1 GERODONTOLOGIE
Gerodontologie= mondzorg voor kwetsbare/zorgafhankelijke ouderen met aandacht voor lichamelijke,
psychische en sociale veranderingen.
1.1 THEMA 1: DEMOGRAFIE EN GERIATRISCH PROFIEL
Demografische veranderingen
- Vergrijzing: sinds de jaren 90 neemt het aantal ouderen in bevolking sterk toe.
- Komt doordat:
o Reductie kindersterfte, vooral door betere hygiëne, vaccinaties en antibiotica
o Chronische ziekten worden beter behandeld en onder controle gehouden worden.
- De levensverwachting blijft stijgen. Nu gemiddeld rond de 73 jaar,
neemt elk jaar toe
- De bevolkingspiramide verandert steeds meer in een rechthoek,
omdat er minder kinderen geboren worden en meer mensen oud
worden.
- In België zijn er grote verschillen in levensverwachting, bijv.
afhankelijk van regio, levensstijl of sociaaleconomische factoren.
- Super-aged society: landen waar meer dan 30% van de bevolking
60+ jr. oud is. Japan is hier bekendste voorbeeld van.
- Belangrijk aandachtspunt is de verhouding jong: oud → steeds minder jongeren moeten zorgen voor
steeds meer ouderen.
- HLE (Healthy Life Expectancy): het aantal jaren dat iemand in goede gezondheid leeft. Gemiddeld
hebben mensen de laatste 10 jaar van hun leven zorg nodig.
Doel bij ouderen
- Hoofddoel: de mondgezondheid stabiel houden, ongeacht de fysieke of medische toestand van de
patiënt.
- Het gaat niet altijd om alle tanden behouden, maar om functie en comfort.
- Belangrijk is aansluiten bij de wensen van de patiënt.
o Wat wil je graag kunnen blijven eten?
o Welke activiteiten zijn belangrijk (bv. Sociaal contact, praten lachen)?
o Hoe belangrijk vind je een frisse adem?
- De behandeling en adviezen worden afgestemd op wat de patiënt zelf belangrijk vindt.
Health ageing= het proces om functionele mogelijkheden te ontwikkelen en te onderhouden die een goede
levenskwaliteit mogelijk maken op oudere leeftijd.
Public-health framework for Health Ageing
- Niveaus: gezondheidssysteem, lange termijn zorg (WZC),
omgeving
- Van links naar rechts de achteruitgang van ouder worden
o Blauw: functionele mogelijkheden
▪ Waar je toe in staat bent als je steun rond
je hebt (Vb. rolstoel)
o Rood: intrinsieke capaciteit
- Mondzorg wijkt af van algemene gezondheidszorg
o Preventie blijft belangrijk
, ▪ Bij stoppen kan je alsnog een snelle achteruitkant hebben
Active ageing= proces om kansen te optimaliseren voor gezondheid, participatie in de maatschappij en
veiligheid om zo de levenskwaliteit te verhogen als mensen ouder worden.
Profiel ouderen
- Pathologie blijft pathologie, ze krijgen het niet omdat ze oud zijn
- 3 groepen
o Vitale relatief goed functionerende oudere (60%)
▪ Geen hulp nodig, blijven zelfstandig, normaal voedingspatroon, niet veel medicatie
o Kwetsbare ouderen (20%)
o Zorgafhankelijke oudere/geriatrische patiënt (20%)
▪ 7 kenmerken kennen van geriatrisch profiel
Geriatrisch profiel
1. Verminderde homeostase
o Balans in lichaam interne milieu
2. Chronische ziekten
o Nek- of lage rugproblemen, osteoporose, hoge bloeddruk, incontinentie
o Impact op handelen en naar de praktijk komen
o Gemiddeld 2 chronische aandoeningen bij 75+ jarige patiënten
3. Atypische presentatie en verloop van ziekten
o Klachtenpatroon van zelfde ziekte zien er anders uit
o Moeilijke diagnostiek
o Pijnperceptie kan anders zijn (medicijnen, op andere plek meer pijn)
4. Multimorbiditeit
o Multimorbiditeit= gelijktijdig voorkomen van twee of meer chronische aandoeningen
o Comorbiditeit= naast hoofddiagnose (=indexziekte) enkele andere ziekten
o Interacties aandoeningen
o 40% heeft comorbiditeit
5. Polyfarmactie
o Meerdere medicatie tegelijktijdig
o Excessieve polyfarmacie= >9 medicijnen per dag
o Gebrek aan mentale gezondheidszorg: vaak antidepressiva/psychotica
o Medicatie wordt voorgeschreven en nooit stopgezegd
o Hoog zorgbehoevende hebben vaak minder medicatie
6. Bedreigde validiteit – verlies van functie
o 40% van de 75+ heeft een probleem met verlies van functie
o ADL activity of daily function (eten, naar toilet)
o IADL = instrumental activity of daily function (telefoneren voor afspraak, openbaar vervoer,
administratie)
7. Somato – psycho – sociale verwevenheid
o Geriatrische trias: lichamelijk, psychisch en sociaal
o Problemen op 1 niveau kan symptomen op een ander niveau veroorzaken
o Voorbeeld: grootmoeder verliest haar man. Moet nu alleen naar supermarkt, zelf koken, eet
onregelmatiger, komt minder volk over de vloer. Kan zo dat zij 20 jaar stabiele mondsituatie
heeft en 1 jaar na overlijden haar man ineens 10+ gaatjes krijgt.
Geriatrische reuzen (geriatrische syndromen)
- Definitie= een verzameling klachten of symptomen die ontstaan door een combinatie van meerdere
aandoeningen en vaak samenhangen met kwetsbaarheid bij ouderen
- Kenmerken:
o Ontstaan door verschillende oorzaken tegelijk.
, o Herstel duurt meestal langer.
o Hogere kans op overlijden op korte termijn.
o Er is een brede (generalistische) aanpak nodig om de juiste diagnose te stellen.
- Veelvoorkomende symptomen:
o Incontinentie
o Syncope
o Sarcopenie (=verlies spiermassa)
o Intoxicatie door medicatie
o Duizeligheid, vaak door gestoorde proprioceptie
o Vallen
- Vormen
o Acuut(vb. vallen, delier, syncope)
▪ Vaak een duidelijke uitlokkende factor (medicatie, uitdroging)
▪ Geen verband tussen optreden en uitlokkende factor
o Chronisch (vb. sarcopenie, osteoporose, depressie)
▪ Geen duidelijke uitlokkende factor.
▪ Ontstaat door meerdere kleine factoren samen (leeftijd, voeding, beweging)
Zorgafhankelijkheid
- Katz-schaal
o In WZC
o Categorie: O, A, B, C, C dement
o Meer last van ADL-functies en cognitie hoe
lagere categorie.
- BelRAI (Resident Assessment Instrument)
o Evaluatie IADL, ADL, cognitieve, psychische en
gedragsproblemen.
o Onderdeel rond mondzorg.
o In thuiszorg, psychiatrie, ziekenhuis.
Kwetsbaarheid
- Vulnerability (algemene kwetsbaarheid)
o Iedereen is kwetsbaar voor onverwachte gebeurtenissen
o Vb. aangereden worden door een auto
- Frailty (specifieke kwetsbaarheid bij ouderen)
o Dit betekent een achteruitgang in het algemene functioneren.
o Mensen zijn hierdoor extra gevoelig voor stressoren (Bv. Ziekte, val, operatie)
o 3 basiskenmerken:
▪ Multidimensioneel → ook psychische en sociale kwetsbaarheid.
▪ Extreme consequentie van veroudering → verergerde vorm van het normale
verouderingsproces
▪ Dynamisch →het kan wisselen, iemand kan tijdelijk fitter of juist kwetsbaarder zijn.
- Gevolgen:
o Hoger risico op sterfte.
o Meer kans op functionele beperkingen (vb. minder
mobiel zijn)
o Vallen en botbreuken.
o Eenzaamheid en sociale isolatie.
- Grafiek →
o Effect van gezondheidsproblemen op kwetsbare
ouderen, wordt zorgafhankelijk en heeft een lang
herstelproces.
, Meten van kwetsbaarheid
1. Fenotypische methode
o Er wordt gekeken naar zichtbare symptomen
o Als iemand een bepaald aantal criteria heeft, wordt die persoon als kwetsbaar beschouwd.
o Voorbeeld: Fried’s frailty criteria → kwetsbaarheid bij 3 of meer van de volgende kenmerken:
▪ Onbedoeld gewichtsverlies
▪ Zelf gerapporteerde uitputting
▪ Zwakheid
▪ Traagheid in lopen
▪ Verminderde fysieke activiteit
2. Index methode
o Er is geen vaste lijst → het gaat om een breed beeld van gezondheid (Multidimensioneel:
lichamelijk, psychisch, sociaal)
o Hoe meer gezondheidsproblemen je aankruist, hoe groter de kwetsbaarheid.
o Geen plafondeffect→ het is niet zo dat je bij 100 jaar alle vakjes moet hebben
o Maximumscore = 0,67 (ratio)
Belangrijk in communicatie
- Nooit tegen de patiënt zeggen dat die kwetsbaar is → dit kan als stigmatiserend of discriminerend
overkomen.
- Kwetsbaarheid mag niet leiden tot ageism
Epidemiologie
- Periode van wereldoorlog, baby boom
- Eind jaren 70: introductie van fluoride tandpasta
o 95-jarigen nu, werden pas op 45 jaar geïntroduceerd
met fluoride
o 65-jarigen nu, waren 15 jaar
- Suiker was vroeger een goedkope bron van energie.
Verandering in epidemiologie
- Gele lijn= eind jaren 90
o Piek net voor 40 jaar → gemiddeld 8
tanden met pocket >4mm
- Paarse lijn= 2030
o Piek rond 75 jaar → aantal tanden met
parodontale behandelnood is
verdubbeld.
1.2 THEMA 2: BARRIÈRES EN
TOEGANKELIJKHEID
Casus mevr. Gonzalez
- Er kunnen grote barrières zijn als iemand naar een tandartspraktijk
gaat.
- Mensen met rollator: trapje ingang, tapijt.
- Weinig kracht in handen: deur opendoen, anamnese invullen.
- Bij uitlopen: stress over al geregelde vervoer.
- Slechthorend: hoort niet dat ze wordt geroepen