Hoofdstuk 1. De grote recessie
★ De vermogensmarkt bestaat uit de geldmarkt (kortlopende krediet) en
de kapitaalmarkt (langlopend en permanent vermogen).
★ RIC= NIC/PIC x 100
★ Een lagere rente betekent dat ook de hypotheekrente daalt, waardoor de
hypotheeklasten afnemen. Huizenkopers kunnen zich makkelijker een
hypotheek veroorloven. De vraag naar huizen stijgt, waardoor de prijs
stijgt.
★ Selffulfilling prophecy: een voorspelling die uitkomt omdat mensen zich
ernaar gedragen.
★ Als de rente stijgt kunnen hefboomeffecten (Verschijnsel dat over het
vreemd vermogen winst of verlies wordt gemaakt waardoor het rendement over
het eigen vermogen groter of kleiner wordt.) negatief worden. Om zich te
verlossen van de negatieve hefboomeffecten moeten beleggers hun
aandelen verkopen. Door de toename van het aanbod zullen de koersen
dalen.
★ De solvabiliteit is de mate waarin een onderneming in staat is haar
schulden terug te betalen.
★ Klassieke visie: Adam Smith (liberaal), geen overheidsbemoeienis, vrije
werking van marktmechanisme bestrijdt de crisis, micro-economisch:
groot aantal met elkaar samenhangende markten, productiecapaciteit
volledig benutten, aanbodeconomen.
★ Krappe arbeidsmarkt: tekort aan arbeidskrachten.
★ Keynesiaans beleid: vraag en aanbod reageren niet altijd op de feitelijke
prijzen, maar ook op de verwachte prijzen. Macro-economie:
geaggregeerde grootheden. Vraageconomen, effectieve vraag. Bij
onderbesteding moet overheid zorgen voor extra bestedingen. Overheid
voert anticyclisch conjunctuurbeleid: laagconjunctuur>stimulerend
beleid, hoogconjunctuur>afremmend beleid.
★ Laagconjunctuur/onderbesteding: de bestedingen groeien minder hard
dan de trendmatige groei van de productiecapaciteit.
★ Hoogconjunctuur/overbesteding: De bestedingen zijn groter dan de
trend. Zorgt voor krappe arbeidsmarkt.
★ Procyclisch conjunctuurbeleid: conjunctuur uitslagen worden groter.
Hoofdstuk 2. Inkomen, hoe verdien je dat?
★
Productiefactoren Vorm van inkomen
Kapitaal rente en huur
Arbeid loon
Natuur pacht
Ondernemerschap winst
, ★ Omzet - inkoopwaarde grondstoffen = toegevoegde waarde =
productiewaarde = de vormen van inkomen = primair inkomen = Netto
toegevoegde waarde
★ Bruto toegevoegde waarde = omzet - inkoop van goederen en diensten
= bbp
★ Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde -
afschrijvingen = de som van de inkomens
★ Microniveau: niveau van een individueel bedrijf, macroniveau: alle
bedrijven in een land samen.
★ Totale productie bedrijfskolom = de som van de toegevoegde waarde
van de afzonderlijke bedrijfstakken.
★ Bbp: bruto toegevoegde waarde van particuliere bedrijven en de
overheid. (= bruto binnenlands inkomen)
★ Netto binnenlands inkomen (= netto toegevoegde waarde = netto
binnenlands product) = bbp - afschrijvingen
★ Saldo primair inkomen buitenland = ontvangen primair inkomen
buitenland - betaald primair inkomen buitenland.
★ Bruto nationaal product/inkomen = bbp + saldo primair inkomen
buitenland
★ Netto nationaal product/inkomen = bruto nationaal product/inkomen -
afschrijvingen
★ Nadelen bbp als welvaartsmaatstaf:
- Geen rekening gehouden met zwart werk
- Geen rekening gehouden met externe effecten
- Geen rekening gehouden met de uitputting van natuurlijke
hulpbronnen
- Zegt niets over inkomensverdeling
- Onbetaald werk wordt niet meegerekend
★
★ Het bbp kan op drie manieren bepaald worden:
1. De objectieve methode (productiebenadering):
bbp = totale omzet van bedrijven en overheid min de inkoopwaarde van
goederen en diensten.
2. De subjectieve methode ( inkomensbenadering):
bbp = beloningen die de productiefactoren ontvangen plus de
afschrijvingen.
★ De vermogensmarkt bestaat uit de geldmarkt (kortlopende krediet) en
de kapitaalmarkt (langlopend en permanent vermogen).
★ RIC= NIC/PIC x 100
★ Een lagere rente betekent dat ook de hypotheekrente daalt, waardoor de
hypotheeklasten afnemen. Huizenkopers kunnen zich makkelijker een
hypotheek veroorloven. De vraag naar huizen stijgt, waardoor de prijs
stijgt.
★ Selffulfilling prophecy: een voorspelling die uitkomt omdat mensen zich
ernaar gedragen.
★ Als de rente stijgt kunnen hefboomeffecten (Verschijnsel dat over het
vreemd vermogen winst of verlies wordt gemaakt waardoor het rendement over
het eigen vermogen groter of kleiner wordt.) negatief worden. Om zich te
verlossen van de negatieve hefboomeffecten moeten beleggers hun
aandelen verkopen. Door de toename van het aanbod zullen de koersen
dalen.
★ De solvabiliteit is de mate waarin een onderneming in staat is haar
schulden terug te betalen.
★ Klassieke visie: Adam Smith (liberaal), geen overheidsbemoeienis, vrije
werking van marktmechanisme bestrijdt de crisis, micro-economisch:
groot aantal met elkaar samenhangende markten, productiecapaciteit
volledig benutten, aanbodeconomen.
★ Krappe arbeidsmarkt: tekort aan arbeidskrachten.
★ Keynesiaans beleid: vraag en aanbod reageren niet altijd op de feitelijke
prijzen, maar ook op de verwachte prijzen. Macro-economie:
geaggregeerde grootheden. Vraageconomen, effectieve vraag. Bij
onderbesteding moet overheid zorgen voor extra bestedingen. Overheid
voert anticyclisch conjunctuurbeleid: laagconjunctuur>stimulerend
beleid, hoogconjunctuur>afremmend beleid.
★ Laagconjunctuur/onderbesteding: de bestedingen groeien minder hard
dan de trendmatige groei van de productiecapaciteit.
★ Hoogconjunctuur/overbesteding: De bestedingen zijn groter dan de
trend. Zorgt voor krappe arbeidsmarkt.
★ Procyclisch conjunctuurbeleid: conjunctuur uitslagen worden groter.
Hoofdstuk 2. Inkomen, hoe verdien je dat?
★
Productiefactoren Vorm van inkomen
Kapitaal rente en huur
Arbeid loon
Natuur pacht
Ondernemerschap winst
, ★ Omzet - inkoopwaarde grondstoffen = toegevoegde waarde =
productiewaarde = de vormen van inkomen = primair inkomen = Netto
toegevoegde waarde
★ Bruto toegevoegde waarde = omzet - inkoop van goederen en diensten
= bbp
★ Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde -
afschrijvingen = de som van de inkomens
★ Microniveau: niveau van een individueel bedrijf, macroniveau: alle
bedrijven in een land samen.
★ Totale productie bedrijfskolom = de som van de toegevoegde waarde
van de afzonderlijke bedrijfstakken.
★ Bbp: bruto toegevoegde waarde van particuliere bedrijven en de
overheid. (= bruto binnenlands inkomen)
★ Netto binnenlands inkomen (= netto toegevoegde waarde = netto
binnenlands product) = bbp - afschrijvingen
★ Saldo primair inkomen buitenland = ontvangen primair inkomen
buitenland - betaald primair inkomen buitenland.
★ Bruto nationaal product/inkomen = bbp + saldo primair inkomen
buitenland
★ Netto nationaal product/inkomen = bruto nationaal product/inkomen -
afschrijvingen
★ Nadelen bbp als welvaartsmaatstaf:
- Geen rekening gehouden met zwart werk
- Geen rekening gehouden met externe effecten
- Geen rekening gehouden met de uitputting van natuurlijke
hulpbronnen
- Zegt niets over inkomensverdeling
- Onbetaald werk wordt niet meegerekend
★
★ Het bbp kan op drie manieren bepaald worden:
1. De objectieve methode (productiebenadering):
bbp = totale omzet van bedrijven en overheid min de inkoopwaarde van
goederen en diensten.
2. De subjectieve methode ( inkomensbenadering):
bbp = beloningen die de productiefactoren ontvangen plus de
afschrijvingen.