Nederlands periode 4
, Hoofdletters en interpunctie
Hoofdletters gebruik je bij:
- Het eerste woord van een zin.
- ’s Avonds is uitzondering eerst ’s daarna een hoofdletter.
- Na een procent, na cijfers ook geen hoofdletter.
- Namen
- Schrijf een kleine letter als je een merknaam (TomTom) als soortnaam gebruikt:
- Je moet de tomtom nog even instaleren.
- Wouter van der Meulen, je schrijft van en der zonder hoofdletter.
- Bij een zakelijke mail gebruiken we geen voornamen dus je gebuikt dan Van wel met
hoofdletter, de naam wordt vervangen door van.
- Afleidingen van aardrijkskundige namen en van talen
- Limburgse vlaai
- Engelse drop
- Noord-Hollandse kaas
- Dit zijn voorbeelden
Wanneer niet:
- Maanden en dagen
- Feestdagen
- Windstreken
- Seizoenen
- Periodes zoals middeleeuwen
- Religie
- Titels en functies zoals koning
- Schoolsoorten
- Formele aanduidingen zoals u/uw
Interpunctie
Punt gebruik je bij:
- Einde van de zin
- Bij afkortingen (niet altijd) zoals niet bij afkoringen van maten en gewichten
Komma gebruik je bij:
- In opsommingen
- Tussen twee persoonsvormen dus je moet wel de persoonsvormen vinden door de zin in een
andere tijd te zetten.
- Voor en/of na een aanspreking of een tussenwerpsel. Dus je spreekt iemand aan endan een
komma. Voorbeeld tussenwerpsel bepaalde uitroepen, dit doe je om meer nadruk te leggen.
- Tussen hoofd- en bijzin, voor een voegwoord zoals omdat. De komma moet echt voor het
voegwoord. Voorbeelden van voegwoorden, zodat, want, omdat, doordat.
, Hoofdletters en interpunctie
Hoofdletters gebruik je bij:
- Het eerste woord van een zin.
- ’s Avonds is uitzondering eerst ’s daarna een hoofdletter.
- Na een procent, na cijfers ook geen hoofdletter.
- Namen
- Schrijf een kleine letter als je een merknaam (TomTom) als soortnaam gebruikt:
- Je moet de tomtom nog even instaleren.
- Wouter van der Meulen, je schrijft van en der zonder hoofdletter.
- Bij een zakelijke mail gebruiken we geen voornamen dus je gebuikt dan Van wel met
hoofdletter, de naam wordt vervangen door van.
- Afleidingen van aardrijkskundige namen en van talen
- Limburgse vlaai
- Engelse drop
- Noord-Hollandse kaas
- Dit zijn voorbeelden
Wanneer niet:
- Maanden en dagen
- Feestdagen
- Windstreken
- Seizoenen
- Periodes zoals middeleeuwen
- Religie
- Titels en functies zoals koning
- Schoolsoorten
- Formele aanduidingen zoals u/uw
Interpunctie
Punt gebruik je bij:
- Einde van de zin
- Bij afkortingen (niet altijd) zoals niet bij afkoringen van maten en gewichten
Komma gebruik je bij:
- In opsommingen
- Tussen twee persoonsvormen dus je moet wel de persoonsvormen vinden door de zin in een
andere tijd te zetten.
- Voor en/of na een aanspreking of een tussenwerpsel. Dus je spreekt iemand aan endan een
komma. Voorbeeld tussenwerpsel bepaalde uitroepen, dit doe je om meer nadruk te leggen.
- Tussen hoofd- en bijzin, voor een voegwoord zoals omdat. De komma moet echt voor het
voegwoord. Voorbeelden van voegwoorden, zodat, want, omdat, doordat.