Opvoedingsondersteuning blok 4, jaar 2
Hoorcollege 1: geschiedenis van en perspectieven over
opvoedadviezen.
Opvoeding= iedere invloed die mensen, bedoeld of onbedoeld uitoefenen
op de ontwikkeling van kinderen. Het is deels maakbaar maar ook deels
niet, en het kan zowel goed als slecht verlopen.
IVRK (internationaal verdrag over de rechten van het kind) = Het
IVRK zorgt ervoor dat het een weselijke bijdrage levert aan de kwaliteit
van de kindertijd (veiligheid, etc.). En de kwaliteit van volwassenheid
(kinderen hebben voldoende mee gekregen om goed deel te kunnen
nemen aan de samenleving als volwassene). En als laatste zorgt het
ervoor dat er geen discriminatie mag plaatsvinden. Ouders moeten in
staat zijn om hiervoor te zorgen.
Sinds 2015 is er een nieuwe jeugdwet= gericht op de
zelfredzaamheid van kinderen en cliënten. Je moet een kind op de juiste
manier opvoeden en zien wat het kind nodig heeft, je moet in staat zijn
hiervoor te zorgen als ouder zoals kleding, eten, school, maar ook kleinere
aspecten. Mocht dit even niet lukken moeten ouders zelf kunnen kijken
binnen hun eigen netwerk voor hulp dit val onder andere onder
zelfredzaamheid van cliënten. Alle opvoeders van een kind zijn hierbij
betrokken dus ook de gemeente en bijvoorbeeld sportcoach.
Adviezen over opvoeden, historisch perspectief
17e eeuw (gouden eeuw):
Opvoeding is gericht op religie en deugdzaamheid, vader had het gezag
en moeder droeg de zorg. Belangrijk was dat het kind ontwikkeld tot een
deugdzaam burger. Religie was belangrijk (wat de kerk zegt klopt) en er
was een economische bloei. Deugden die kinderen moesten leren waren:
geloof, gehoorzaamheid & zedelijkheid
18e eeuw (verlichting):
Er kwam meer nadruk op rede en wetenschap, de moeder werd
belangrijker in de opvoeding. Er was volksopvoeding (iedereen opvoeden
tot een goede burger). Er was minder religie dan hiervoor en meer nadruk
op wetenschap.
19e eeuw (industrialisatie):
Er was zorg om materialisme en kinderarbeid, zowel beide ouders als de
overheid zijn betrokken. Kinderen moesten worden beschermd en er was
,disciplinering. Industrialisatie armoede en nieuwe wetten zorgden voor
deze kinderarbeid en soort opvoeding.
1900-1945:
Er komt meer aandacht voor psychologie, ouders volgen adviezen van
deskundigen, een deugdzaam karakter was belangrijk.
Na WO2 (1945-1970):
Het herstel van de samenleving stond centraal, ouders moeten matig
opvoeden en het gemeenschapsbelang gaat boven het individuele belang.
1970-2000:
Individualisering vond plaats, ouders kiezen zelf hun aanpak in de
opvoeding.
21e eeuw (heden):
Focus op persoonlijke ontwikkeling, ouders durven te reflecteren op
zichzelf, prestaties en de ontwikkelingspsychologie staan centraal.
Tegenwoordig is er hyperparenting, door urbanisatie ontstonden kleinere
gezinnen met grootouders verder weg, vroeger woonde iedereen dicht bij
elkaar. Hierdoor zijn ouders meer op zichzelf gewezen en is het meer
autonoom geworden. Buiten dat zijn er heel veel ontwikkelingen geweest
zoals socialmedia, ouders worden hier onzeker van want er zijn zo veel
verschillende methodes en ideeën over opvoeden. Bij hyperparenting
willen ouders het ‘’perfecte kind’’ waardoor kinderen super veel extra
dingen krijgen zoals pianoles, sporten, kunst les, extra scholing, etc., etc.
dit is te veel tegenwoordig.
Pedagogische civil society, Micha de winter.
Pedagogische civil society= een samenleving waarbij ouders en
professionals in vrijwillige verbanden samen verantwoordelijkheid nemen
voor het opvoeden van kinderen. De hele gemeenschap is betrokken.
De pedagogische civil society is ervoor om de hyperparenting te stoppen.
We willen gezinnen het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan, en
de civil society versterken.
Het is belangrijk om veel informatie te delen en samen te werken, zo komt
er een democratische samenleving.
, Hoge sociale betrokkenheid zorgt voor meer betrokken ouders en minder
gedragsproblemen bij kinderen. Sociale betrokkenheid heeft dus positieve
invloed op de ontwikkeling van kinderen.
Sociaal kapitaal= de hulpmiddelen die in een gemeenschap aanwezig
zijn op gezins en sociale organisatievorm te geven.
Moet opvoeden geleerd worden?
Er is onderzoek gedaan onder Haagse volwassene, de helft van de
respondenten waren het niet eens met dat opvoeden geleerd moet
worden. De andere helft zegt dat je als opvoeder wel handvatten moet
krijgen.
Wij als pedagoog in opleiding hebben kennis over de schade die
psychische problemen van ouders met zich meebrengt. Maar ouders zelf
weten dit niet, en hierdoor beschadigen ze de ontwikkeling van een kind
onbedoeld. Hetzelfde geld voor meeroken, alcohol, depressieve klachten,
huiselijk geweld, etc.
Als ouders deze kennis wel zouden hebben zouden er een hele hoop
problemen voorkomen kunnen worden.
Hoorcollege 2, huidige maatschappelijke context
Internationale verdrag over de rechten van het kind:
Dit is een verdrag dat sinds 1989 bestaat, het uitgangspunt is dat de
opvoeding twee fundamentele opbrengsten oplevert namelijk:
- Opvoeding draagt wezenlijk bij aan de kwaliteit van de kindertijd
(een kind moet veilig, gezond en met respect kunnen opgroeien).
- Opvoeding draagt wezenlijk bij aan de kwaliteit van de
volwassenheid (een goede opvoeding zorgt ervoor dat kinderen zich
ontwikkelen tot zelfstandige verantwoordelijke volwassene).
Hiernaast benadrukt het verdrag rechten zoals recht op bescherming,
ontwikkeling, onderwijs, participatie, inspraak en zorg.
De jeugdwet
De jeugdwet heeft in 2015 de wet op jeugdzorg vervangen. Het is een wet
die geld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar. In sommige gevallen
kunnen jongeren daarna gebruik maken van verlengde jeugdhulp.
Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten om dit uit te voeren.
Hoorcollege 1: geschiedenis van en perspectieven over
opvoedadviezen.
Opvoeding= iedere invloed die mensen, bedoeld of onbedoeld uitoefenen
op de ontwikkeling van kinderen. Het is deels maakbaar maar ook deels
niet, en het kan zowel goed als slecht verlopen.
IVRK (internationaal verdrag over de rechten van het kind) = Het
IVRK zorgt ervoor dat het een weselijke bijdrage levert aan de kwaliteit
van de kindertijd (veiligheid, etc.). En de kwaliteit van volwassenheid
(kinderen hebben voldoende mee gekregen om goed deel te kunnen
nemen aan de samenleving als volwassene). En als laatste zorgt het
ervoor dat er geen discriminatie mag plaatsvinden. Ouders moeten in
staat zijn om hiervoor te zorgen.
Sinds 2015 is er een nieuwe jeugdwet= gericht op de
zelfredzaamheid van kinderen en cliënten. Je moet een kind op de juiste
manier opvoeden en zien wat het kind nodig heeft, je moet in staat zijn
hiervoor te zorgen als ouder zoals kleding, eten, school, maar ook kleinere
aspecten. Mocht dit even niet lukken moeten ouders zelf kunnen kijken
binnen hun eigen netwerk voor hulp dit val onder andere onder
zelfredzaamheid van cliënten. Alle opvoeders van een kind zijn hierbij
betrokken dus ook de gemeente en bijvoorbeeld sportcoach.
Adviezen over opvoeden, historisch perspectief
17e eeuw (gouden eeuw):
Opvoeding is gericht op religie en deugdzaamheid, vader had het gezag
en moeder droeg de zorg. Belangrijk was dat het kind ontwikkeld tot een
deugdzaam burger. Religie was belangrijk (wat de kerk zegt klopt) en er
was een economische bloei. Deugden die kinderen moesten leren waren:
geloof, gehoorzaamheid & zedelijkheid
18e eeuw (verlichting):
Er kwam meer nadruk op rede en wetenschap, de moeder werd
belangrijker in de opvoeding. Er was volksopvoeding (iedereen opvoeden
tot een goede burger). Er was minder religie dan hiervoor en meer nadruk
op wetenschap.
19e eeuw (industrialisatie):
Er was zorg om materialisme en kinderarbeid, zowel beide ouders als de
overheid zijn betrokken. Kinderen moesten worden beschermd en er was
,disciplinering. Industrialisatie armoede en nieuwe wetten zorgden voor
deze kinderarbeid en soort opvoeding.
1900-1945:
Er komt meer aandacht voor psychologie, ouders volgen adviezen van
deskundigen, een deugdzaam karakter was belangrijk.
Na WO2 (1945-1970):
Het herstel van de samenleving stond centraal, ouders moeten matig
opvoeden en het gemeenschapsbelang gaat boven het individuele belang.
1970-2000:
Individualisering vond plaats, ouders kiezen zelf hun aanpak in de
opvoeding.
21e eeuw (heden):
Focus op persoonlijke ontwikkeling, ouders durven te reflecteren op
zichzelf, prestaties en de ontwikkelingspsychologie staan centraal.
Tegenwoordig is er hyperparenting, door urbanisatie ontstonden kleinere
gezinnen met grootouders verder weg, vroeger woonde iedereen dicht bij
elkaar. Hierdoor zijn ouders meer op zichzelf gewezen en is het meer
autonoom geworden. Buiten dat zijn er heel veel ontwikkelingen geweest
zoals socialmedia, ouders worden hier onzeker van want er zijn zo veel
verschillende methodes en ideeën over opvoeden. Bij hyperparenting
willen ouders het ‘’perfecte kind’’ waardoor kinderen super veel extra
dingen krijgen zoals pianoles, sporten, kunst les, extra scholing, etc., etc.
dit is te veel tegenwoordig.
Pedagogische civil society, Micha de winter.
Pedagogische civil society= een samenleving waarbij ouders en
professionals in vrijwillige verbanden samen verantwoordelijkheid nemen
voor het opvoeden van kinderen. De hele gemeenschap is betrokken.
De pedagogische civil society is ervoor om de hyperparenting te stoppen.
We willen gezinnen het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan, en
de civil society versterken.
Het is belangrijk om veel informatie te delen en samen te werken, zo komt
er een democratische samenleving.
, Hoge sociale betrokkenheid zorgt voor meer betrokken ouders en minder
gedragsproblemen bij kinderen. Sociale betrokkenheid heeft dus positieve
invloed op de ontwikkeling van kinderen.
Sociaal kapitaal= de hulpmiddelen die in een gemeenschap aanwezig
zijn op gezins en sociale organisatievorm te geven.
Moet opvoeden geleerd worden?
Er is onderzoek gedaan onder Haagse volwassene, de helft van de
respondenten waren het niet eens met dat opvoeden geleerd moet
worden. De andere helft zegt dat je als opvoeder wel handvatten moet
krijgen.
Wij als pedagoog in opleiding hebben kennis over de schade die
psychische problemen van ouders met zich meebrengt. Maar ouders zelf
weten dit niet, en hierdoor beschadigen ze de ontwikkeling van een kind
onbedoeld. Hetzelfde geld voor meeroken, alcohol, depressieve klachten,
huiselijk geweld, etc.
Als ouders deze kennis wel zouden hebben zouden er een hele hoop
problemen voorkomen kunnen worden.
Hoorcollege 2, huidige maatschappelijke context
Internationale verdrag over de rechten van het kind:
Dit is een verdrag dat sinds 1989 bestaat, het uitgangspunt is dat de
opvoeding twee fundamentele opbrengsten oplevert namelijk:
- Opvoeding draagt wezenlijk bij aan de kwaliteit van de kindertijd
(een kind moet veilig, gezond en met respect kunnen opgroeien).
- Opvoeding draagt wezenlijk bij aan de kwaliteit van de
volwassenheid (een goede opvoeding zorgt ervoor dat kinderen zich
ontwikkelen tot zelfstandige verantwoordelijke volwassene).
Hiernaast benadrukt het verdrag rechten zoals recht op bescherming,
ontwikkeling, onderwijs, participatie, inspraak en zorg.
De jeugdwet
De jeugdwet heeft in 2015 de wet op jeugdzorg vervangen. Het is een wet
die geld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar. In sommige gevallen
kunnen jongeren daarna gebruik maken van verlengde jeugdhulp.
Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten om dit uit te voeren.