,Professioneel gedrag.......................................................................................................... 2
Hoofdstuk 1 Professioneel gedrag van de financieel adviseur.........................................2
Hoofdstuk 2 PROFESSIONEEL handelen bij fraudesignalen..............................................3
Hoofdstuk 3 Professioneel omgaan met klantgegevens...................................................5
Hoofdstuk 1 Betalen, sparen en beleggen..........................................................................8
1.1 Hoe werken financiële markten?................................................................................8
1.2 Betalen en sparen.................................................................................................... 10
1.3 Sparen, beleggen, investeren en bescherming........................................................15
1.4 beleggen.................................................................................................................. 17
Hoofdstuk 2...................................................................................................................... 28
2.1 Kredietaanvraag beoordelen....................................................................................28
2.2 Basisprincipes en consumptief krediet.....................................................................32
2.3 Hypothecair krediet................................................................................................. 39
Hoofdstuk 3 verzekeringen............................................................................................... 45
3.1 Inleiding schade....................................................................................................... 45
3.2 Bezitsverzekeringen................................................................................................ 48
3.3 Aansprakelijkheid.................................................................................................... 49
3.4 Gezondheid.............................................................................................................. 52
3.5 Gezondheid en sociale zekerheid.............................................................................57
3.6 Leven....................................................................................................................... 59
3.7 Totstandkoming verzekeringsaanvraag...................................................................65
3.8 Redenen afwijzing schade-uitkering........................................................................67
3.9 OPZEGGINGEN en juridische aspecten.....................................................................69
3.10 Werkwijze verzekeraars......................................................................................... 73
Hoofdstuk 4 Belastingen................................................................................................... 75
4.1 Belangrijkste samenlevingsvormen en kenmerken..................................................75
4.2 Erfrecht en Successiewet......................................................................................... 78
4.3 Inkomstenbelasting in box 1, box 2 en box 3...........................................................84
Hoofdstuk 5 Toezicht en aanbieders.................................................................................95
5.1 Toezicht en belangenbehartiging.............................................................................95
5.2 Voldoen aan toezicht............................................................................................. 101
5.3 Samenwerking, distributie en soorten aanbieders.................................................106
5.4 Kosten en vergoedingen........................................................................................110
1
,PROFESSIONEEL GEDRAG
HOOFDSTUK 1 PROFESSIONEEL GEDRAG VAN DE FINANCIEEL ADVISEUR
Consument: iemand die iets koopt voor zichzelf (persoonlijk gebruik). Geen professional
of organisatie/bedrijf.
Het centraal stellen van de klant is gericht op klanttevredenheid, bijv. bereikbaarheid of
snelle service.
In die zin betekent het ‘geven wat de klant wil’. Het belang van de klant ligt in de korte
termijn.
Het centraal stellen van het klantbelang gaat verder en kan zelfs botsen met het
centraal stellen van de klant. In het belang van de klant is het nodig dat de klant alleen
producten met toegevoegde waarde krijgt geadviseerd. Dit komt neer op ‘geven wat de
klant nodig heeft’. Het belang van de klant ligt hier in de lange termijn.
Indemniteitsbeginsel: De verzekerde zal krachtens de verzekering geen vergoeding
ontvangen waardoor hij in een duidelijk voordeliger positie zou geraken. De vorige zin
mist toepassing bij voorafgaande taxatie van de waarde van een zaak tot stand gekomen
krachtens een aan een deskundige opgedragen beslissing of krachtens een beslissing van
partijen overeenkomstig het advies van een deskundige.
Advies: als een medewerker een concrete aanbeveling van een nieuw product doet
aan een specifieke klant. Ook het beantwoorden van klantvragen over de passendheid
van een nieuw product valt dus al onder het begrip ‘advies’. De diplomaplicht
geldt niet voor het beantwoorden van inhoudelijke vragen, waarbij geen aanbeveling
wordt gedaan of als deze vragen gaan over een product dat de klant al heeft afgesloten.
De wettelijke diploma’s zijn onderverdeeld in verschillende onderwerpen. Deze
onderwerpen noemen we modules. Met het behalen van de modules kun je aantonen
dat je beschikt over een vereist minimumniveau dat is gebaseerd op het gemiddelde
takenpakket van de desbetreffende adviseur.
2
, HOOFDSTUK 2 PROFESSIONEEL HANDELEN BIJ FRAUDESIGNALEN
Sanctiewet: Regels ter voorkoming dat financiële middelen beschikbaar komen voor
ongewenste personen, organisaties of landen.
Wwft en Sw
Wwft-verplichtingen voor klantmedewerkers:
Cliëntenonderzoek;
Meldplicht van ongebruikelijke transacties.
Cliëntenonderzoek
Voordat een zakelijke relatie wordt aangegaan of een transactie wordt uitgevoerd, moet
de identiteit van de klant worden vastgesteld en gecontroleerd of de klant voorkomt op
een sanctielijst.
Sanctielijst: Lijst van personen en rechtspersonen waarvoor financiële sancties gelden,
bijvoorbeeld vanwege betrokkenheid bij terrorismefinanciering of witwassen.
Geldige identificatie natuurlijke personen
Paspoort
Identiteitskaart of
(Reis)document voor vluchtelingen.
Een kopie van een identiteitsdocument geldt niet als geldige identificatie.
Een rijbewijs geeft geen verblijfsstatus en nationaliteit weer en wordt daarom niet overal
geaccepteerd als identificatiedocument.
Uiteindelijke belanghebbende
Niet alleen de identiteit van de klant maar ook die van de uiteindelijk
belanghebbende (UBO) moet worden vastgesteld en gecontroleerd.
Belanghebbende: persoon die rechtstreeks belang heeft bij een besluit of geschil. Dit kan
zowel de direct betrokken persoon als een derde-belanghebbende zijn die door het
besluit rechtstreeks wordt geraakt.
Bij een organisatie moet dit belang passen binnen de doelen die in de statuten zijn
vastgelegd.
Ultimate Beneficial Owner (UBO)
De uiteindelijk belanghebbende van een organisatie. Dit is de natuurlijke persoon die
feitelijk zeggenschap heeft of economisch belang heeft in een onderneming. Volgens de
Wwft is dit iemand met meer dan 25% eigendom, stemrechten of economisch belang.
UBO's worden geregistreerd in het UBO-register van de Kamer van Koophandel. Voor de
Sanctiewet geldt een grens van 50% of meer eigendom of zeggenschap.
Meldplicht ongebruikelijke of verdachte transacties
Klantmedewerkers zijn verplicht ongebruikelijke of verdachte transacties te melden.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen objectieve en subjectieve indicatoren. Bij een
objectieve indicator geldt altijd een meldplicht; bij een subjectieve indicator beoordeelt
de organisatie zelf of melding noodzakelijk is.
3