
o Opvoedstijl
o Modeling
- Cognitie/gedrag
o Cognitieve vertekening = hoe je info verwerkt, aandachtsbias
o Cognitieve theorie Beck = bedreigende situaties > angstgeorienteerde schema’s
o Vermijdingsgedrag
o Verdedigingsmechanismen = houden angst in stand
o Habituatie leren: operante en klassieke conditionering
- Externe factoren
o Pesten bijv.
Stoornis Kernbeeld Onderscheid Beloop/tijd DSM anker
Separatieangststoornis Extreme angst bij scheiden ≠ sociale angst Tenminste 4 weken bij Angst voor scheiding + niet passend bij
van hechtings (beoordeling) kinderen, 6 maanden bij ontwikkelingsniveau + lijdensdruk/
figuren ≠ GAS (algemeen volwassen- beperking
piekeren) en
Selectief mutisme Niet spreken in specifieke ≠ ASS (geen breed Voorloper op angst- Consequent niet spreken in specifieke
sociale situaties waarin het sociaal tekort) stoornis situaties ondanks normale
wel verwacht wordt / kan ≠ sociale angst (angst spreekvaardigheid elders
dit wel in andere situaties breder dan alleen
spreken)
Sociale angststoornis Angst voor negatieve ≠ separatie (ouder/ Duurt ten minste 6 In het centrum van de aandacht staan en
beoor- hechtings-figuur) maanden daarbij beoordeeld worden
deling, observaties, sociale ≠ GAS (algemeen)
interacties,
Presenteren
Specifieke fobie Overdreven en ≠ GAS (breed) Duur ten minst 6 maanden Duidelijke specifieke trigger
onrealistische angt voor ≠ paniek (onverwacht)
bepaald objedt of voorval
Paniekstoornis Als paniekaanvallen ≠ fobie (geen vaste X Belangrijke gedragsverandering,
regelmatig voorkomen en trigger) voortdurend angst voor nieuwe aanval of
daardoor situaties over de consequenties hiervan. Gevoel
vermijden van controleverlies.
Agorafobie Angst voor situaties waar ≠ sociale angst (geen Duurt tenminste 6 Niet weg kunnen, niet terug naar je veilige
ontsnappen moeilijk lijkt beoordeling centraal) maanden plek kunnen
GAS Buitensporige ≠ sociale angst (niet X Moeilijk controleerbaar piekeren
angst/bezorgdheid over alleen sociaal)
een aantal
gebeurtenissen/activiteiten
, PTSS Herbelevingen + vermijden ≠ angststoornissen Symptomen langer dan 1 Blootstelling aan traumatische
+ verhoogde spanning na zonder trauma maand gebeurtenis + intrusies + vermijding
trauma ≠ GAS (geen
herbeleving)
Etiologie
- Genetisch
o Kwetsbare aanleg
▪ Gevoelig afgesteld vreessysteem
▪ Overactief vreessysteem
▪ Kandidaat genen = zorgen voor aanleg, neurotransmitters
- Gedrag van ouders
o Opvoedstijl
o Modeling
- Cognitie/gedrag
o Cognitieve vertekening = hoe je info verwerkt, aandachtsbias
o Cognitieve theorie Beck = bedreigende situaties > angstgeorienteerde schema’s
o Vermijdingsgedrag
o Verdedigingsmechanismen = houden angst in stand
o Habituatie leren: operante en klassieke conditionering
- Externe factoren
o Pesten bijv.