Vraag 1: Wat is de juridische status van het verstrekken van feitelijke gegevens
over financiële producten als dit direct leidt tot een verkoop?
A) Dit wordt aangemerkt als een bindend advies.
B) Dit blijft beperkt tot de status van informeren.
C) Dit valt onder de definitie van een algemene aanbeveling.
D) Dit wordt wettelijk gelijkgesteld aan bemiddeling.
Vraag 2: In welke fase van het adviestraject is de behoefte van de consument aan
gedetailleerde en juiste informatie over een product volgens de tekst het grootst?
A) De kennismakingsfase
B) De precontractuele fase
C) De fase van beeldvorming
D) De postcontractuele fase
Vraag 3: Voor welk type producten zijn de specifieke adviesregels uit de Wft niet
wettelijk verplicht?
A) Eenvoudige zaken zoals schadeverzekeringen
B) Complexe spaarproducten
C) Hypothecaire kredieten
D) Impactvolle verzekeringen
Vraag 4: Wat waarborgt het klantprofiel specifiek met betrekking tot het
geadviseerde product?
A) Dat de adviseur de hoogste provisie ontvangt.
B) Dat het product aansluit bij de behoeften, doelen en draagkracht van de klant.
C) Dat de klant geen eigen verantwoordelijkheid meer draagt voor de keuze.
D) Dat het product uitsluitend uit een selectieve analyse voortkomt.
Vraag 5: Hoe wordt het begrip 'risicobereidheid' in de context van de inventarisatie
omschreven?
A) De objectieve maatstaf voor wat een klant rekenkundig kan dragen.
B) De subjectieve beleving van mogelijke financiële verliezen.
C) Hoeveel financieel risico een klant bereid is te nemen bij een specifiek product.
D) De wettelijke verplichting om risico's te minimaliseren.
Vraag 6: Wat is het hoofddoel van de kennismakingsfase in de dienstverlening?
A) Het uitvoeren van een diepgaande risicoanalyse.
B) Het vastleggen van de fiscale positie van de klant.
C) Het verkennen van de kaders van de samenwerking en het leggen van een basis
voor vertrouwen.
D) Het direct overhandigen van de definitieve factuur.
Vraag 7: Welke specifieke gegevens verzamelt de adviseur tijdens de
inventarisatiefase om een onderbouwd advies te kunnen formuleren?
2
, A) Uitsluitend de burgerlijke staat van de klant.
B) Kennis, ervaring, doelstellingen en de financiële situatie.
C) De winstmarges van verschillende productaanbieders.
D) Alleen de strafrechtelijke gegevens van de afgelopen acht jaar.
Vraag 8: Wat valt onder de werkzaamheden van de 'nazorg' gedurende de looptijd
van een product?
A) Het eenmalig afsluiten van de polis.
B) Het opstellen van het initiële adviesrapport.
C) Proactief reageren op relevante wijzigingen in wetgeving of persoonlijke
omstandigheden.
D) Het controleren van de identiteit met een kopie van het identiteitsbewijs.
Vraag 9: Welk voordeel biedt 'directe beloning' aan de consument bij financieel
advies?
A) De kosten worden verwerkt in de premie van de verzekeraar.
B) Het zorgt voor maximale transparantie over de gemaakte advieskosten.
C) De adviseur ontvangt een vergoeding van de productaanbieder.
D) De klant hoeft geen BTW te betalen over het advies.
Vraag 10: Binnen welke termijn moet een adviseur een factuur verstrekken voor
diensten aan ondernemers of rechtspersonen?
A) Binnen 7 dagen na de kennismaking.
B) Uiterlijk binnen 15 dagen na afloop van de relevante periode.
C) Binnen 30 dagen na het ondertekenen van de overeenkomst.
D) Direct op de dag van het adviesgesprek.
Vraag 11: Welk type product wordt in de tekst als voorbeeld genoemd van een
'eenvoudig product' met beperkt risico?
A) Hypothecaire leningen
B) Pensioenverzekeringen
C) Betaalrekeningen
D) Complexe beleggingsfondsen
Vraag 12: Op welke gebieden richt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting
(Nibud) zich bij de voorlichting aan consumenten?
A) Gedragstoezicht op banken en verzekeraars.
B) Praktische zaken zoals schuldhulpverlening en budgettering.
C) Het verkopen van rechtstreekse schadeverzekeringen.
D) Het opleiden van financieel adviseurs voor Wft-diploma's.
Vraag 13: Wat is de functie van een klokkenluidersregeling binnen een financiële
onderneming?
A) Het openbaar maken van klantgegevens aan de Belastingdienst.
B) Het bieden van een veilige methode voor medewerkers om vermoedens van niet-
integer handelen te melden.
C) Het registreren van incidenten in de gebeurtenisadministratie.
3