Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Taal en Lezen toets semester 2 | woordenschat | IPABO | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
17-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit studiemateriaal behandelt Hoofdstuk 4 over Woordenschat voor de opleiding Leraar Basisonderwijs aan Hogeschool IPABO. De stof omvat het mentaal lexicon, woordidentiteit (akoestische, fonologische, morfologische, semantische, syntactische en orthografische aspecten), woordenschatverwerving en woordleerstrategieën met concrete voorbeelden. Ideaal voor examenvoorbereiding en het begrijpen van hoe kinderen woorden leren en hoe je woordenschat effectief kunt onderwijzen in het basisonderwijs.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Woordenschat (H4)

Inhoudswoorden: zalfstandig naamwoorden, werkwoorden en bijvoegelijke
naamwoorden.
Functiewoorden: telwoorden, voornaamwoorden, voegwoorden en
voorzetsels.

4.1 Het woordgeheugen

Mentaal lexicon: het woordgeheugen; het maakt deel uit van het
langetermijngeheugen. Daar ligt informatie permanent opgeslagen ook
alle woorden.

Identiteit van een woord. (Klank, betekenis, uitspraak)
1. Akoestische identiteit – de klank van een woord
2. Articulatorische identiteit – de uitspraak van een woord
3. Fonologische identiteit – de klank en uitspraak van een woord.
(Overkoepelde begrip voor akoestische en articulatorische identiteit.
4. Morfologische identiteit – de opbouw van een woord
5. Semantische identiteit – de betekenis van een woord
6. Syntactische identiteit – de mogelijkheden van een woord om zich te
verbinden met andere woorden.
7. Orthografische identiteit – de spelling van een woord

Akoestische identiteit
de wijze waarop een woord klinkt. Garage klinkt als /gaaraazju/ en het
klinkt als /ut/
Articulatorische identiteit
hoe moet je het woord uitspreken. Stand van tong en lippen en of je een
klank wel of niet via de neus moet uitspreken.
Fonologische identiteit
Akoestische identiteit en articulatorische identiteit zijn nauw met elkaar
verweven en worden vaak onder een noemer gebracht.
Morfologische identiteit
Hoe woorden zijn opgebouwd en hoe je met behulp van bestaande voor-
en achtervoegsels nieuwe woorden kunt vormen. /postkantoor/ bestaat uit
post en kantoor.
semantische identiteit
betekenis zoals in het woordenboek maar ook gevoelswaarde.
Orthografische identiteit
de spelling van een woord. Die wijkt soms sterk af van de uitspraak
(gaaraazju)

Woorden kunnen op allerlei manieren (kenmerken en identiteit) met elkaar
verbonden zijn zoals muis, huis, luis. Die zijn op fonologische wijze met

,elkaar verbonen.
paard, hinniken en hoeven hangen samen naar hun semantische identiteit.

Kinderen leren eerst de fonologische identiteit (de klank) en de
semantische identiteit (de betekenis). Ze maken niet direct alle kenmerken
van een woord eigen.
de fonologische identiteit/ klankvorm: label. Deze is willekeurig, hond heet
hond omdat dat zo is. Uitzondering klanknabootsingen zoals kukeleku en
boem.
de semantische identiteit/ betekenis van een woord: concept

Concrete betekenis: ervaringsniveau: je kunt het concreet aanwijzen of
ervaren. (Plaatje gitaar)
Essentieel betekenisaspect: Hoe groot is het? Hoe zwaar is het? Hoe
klinkt een gitaar? Wat kan je er mee doen?
Abstracte betekenis: een muziekinstrument kun je niet aanwijzen je kan
wel voorbeelden noemen zoals gitaar of een fluit. Zo staat het ook in een
woordenboek
Contextuele betekenis: alle relaties die een woord heeft met andere
woorden. (Gitaar spelen)

1. Concrete betekenis vanaf een jaar
Een kind leert woorden door wat het ziet, voelt of meemaakt.
Bijvoorbeeld: “stoel” hoort bij de eigen kinderstoel.

2. Abstracte betekenis vanaf twee jaar
Een kind begrijpt dat een woord bij een hele groep dingen hoort.
Bijvoorbeeld: een kinderstoel, bureaustoel en eetkamerstoel zijn allemaal
stoelen.

3. Contextuele betekenis vanaf drie à vier jaar
Een kind leert woorden begrijpen door de zinnen en woorden eromheen.
Bijvoorbeeld: “Een narcis is een bloem” of “moedig betekent dapper”.

Diepe woordkennis: betekenis van woorden die ze al kennen steeds
verder uit diepen. Dit kan sterk verschillen bij taalgebruikers. Ander aantal
relaties bij het woord dinosaurus.
Productieve woordenschat (actieve woordenschat): woorden die je
gebruikt om met andere te communiceren.
Receptieve woordenschat (passieve woordenschat): woorden die je
begrijpt of betekenis van kent. Deze ontwikkelt zich het eerste.

Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters (BAK-lijst): woorden dat elk kind
moet kennen.
toetsen om de receptieve woordenschat te meten: Woordenschattoets van
Cito en de Taaltoets Alle Kinderen (TAK).

, 4.2 Woordenschatverwerving

Spontane taalontwikkeling, drie principe voor woordenschatverwerving:
1. Labelen: woord koppelen aan voorwerp of gebeurtenis.
2. Categoriseren: betekenissen combineren, woorden onder brengen bij
overkoepelende begrippen (paraplu) Door het categoriseren vindt de
systematische opbouw van de woordenschat in het geheugen plaats.
3. Netwerkopbouw: betekenissen aan elkaar koppelen.

4.3 woordleerstrategieën

Woordleerstrategie: Werkwijze die bewust worden ingezet om de betekenis
van woorden te achterhalen. Er zijn er 4
1. Analyseren van een woord
2. Gebruikmaken van de (verbale en non-verbale) context
3. Gebruikmaken van een bron in de eerste of tweede taal
4. Letten op overeenkomsten tussen de eerste en tweede taal

Voorbeelden:
Analyseren van een woord
Een vuinisophaaldienst is een dienst die vuilnis ophaalt
Gebruikmaken van de (verbale en non-verbale) context
Stotteraars zijn heel inventief. Ze verzinnen een gemakkelijk woord voor
een moeilijk woord. Dus inventief is dat je makkelijk iets kunt verzinnen
Gebruikmaken van een bron in de eerste of de tweede taal
Een woordenboek raadplegen, een leerkracht vragen
Letten op overeenkomsten tussen eerste en tweede taal
Vader lijkt op padre

4.4 soorten taalgebruik

Vaktaalwoorden: begrippen die specifiek zijn voor een bepaald
vakgebied. (Erosie, persoonsvorm of klinker) vooral bij de zaakvakken
spelen deze een rol.
Standaardnederlands: de officiële taal die bij overheidsinstellingen, in
kranten en op radio en televisie gebruikt wordt. Die is officiëler en
zakelijker. (Overeenkomst, doelstelling)
schooltaal: begrippen die kinderen moeten weten om het onderwijs te
kunnen volgen. (Oorzaak en thema)

Schooltaal en vaktaalwoorden zijn vaak inhoudswoorden. Dat zijn
woorden met een duidelijk omschreven betekenis zoals zelfstandig
naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.
Functiewoorden: zijn woorden die een talige relatie weergeven zoals
voegwoorden en vraagwoorden (wie, wat)
Signaalwoorden: geven de lezer informatie over de structuur/ relaties
van de tekst. (Morgen, daarna)

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
4, 6 7 en 9
Geüpload op
17 juni 2026
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sammenvattingenpabo

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sammenvattingenpabo Hogeschool IPABO
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen