Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Uitgebreide samenvatting Explaining Psychopathology | RUG |

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
98
Geüpload op
15-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Uitgebreide samenvatting van het vak Explaining psychopathology voor de master klinische psychologie aan de RUG. Per week worden de relevante artikelen samengevat. Zelf heb ik met deze samenvatting een 8,5 gehaald voor het tentamen!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Explaining Psychopathology – Uitgebreide Samenvatting

Inhoudsopgave
Week 2: Dissociation
- Artikel 1: Bækkelund et al (2022). Group treatment for complex dissociative disorders:
A randomized clinical trial.
- Artikel 2: Huntjens et al (2023). The Dissociation- Related Beliefs About Memory
Questionnaire (DBMQ)
- Artikel 3: Huntjens et al (2019). Schema therapy for Dissociative Identity Disorder
(DID): Rationale and study protocol. European Journal of Psychotraumatology
- Artikel 4: Kong et al (2008). Interidentity memory transfer in dissociative identity
disorder
- Artikel 5: Huntjens et al (2012). Inter-Identity Autobiographical Amnesia in Patients with
Dissociative Identity Disorder
- Artikel 6: Lynn et al. Dissociation and dissociative disorders: Challenging conventional
wisdom.
- Artikel 7: van Minnen & Tibben. A brief cognitive-behavioural treatment approach for
PTSD and Dissociative Identity Disorder, a case report

Week 3: Prolonged grief
- Artikel 1: Boelen et al. (2006). A cognitive-behavioral conceptualization of complicated
grief
- Artikel 2: Boelen et al. (2007). Treatment of complicated grief: A comparison between
cognitive-behavioral therapy and supportive counseling
- Artikel 3: Bryant et al. Treating Prolonged Grief Disorder: A randomized controlled trial
- Artikel 4: Eisma et al. (2015). Internet-based exposure and behavioral activation for
complicated grief and rumination: A randomized controlled trial
- Artikel 5: Eisma et al. (2014). Is rumination after bereavement linked with loss
avoidance? Evidence from eye-tracking
- Artikel 6: Eisma et al. (2025). Prolonged grief symptoms and lingering attachment
predict approach behavior toward the deceased
- Artikel 7: Yu et al. Avoidance of bereavement-related stimuli in Chinese individuals
experiencing prolonged grief: Evidence from a dot-probe task

Week 4: Anxiety/Fear and its disorders
- Artikel 1: de Jong & Borg (2020). Disgust sensitivity. Clinical Handbook of Fear and
Anxiety: Psychological Processes and Treatment Mechanisms
- Artikel 2: de Jong (in press). Disgust and animal phobias
- Artikel 3: Badour & Feldner. The Role of Disgust in Posttraumatic Stress: A Critical
Review of the Empirical Literature
- Artikel 4: Nester & Wisco 2024). Trauma reminders and disgust: The roles of
posttraumatic stress disorder symptom severity, trauma type, and reminder type
- Artikel 5: Matson et al, (2023). Disgust and fear reactions uniquely affect intrusions and
posttraumatic stress symptoms
- Artikel 6: Jung & Steil (2013). A randomized controlled trial on cognitive restructuring
and imagery modification to reduce the feeling of being contaminated in adult survivors
of childhood sexual abuse suffering from posttraumatic stress disorder

Week 5: Addiciton
- Artikel 1: Alan Brody. Addicts, mythmakers and philosophers: Alan Brody explains
Plato’s/Socrates’ understanding of habitually bad behavior
- Artikel 2: Reflective and impulsive determinants of addictive behavior
- Artikel 3: Berridge et al (2016). Liking, wanting, and the incentive-sensitization theory
of addiction
- Artikel 4: Marhe et al. Implicit and Explicit Drug-Related Cognitions during
Detoxification Treatment are Associated with Drug Relapse: An Ecological Momentary
Assessment Study
- Artikel 5: Reinout et al (2005). Challenging implicit and explicit alcohol-related
cognitions in young heavy drinkers

, - Artikel 6: Eberl et al (2013). Approach bias modification in alcohol dependence: Do
clinical effects replicate and for whom does it work best?
- Artikel 7: Ostafin et al (2013). Breaking the Cycle of Desire: Mindfulness and Executive
Control Weaken the Relation Between an Implicit Measure of Alcohol Valence and
Preoccupation With Alcohol-Related Thoughts
- Artikel 8: Ostafin & Feyel (2019). The effects of a brief meaning in life intervention on
the incentve salience of alcohol

Week 6: Eating Disorders
- Artikel 1: Field et al (2016). The role of attentional bias in obesity and addiction
- Artikel 2: Giel et al (2011). Attentional processing of food pictures in individuals with
anorexia nervosa–an eye- tracking study
- Artikel 3: Jonker et al (2019). Attentional engagement with and disengagement from
food cues in Anorexia Nervosa
- Artikel 4: Jonker et al (2019). A new approach to facilitating attentional disengagement
from food cues in unsuccessful dieters: The bouncing image training task
- Artikel 5: Veenstra & de Jong (2012). Attentional bias in restrictive eating disorders.
Stronger attentional avoidance of high-fat food compared to healthy controls?

Week 7: Sexual Dysfunction
- Artikel 1: Oaten et al (2009). Disgust as a Disease-Avoidance Mechanism
- Artikel 2: Borg et al (2019). Disgust Toward Sex-Relevant and Sex-Irrelevant Stimuli in
Pre-, Early, and Middle Adolescence
- Artikel 3: Bosman et al (2016). Optimising extinction of conditioned disgust
- Artikel 4: (Borg & de Jong, 2012). Feelings of Disgust and Disgust-Induced Avoidance
Weaken following Induced Sexual Arousal in Women
- Artikel 5: (de Jong et al, 2010). Disgust and Sexual Problems - Theoretical
Conceptualization and Case Illustrations
- Artikel 6: (Journal of sexual medicine). Potential Leads And Insights For The
Management of Disgust-Based Sexual Problem

,Week 2: Dissociation
The dissociative disorders are among the most controversial disorders The key question of this week is:
How valid are the dissociative disorders?
- Dissociatieve stoornissen zijn klinisch valide in de zin dat mensen daadwerkelijk dissociatieve ervaringen
rapporteren en ernstig functioneren verlies hebben: op fenomenologisch niveau is de validiteit nauwelijks
betwistbaar: patiënten rapporteren ernstige dissociatieve ervaringen, zoals depersonalisatie, derealisatie,
identiteitsverwarring en subjectief ervaren geheugenverlies, die gepaard gaan met aanzienlijk lijden en
beperkingen in functioneren (Bækkelund et al., 2022). Op mechanistisch niveau – met name de
veronderstelling dat identiteiten beschikken over gescheiden geheugensystemen – is het empirisch bewijs
echter zwak. Objectief experimenteel onderzoek toont consequent aan dat informatie tussen identiteiten
wordt overgedragen, ondanks subjectieve rapportages van amnesie (Kong et al., 2008; Huntjens et al., 2012).
Dit ondermijnt de klassieke posttraumatische conceptualisatie van dissociatieve stoornissen en wijst erop dat
dissociatie beter begrepen kan worden als een subjectieve ervaring die wordt gevormd door cognitieve,
metacognitieve en socioculturele processen (Lynn et al., 2008; Huntjens et al., 2023). De validiteit van
dissociatieve stoornissen ligt dus vooral op fenomenologisch niveau, en veel minder op het niveau van
veronderstelde geheugenmechanismen en etiologie

Sub-questions:
1. The sociocognitive model provides an account for understanding the origins of dissociative symptoms. What
factors are the most important and what factors are not important for understanding dissociation according to this
model?
- Het sociocognitieve model stelt dat dissociatie niet primair ontstaat als directe reactie op trauma, maar het
resultaat is van een samenspel van cognitieve kwetsbaarheden, leerprocessen en sociale invloeden (Lynn et
al., 2008). Een centrale rol is weggelegd voor suggestie en verwachtingen. Therapeutische praktijken zoals
hypnose, het actief zoeken naar alters en het behandelen van identiteiten als afzonderlijke personen kunnen
dissociatieve symptomen versterken en structureren. Ook culturele en mediarepresentaties van DID dragen
bij aan verwachtingen over hoe dissociatie eruit zou moeten zien (Lynn et al., 2008; Huntjens et al., 2019)
- Daarnaast benadrukt het model individuele cognitieve kwetsbaarheden. Mensen met hoge niveaus van
dissociatie blijken vaker fantasierijk, suggestibel en hypnotiseerbaar, en hebben moeite met cognitieve
inhibitie. In plaats van een overmatige onderdrukking van herinneringen, laten zij juist een verhoogde
gevoeligheid voor geheugenfouten en valse herinneringen zien (Lynn et al., 2008). Recent onderzoek voegt
hieraan toe dat dissociatie sterk samenhangt met specifieke metamemory-overtuigingen: overtuigingen dat
herinneren gevaarlijk is, dat herinneringen gefragmenteerd zijn of niet bij het zelf horen, en dat amnesie
beschermend werkt (Huntjens et al., 2023). Deze overtuigingen blijken sterker samen te hangen met
dissociatie dan met traumageschiedenis op zich
- Ten slotte wijst Lynn et al. (2008) op het belang van slaap-waakverstoring. Een instabiel slaapritme kan leiden
tot droomachtige intrusies in het wakkere bewustzijn, aandachtstekorten en geheugenfouten, wat
dissociatieve ervaringen plausibel maakt en de relatie tussen trauma en dissociatie kan verklaren
- Factoren die volgens het sociocognitieve model minder belangrijk zijn, zijn trauma als directe causale factor,
structurele geheugenbeschadiging en het bestaan van strikt gescheiden identiteiten met eigen
geheugensystemen. Voor deze aannames ontbreekt overtuigend empirisch bewijs (Lynn et al., 2008;
Huntjens et al., 2012)

2. How is dissociative amnesia studied empirically? (i.e., what paradigm, samples, procedures, main effects,
limitations?)
- Dissociatieve amnesie wordt empirisch onderzocht met experimentele paradigma’s die gericht zijn op het
objectief meten van geheugenoverdracht, los van subjectieve zelfrapportage. Een veelgebruikt paradigma is
de Concealed Information Test (CIT), waarin onbewuste herkenning van autobiografische informatie wordt
gemeten via reactietijden (Kong et al., 2008; Huntjens et al., 2012)
- In deze studies nemen DID-patiënten, gezonde controles en simulanten deel. Eerst wordt vastgesteld welke
identiteit amnesie rapporteert voor bepaalde autobiografische informatie. Vervolgens krijgen deelnemers in
een reactietijdtaak woorden of details aangeboden die horen bij de eigen identiteit, een andere identiteit of

, irrelevante categorieën. Als er sprake zou zijn van echte amnesie, zouden reacties op andere-identiteit-
informatie niet verschillen van irrelevante informatie. In werkelijkheid reageren DID-patiënten consistent
langzamer op andere-identiteit-informatie, wat wijst op onbewuste herkenning en dus geheugenoverdracht
(Kong et al., 2008; Huntjens et al., 2012)
- Deze bevindingen worden versterkt doordat simulanten moeite hebben om hetzelfde patroon geloofwaardig
na te bootsen. De belangrijkste beperkingen van dit onderzoek zijn de kleine steekproeven en het feit dat
laboratoriumtaken niet volledig overeenkomen met het dagelijks ervaren geheugenverlies. Desondanks is de
convergentie van bevindingen opmerkelijk consistent

3. What alternative explanation(s) for amnesia reported by patients could there be?
- Omdat objectieve geheugentests geen echte amnesie aantonen, zijn alternatieve verklaringen noodzakelijk.
Een belangrijke verklaring ligt in dissociatie-gerelateerde metamemory-overtuigingen. Huntjens et al. (2023)
laten zien dat mensen met hoge dissociatie geloven dat het ophalen van herinneringen gevaarlijk is of leidt
tot emotionele ontregeling. Hierdoor worden herinneringen niet actief opgezocht of niet erkend als eigen,
ondanks dat ze beschikbaar zijn
- Daarnaast speelt vermijding een centrale rol. Dissociatie functioneert als een vorm van emotionele en
cognitieve vermijding, vergelijkbaar met vermijdingsgedrag bij PTSS. Door herinneringen te vermijden, blijft
de subjectieve ervaring van amnesie in stand (Huntjens et al., 2023; van Minnen & Tibben). Ook problemen
met aandacht en inhibitie dragen bij aan het gevoel van “kwijtraken” van herinneringen, zonder dat deze
daadwerkelijk verloren zijn (Lynn et al., 2008)
- Ten slotte tonen studies aan dat informatie impliciet beschikbaar kan zijn en gedrag beïnvloedt, zonder dat
deze bewust wordt herkend. Dit verklaart waarom patiënten oprecht ervaren dat zij niets weten, terwijl
objectieve maten het tegendeel laten zien (Kong et al., 2008; Huntjens et al., 2012).

4. What is the level of evidence for the treatment of patients with dissociative symptoms? What are new
developments?
- Het bewijs voor behandeling van dissociatieve stoornissen is beperkt. Traditionele fasegerichte
behandelingen, zoals aanbevolen door de ISSTD, zijn langdurig, methodologisch zwak onderzocht en kennen
hoge uitval (Huntjens et al., 2019). Bækkelund et al. (2022) voerden de eerste RCT uit bij complexe
dissociatieve stoornissen en vonden geen directe meerwaarde van stabiliserende groepstherapie boven
individuele therapie, hoewel op langere termijn wel verbetering werd gezien
- Nieuwe behandelontwikkelingen sluiten expliciet aan bij empirisch geheugenonderzoek. Huntjens et al.
(2019) beschrijven een aangepaste vorm van schematherapie waarin identiteiten worden gezien als schema-
modi in plaats van gescheiden persoonlijkheden. Deze benadering normaliseert dissociatieve ervaringen en
richt zich actief op vermijding en traumaverwerking, met een kortere behandelduur
- Daarnaast beschrijven van Minnen en Tibben een kortdurende cognitief-gedragstherapeutische
traumabehandeling waarin dissociatie wordt gezien als vermijdingsstrategie. In hun casus leidde directe
traumabehandeling tot het verdwijnen van zowel PTSS- als dissociatieve symptomen, inclusief de DID-
diagnose

Samenvattende conclusie
De 7 artikelen laten gezamenlijk zien dat dissociatieve stoornissen geen fictie zijn, maar dat hun klassieke
verklaringsmodellen onvoldoende empirische steun hebben. Dissociatie lijkt beter begrepen te worden als een
veranderbaar, cognitief en contextueel fenomeen dan als een structurele geheugenstoornis. Deze
herconceptualisatie opent de weg naar kortere, effectievere en beter onderbouwde behandelingen


Artikel 1: Bækkelund et al (2022). Group treatment for complex dissociative disorders: A randomized clinical trial.
Abstract
De studie onderzocht of gestructureerde groepstherapie op basis van het
handboek “Coping with Trauma-Related Dissociation” (Boon et al.) als aanvulling op
individuele therapie betere resultaten oplevert dan alleen individuele therapie
De hypothese was dat patiënten die zowel groepstherapie als individuele therapie
kregen, grotere verbeteringen zouden tonen in:
- Psychosociaal functioneren (primaire uitkomstmaat)
- Symptomen van PTSS, dissociatie en algemene psychopathologie (secundaire
uitkomstmaten)

Documentinformatie

Geüpload op
15 juni 2026
Aantal pagina's
98
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€11,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
studentrug26

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
studentrug26 Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
2 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen